Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Te stellen zekerheden
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
€ 8.856(tarief VI, 2 punten)
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 25 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de aansprakelijkheid van een borg, [appellant], voor een krediet dat is verstrekt aan een failliete vennootschap, [bedrijf 2]. De Rabobank heeft [appellant] aangesproken als borg voor een krediet van € 200.000, dat was verstrekt aan [bedrijf 2]. [appellant] betwistte de aansprakelijkheid en stelde dat de borgtocht niet van toepassing was op een later verstrekt krediet. Hij voerde aan dat Rabobank eerst andere zekerheden had moeten uitwinnen voordat zij hem aansprakelijk stelde. De rechtbank had de vordering van Rabobank toegewezen, en het hof heeft dit vonnis bekrachtigd. Het hof oordeelde dat de borgtocht ook betrekking had op toekomstige vorderingen en dat de voorwaarden van de borgtocht niet onredelijk bezwarend waren. Het hof concludeerde dat Rabobank niet verplicht was om eerst andere zekerheden uit te winnen voordat zij [appellant] aansprak. De grieven van [appellant] werden verworpen, en hij werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.