ECLI:NL:GHAMS:2025:3263

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
200.325.125/02
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget in enquêteprocedure Huizenmij

Op 8 december 2025 heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam een beschikking gegeven in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. Huizenmij. Deze beschikking betreft een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget in het kader van een enquêteprocedure. De Ondernemingskamer had eerder op 6 juli 2023 een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Huizenmij, waarbij mr. J.H. van Woudenberg als beheerder van de aandelen was aangewezen. De onderzoeker, mr. P.M. Gunning, heeft op 24 november 2025 een verzoek ingediend om het onderzoeksbudget te verhogen met € 17.500, omdat de kwestie complexer bleek dan aanvankelijk gedacht. De Ondernemingskamer heeft de bezwaren van de belanghebbenden tegen de verhoging van het budget overwogen, maar oordeelde dat deze bezwaren niet concreet genoeg waren en dat de overige partijen instemden met de verhoging. De Ondernemingskamer heeft het verzoek toegewezen en het maximale bedrag voor het onderzoek vastgesteld op € 59.750. Tevens is mr. A.W.H. Vink benoemd tot raadsheer-commissaris ter vervanging van mr. M.A.M. Vaessen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.325.125/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 8 december 2025
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. HUIZENMIJ,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mrs. M.P.H. Sandersen
J.S. Mennema, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. HUIZENMIJ,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
e n t e g e n

1.[A] ,

wonende te [plaats] ,
advocaat:
mr. S. Knottnerus, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de stichting
[B],
gevestigd te [plaats] ,
advocaat:
mr. J. Stikkelbroeck,kantoorhoudende te Amsterdam,
3.
[C],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
e n t e g e n

4.[D] ,

wonende te [plaats] ,
5.
[E],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. G.C. Endedijk, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

6.[F] ,

wonende te [plaats] ,
advocaat:
mr. Ph.A.J. Raaijmakers, kantoorhoudende te Amsterdam,

7.[G] ,

wonende te [plaats] ,
8. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR TER CONTINUERING
HUIZENMAATSCHAPPIJ,
gevestigd te Amsterdam,
9. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
LUTHERS DIAKONESSENHUIS FONDS,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDEN.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoekster tevens verweerster als Huizenmij;
  • belanghebbenden sub 1 t/m 3 ieder afzonderlijk als respectievelijk [A] , de [B] en [C] ;
  • belanghebbenden sub 4 t/m 9 ieder afzonderlijk als respectievelijk [D] , [E] , [F] , [G] , de STAK en het LDF;
  • mr. J.H. van Woudenberg als Van Woudenberg of de OK-beheerder;
  • mr. P.M. Gunning als Gunning of de onderzoeker.
1.
Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6 en 12 juli 2023 en de beschikkingen van 9 en 30 januari en 27 februari en 3 maart 2025 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikking van 6 juli 2023 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Huizenmij over de periode vanaf 1 januari 2021 en een nader aan te wijzen persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure bepaald dat alle aandelen in Huizenmij ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon.
1.3
Bij beschikking van 12 juli 2023 heeft de Ondernemingskamer mr. J.H. van Woudenberg als beheerder van aandelen aangewezen zoals bedoeld in de beschikking van 6 juli 2024.
1.4
Bij beschikking van 9 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer de reikwijdte van het bij de beschikking van 6 juli 2023 gelaste onderzoek uitgebreid.
1.5
Bij beschikking van 30 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer mr. P.M. Gunning te Arnhem als onderzoeker aangewezen.
1.6
Bij beschikking van 27 februari 2025 heeft de Ondernemingskamer het verzoek van de [B] de onmiddellijke voorziening te beëindigen althans een andere OK-beheerder te benoemen afgewezen.
1.7
Bij beschikking van 3 maart 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten vastgesteld op € 42.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.8
Op 24 november 2025 heeft de onderzoeker een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget ingediend. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft het verzoek doorgestuurd naar partijen en hen in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
1.9
Bij e-mailberichten van 26 en 27 november 2025 hebben mr. Van Woudenberg, mr. Sanders respectievelijk mr. Endedijk laten weten geen bezwaar te hebben tegen de door de onderzoeker verzochte verhoging van het budget. Bij e-mailbericht van 2 december 2025 heeft ook mr. Raaijmakers medegedeeld akkoord te zijn met verhoging van het onderzoeksbudget.
1.1
Begin december 2025 zijn door mr. Knottnerus en mr. Stikkelbroeck diverse e-mailberichten gestuurd met opmerkingen ten aanzien van de wijze waarop het onderzoek op dit moment door de onderzoeker wordt uitgevoerd. Daarnaast stellen zij zich op het standpunt dat er geen reden is het onderzoeksbudget te verhogen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Aan zijn verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget heeft de onderzoeker - samengevat, ten grondslag gelegd dat de kwestie in omvang iets groter en complexer (gemaakt) blijkt te zijn dan de onderzoeker eerder kon vermoeden. Daarnaast is het noodzakelijk gebleken advies in te winnen van een onafhankelijke deskundige. De onderzoeker verzoekt het bedrag dat het onderzoek maximaal mag kosten daarom te verhogen met € 17.500 (exclusief btw).
2.2
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. De door de [B] en mevrouw Van Asch van Wijk aangevoerde bezwaren betreffen niet zozeer de omvang van de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget als wel de wijze waarop (zij menen dat) het onderzoek moet worden uitgevoerd. De Ondernemingskamer wijst er in dat verband op dat de onderzoeker zijn werkzaamheden in volstrekte onafhankelijkheid verricht, in beginsel vrij is in de inrichting van diens onderzoek en dat de onderzoeker daarbij een ruime marge van waardering toekomt (vgl. artikel 2.3. en 3.3 van de Leidraad voor onderzoekers in de enquêteprocedure). Nu de [B] en mevrouw Van Asch van Wijk geen concrete bezwaren hebben aangevoerd tegen de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget, de overige partijen daarmee hebben ingestemd en het verzoek de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het verzoek als na te noemen toewijzen.
2.3
Tot slot overweegt de Ondernemingskamer dat mr. M.A.M. Vaessen niet langer onderdeel uit maakt van de vaste bezetting van de Ondernemingskamer en dat om die reden in diens plaats mr. A.W.H. Vink in deze zaak als raadsheer-commissaris benoemd zal worden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op € 59.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
benoemt mr. A.W.H. Vink tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2025.