ECLI:NL:GHAMS:2025:3209

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
23-001373-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake mensensmokkel met illegale toegang tot Nederland

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 1 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte, geboren in 1987 en zonder bekende woon- of verblijfplaats, is beschuldigd van mensensmokkel, meermalen gepleegd. Hij heeft twee volwassen personen en hun kind geholpen bij hun illegale toegang tot Nederland door onder andere vliegtickets te betalen en hen te begeleiden tijdens hun reis. De tenlastelegging omvatte het regelen van vliegtickets, het reizen met de betrokken personen, en het verstrekken van documenten. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat de toegang wederrechtelijk was.

Tijdens de zitting op 17 november 2025 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging gehoord. Het hof heeft de bewijsmiddelen uit het vonnis van de politierechter overgenomen, maar heeft ook aanvullingen gedaan. De verdachte heeft in hoger beroep zijn onschuld geclaimd en verwezen naar een alternatieve verklaring, maar het hof heeft deze niet overtuigend geacht. Het hof heeft de overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld en de gevangenisstraf gematigd van tien naar acht maanden, met aftrek van voorarrest. De uitspraak is gedaan op basis van de artikelen 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001373-22
datum uitspraak: 1 december 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 mei 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-031655-22 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1987,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
17 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is na door de rechtbank toegestane wijziging tenlastegelegd dat:
hij, in op of omstreeks de periode van 15 januari 2022 tot en met 5 februari 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland en/of Istanbul en/of India, een ander of anderen, te weten (zich noemende) [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door:
- vier vliegtickets (met de reisroute Istanbul - Amsterdam - Mumbai) op naam van bovengenoemde personen te regelen en/of (gedeeltelijk) te kopen en/of bij zich te dragen en/of te verstrekken en/of
- tezamen met die bovengenoemde personen middels vlucht [kenteken] van Istanbul naar Nederland te reizen en/of
- de drie nationale paspoorten van India en/of Covid gerelateerde documenten op naam van die bovengenoemde personen bij zich te dragen en/of te verstrekken en/of
- met die bovengenoemde personen contact te onderhouden en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- die bovengenoemde personen te begeleiden en/of aanwijzingen te geven op de luchthaven Schiphol en/of
- voornoemde documenten aan het zicht van de autoriteiten te onttrekken,
terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsmiddelen

Het hof neemt over de bewijsmiddelen zoals vermeld in het vonnis waarvan beroep (pagina 2 e.v.) onder de nummers I, II, III, IV en V, met dien verstande dat het hof deze bewijsmiddelen aanvult (met bewijsmiddel VI) op na te melden wijze.
Aanvulling bewijsmiddelen
VI. Een proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren/ verbalisanten, adjudanten onderofficieren der Koninklijke Marechaussee [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , [doorgenummerde pagina 180-183]
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:
Hoedanigheid: fysiek document
Document: nationaal paspoort
Land: India
Nummer: [nummer 1]
Afgegeven te: [plaats]
Afgegeven op: 17-05-2010
Geldig tot: 16-05-2020
Reisdocument: ja
Ten name van:
Naam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboortedatum: [geboortedag] -1987
Geslacht: mannelijk
Nationaliteit: Indiase
Bijzonderheden: dit paspoort is gehecht aan het eerder onderzochte en genoemde paspoort met nummer [nummer 2] (hof: bewijsmiddel I) en wordt op bladzijde 63 van dat paspoort genoemd als "oud paspoort", dus het voorliggende paspoort (hof begrijpt uit de context: paspoort met nummer [nummer 1] wordt bedoeld) . Aan het onderzochte paspoort zijn geen kenmerken van valsheid of vervalsing vastgesteld.
Het onderzochte paspoort is echt en niet vervalst. Naar aanleiding van bovenstaande overeenkomsten zijn wij, verbalisanten, er van overtuigd dat de personen, die staan afgebeeld op 3 verschillende afdrukken van gelaatsfoto’s, in werkelijkheid één en dezelfde persoon is.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Het hof neemt over hetgeen ten aanzien van het tenlastegelegde is overwogen onder ‘3.2. Bewijsoverweging’ in het vonnis waarvan beroep.
Het hof wijzigt de bewijsoverweging in die zin dat onder 3.2, alinea 4 op pagina 9 (5e regel) van het vonnis ‘Istanbul-Mumbai-Amsterdam’ een kennelijke verschrijving is van de politierechter, en het hof leest dit verbeterd in die zin dat dit ‘Istanbul-Amsterdam-Mumbai’ had moeten zijn.
De raadsman heeft in hoger beroep stukken overgelegd ter onderbouwing van het alternatieve scenario, inhoudende dat de verdachte [persoon 4] zou heten. De raadsman heeft een verklaring van [persoon 5] overgelegd, die verklaart dat hij de verdachte heeft geholpen met alle benodigde documenten. Volgens de raadsman kan het onderzochte paspoort van de verdachte weliswaar door een overheidsinstantie geproduceerd zijn, en dus in die zin ‘echt’ zijn, maar dit miskent de mogelijkheid om in India dergelijke documenten tegen betaling te kunnen verkrijgen. Reisagenten zoals [persoon 5] zouden gebruik maken van corrupte ambtenaren.
Hetgeen in hoger beroep namens de raadsman is aangevoerd en overgelegd brengt het hof niet tot een ander oordeel. De enkele stelling dat het paspoort op naam van [verdachte] door corrupte ambtenaren geproduceerd zou kunnen zijn is op geen enkele manier onderbouwd. Daarnaast verklaart dit nog steeds niet waarom de verdachte nog een ander paspoort met een geldigheidsdatum van 17 mei 2010 tot 16 mei 2020 op naam van [verdachte] bij zich droeg. Uit het bovengenoemde proces-verbaal van bevindingen door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] volgt dat na onderzoek van het Sluisteam van de Koninklijke Marechaussee is gebleken dat ook dit paspoort een echt en onvervalst paspoort betreft. Het hof leidt hieruit af dat de verdachte [verdachte] is en niet [persoon 4] .

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij, in de periode van 15 januari 2022 tot en met 5 februari 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en Istanbul en India, anderen, te weten (zich noemende) [persoon 1] en [persoon 2] en [persoon 3] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door:
- drie vliegtickets (met de reisroute Istanbul - Amsterdam - Mumbai) op naam van bovengenoemde personen te regelen en (gedeeltelijk) te kopen en bij zich te dragen en te verstrekken en
- tezamen met die bovengenoemde personen middels vlucht [kenteken] van Istanbul naar Nederland te reizen en
- de drie nationale paspoorten van India en Covid gerelateerde documenten op naam van die bovengenoemde personen bij zich te dragen en te verstrekken en
- met die bovengenoemde personen contact te onderhouden en inlichtingen te verschaffen en
- die bovengenoemde personen te begeleiden en aanwijzingen te geven op de luchthaven Schiphol en
- voornoemde documenten aan het zicht van de autoriteiten te onttrekken,
terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang wederrechtelijk was.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
mensensmokkel, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij verblijft in Duitsland in afwachting van zijn asielaanvraag en vreest bij een veroordeling te worden uitgezet naar India. Voorts heeft de raadsman verzocht in de strafmaat rekening te houden met de forse overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak.
Oordeel van het hof.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. De verdachte is twee volwassen personen en hun kind behulpzaam geweest bij hun illegale toegang tot Nederland. De verdachte heeft daarbij een actieve rol ingenomen door onder meer de vliegtickets te betalen en door dit gezin te begeleiden bij hun reis naar Nederland. Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt gefrustreerd en gecorrumpeerd. Gelet hierop alsmede op de straffen die voor soortgelijke feiten door rechters plegen te worden opgelegd en het signaal dat daarvan uit het oogpunt van generale preventie dient uit te gaan, acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden passend, zoals de politierechter heeft opgelegd.
Redelijke termijn
Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, is overschreden. Op 18 mei 2022 is namens de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Het hof wijst op
1 december 2025 arrest. Daarmee is de redelijke termijn in hoger beroep met ruim 18 maanden overschreden. Het hof zal de gevangenisstraf gelet op de geconstateerde overschrijding matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.M.H.P. Houben, en mr. J.W.H.G. Loyson, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 december 2025. Mr. M. Iedema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]