ECLI:NL:GHAMS:2025:3207

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
23-002623-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 69 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering wegens overlijden verdachte

In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2022. De zaak betreft een vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Tijdens de procedure is gebleken dat de verdachte op 18 april 2025 is overleden, zoals blijkt uit een akte van overlijden opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam. Gezien het overlijden van de verdachte is het recht tot strafvordering vervallen op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft daarom het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit betekent dat de procedure in hoger beroep wordt beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de ontnemingsvordering.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 17 november 2025. Twee van de rechters waren echter buiten staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens het overlijden van de verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002623-22
datum uitspraak: 17 november 2025
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2022 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-845131-18 tegen de betrokkene:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
17 november 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen laatstgenoemd vonnis.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Blijkens een op 23 april 2025 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam opgemaakte akte van overlijden, nr. [nummer] , is de verdachte op 18 april 2025 overleden.
Daarom is ingevolge het bepaalde bij artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht het recht tot strafvordering vervallen en dient het openbaar ministerie, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. M. Iedema en A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 november 2025.
Mrs. A.W.T. Klappe en M. Iedema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]