De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het meermalen rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. In hoger beroep bevestigt het hof deze bewezenverklaring, maar vernietigt het de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf en de beslissing over de vordering tot tenuitvoerlegging.
Het hof overweegt dat de verdachte zich bijna een jaar lang schuldig heeft gemaakt aan het negeren van een ongeldigverklaring van zijn rijbewijs, waarmee hij het gezag van de overheid miskende en de verkeersveiligheid in gevaar bracht. Gezien zijn strafblad en eerdere veroordelingen acht het hof een gevangenisstraf passend, maar vanwege zijn leeftijd en ernstige medische problemen wordt afgezien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
In plaats daarvan legt het hof een taakstraf van 80 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken om de ernst van de feiten te benadrukken en herhaling te voorkomen. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf wordt afgewezen. Het hof constateert een overschrijding van de redelijke termijn, maar verbindt hieraan geen gevolgen.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 december 2025.