ECLI:NL:GHAMS:2025:3088

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 oktober 2025
Publicatiedatum
16 november 2025
Zaaknummer
23-002077-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • P. Greve
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 36f SrArt. 63 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep mishandeling met gevangenisstraf en taakstraf opgelegd

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 13 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 2 september 2024. De verdachte werd beschuldigd van mishandeling gepleegd op 15 juli 2023 te Zaandam. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.

De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie dagen, waarvan de tijd die reeds in voorarrest is doorgebracht in mindering wordt gebracht, en een taakstraf van veertig uur, die bij niet-nakoming kan worden vervangen door twintig dagen hechtenis. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding gedeeltelijk toegewezen, waarbij een bedrag van € 220,52 werd vastgesteld, bestaande uit materiële en immateriële schade.

De wettelijke rente over dit bedrag vangt aan op de datum van het strafbare feit, 15 juli 2023. Het hof bepaalde dat de gijzeling ten hoogste vier dagen kan duren en dat betaling van één van de verplichtingen de andere verplichting doet vervallen. De benadeelde partij werd voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en verwezen naar de burgerlijke rechter voor verdere vorderingen.

De uitspraak is gewezen door rechter P. Greve, in aanwezigheid van griffier S.K. van Eck.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 dagen gevangenisstraf en 40 uur taakstraf met gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-229945-23
parketnummer hoger beroep : 23-002077-24
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 31 oktober 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 2 september 2024 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats]
adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
mishandeling,
gepleegd op 15 juli 2023 te Zaandam, gemeente Zaanstad.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 220,52 (tweehonderdtwintig euro en tweeënvijftig cent), bestaande uit € 20,52 (twintig euro en tweeënvijftig cent) materiële schade en € 200,00 (tweehonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 220,52 (tweehonderdtwintig euro en tweeënvijftig cent), bestaande uit € 20,52 (twintig euro en tweeënvijftig cent) materiële schade en € 200,00 (tweehonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 4 (vier) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 15 juli 2023.
Gewezen door mr. P. Greve, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier.
mr. P. Greve