Uitspraak
8 oktober 2025.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank. Tijdens de terechtzitting op 8 oktober 2025 is vastgesteld dat de dagvaarding voor het hoger beroep niet op de juiste wijze is betekend. De oproeping is tweemaal geprobeerd uit te reiken op het inschrijvingsadres van de verdachte, maar zonder succes. Vervolgens is de oproeping naar het postkantoor gestuurd, waar deze niet binnen zeven dagen werd afgehaald, waarna de oproeping is teruggezonden naar het openbaar ministerie.
In het dossier ontbrak een bevestiging dat de betekening bij het openbaar ministerie alsnog correct heeft plaatsgevonden. De advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte waren het erover eens dat hierdoor de oproeping nietig is. Het hof heeft daarom de oproeping in hoger beroep nietig verklaard en het onderzoek gesloten.
De uitspraak is gedaan tijdens een openbare terechtzitting, waarbij de raadsheer het arrest mondeling heeft uitgesproken. Door de nietigheid van de oproeping kan het hoger beroep niet verder worden behandeld totdat een juiste betekening plaatsvindt.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening.