In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 april 2021, waarin de verdachte werd veroordeeld voor het medeplegen van het telen, vervoeren en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep, alsmede diefstal van elektriciteit.
Het hof bevestigt de bewezenverklaring van de feiten, maar vervangt de kwalificatie ten aanzien van de hennepfeiten en vernietigt het vonnis voor wat betreft de strafmaat en het beslag. Gelet op de ernst van de feiten, de eerdere veroordeling van de verdachte, en de maatschappelijke schadelijkheid van hennepteelt en elektriciteitsdiefstal, acht het hof een gevangenisstraf passend.
Echter, vanwege de forse overschrijding van de redelijke termijn, de lange tijd sinds de feiten (ongeveer tien jaar), en de ernstige gezondheidsproblemen van de verdachte (hersenbloeding met ernstige beperkingen), is het hof tot de conclusie gekomen dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden passend en geboden is.
Daarnaast is er een ontnemingsvordering en beslag gelegd op diverse goederen met een gezamenlijke waarde van bijna vijftienduizend euro, waarvan de verdachte afstand heeft gedaan ten behoeve van de staat. Het hof bevestigt verder de schadevergoeding aan Liander N.V. voor materiële schade door de elektriciteitsdiefstal.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 februari 2025.