De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een zaak betreffende het beleid en de gang van zaken binnen de Shoelab Groep, bestaande uit meerdere besloten vennootschappen. Eerder was een onderzoek bevolen en was een bestuurder benoemd als onmiddellijke voorziening om het bestuur te versterken gedurende de procedure.
Op 17 november 2025 meldden alle betrokken partijen unaniem dat zij een minnelijke regeling hadden getroffen en verzochten zij de Ondernemingskamer het onderzoek en de voorziening te beëindigen. De benoemde bestuurder gaf hierop geen bezwaar aan.
De Ondernemingskamer oordeelde dat er geen belangen waren die zich tegen beëindiging verzetten en besloot daarom het onderzoek en de onmiddellijke voorziening met ingang van 19 november 2025 te beëindigen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken.