Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
18 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
2.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
9 mei 2012 tot en met 8 mei 2020, waarover [benadeelde partij] enkele maanden later – op
3 november 2020 – een verklaring heeft afgelegd tegenover de politie. Gelet op dit korte tijdsverloop en de overige inhoud van het dossier is er naar het oordeel van het hof geen enkele indicatie dat bij de aangever sprake is van herinneringen die gedurende enige periode afwezig zijn geweest en later weer zijn hervonden. Het verweer wordt daarom verworpen.
3.Tenlastelegging
8 mei 2020 te [plaats] , gemeente Haarlemmermeer, en/of te Vijfhuizen, gemeente Haarlemmermeer en/of in de gemeente Bloemendaal, in elk geval in Nederland, en/of in Spanje met [benadeelde partij] (geboren op [geboortedag 2] 2004), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit
- het betasten van de penis van die [benadeelde partij] , en/of
- het aftrekken van die [benadeelde partij] , en/of
- het pijpen van die [benadeelde partij] , en/of
- het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [benadeelde partij] , en/of
- het zich laten aftrekken door die [benadeelde partij] .
4.Vonnis waarvan beroep
5.Bewijsoverwegingen
[persoon] , zoals hiervoor uiteengezet, die heeft verklaard over de buitenproportioneel hevige emoties die zij waarnam bij de verdachte toen hij aan haar vertelde dat hij seksueel misbruikt was.
6.Bewezenverklaring
- het betasten van de penis van die [benadeelde partij] , en/of
- het aftrekken van die [benadeelde partij] , en
- het pijpen van die [benadeelde partij] , en
- het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [benadeelde partij] , en/of
- het zich laten aftrekken door die [benadeelde partij] .
7.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
8.Strafbaarheid van de verdachte
9.Oplegging van straf
10.Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
€ 30.000,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.361,20, waarvan € 361,20 aan materiële schade en € 3.000,00 aan immateriële schade.
€ 15.000,00 billijk en zal de vordering dan ook tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden.
€ 15.746,20 (vijftienduizend zevenhonderdzesenveertig euro en twintig cent) bestaande uit € 746,20 (zevenhonderdzesenveertig euro en twintig cent) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
[benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 15.746,20 (vijftienduizend zevenhonderdzesenveertig euro en twintig cent) bestaande uit € 746,20 (zevenhonderdzesenveertig euro en twintig cent) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
- 22 september 2022 over een bedrag van € 361,20 ter zake van medische reiskosten;
- 29 februari 2024 over een bedrag van € 385,00 ter zake van eigen risico 2024;
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
2 december 2025.