ECLI:NL:GHAMS:2025:3332

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
23-001439-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake de moord op Peter R. de Vries en deelname aan een criminele organisatie

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de verdachte, die was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en betrokkenheid bij de moord op Peter R. de Vries. De verdachte werd in eerste aanleg door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar voor medeplichtigheid aan de moord. In hoger beroep heeft het hof de zaak opnieuw beoordeeld. De verdachte werd vrijgesproken van de moord op De Vries, omdat er onvoldoende bewijs was dat hij direct betrokken was bij de uitvoering van de moord. Het hof oordeelde dat de verdachte en zijn medeverdachten wel betrokken waren bij voorverkenningen en andere geweldsmisdrijven, maar dat er geen bewijs was van een gestructureerd samenwerkingsverband met de uitvoerders van de moord. De verdachte werd uiteindelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar voor deelname aan een criminele organisatie. Het hof heeft de vordering van de benadeelde partij afgewezen, omdat er onvoldoende verband was tussen het handelen van de verdachte en de gevorderde schade. De uitspraak benadrukt de ernst van de betrokkenheid bij criminele organisaties en de gevolgen daarvan voor de samenleving.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001439-24
datum uitspraak: 11 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2024 in de strafzaak onder parketnummer 71-136338-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
gedetineerd in de [penitentiaire inrichting] .

1.Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 en 24 oktober 2024, 6, 7, 8, 9, 28 en 30 oktober 2025 en 11 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman en de advocaten van de benadeelde partij en de spreekgerechtigde nabestaanden naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

De tenlastelegging is bij de rechtbank en in hoger beroep gewijzigd. Na deze wijzigingen is aan de verdachte (samengevat) tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op 6 juli 2021 te Amsterdam samen met anderen Peter R. de Vries heeft vermoord welk feit al dan niet is begaan met een terroristisch oogmerk;
1. subsidiair
hij in de periode van 1 juni 2021 tot en met 6 juli 2021 in Nederland samen met anderen medeplichtig is geweest aan het medeplegen van de moord op Peter R. de Vries op 6 juli 2021 te Amsterdam, welk feit al dan niet is begaan met een terroristisch oogmerk;
2. primair
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , en/of met een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, te weten moord (met een terroristisch oogmerk), (zware) mishandeling met voorbedachten rade, heling en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (begaan met een terroristisch oogmerk);
2. subsidiair
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 8] en/of met een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, te weten moord (met een terroristisch oogmerk), (zware) mishandeling met voorbedachten rade, heling en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (begaan met een terroristisch oogmerk).
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I van dit arrest en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

3.Onderzoek Iraklia/Hendon

Op 6 juli 2021 werd Peter R. de Vries neergeschoten in het centrum van Amsterdam. Op 15 juli 2021 overleed hij aan zijn verwondingen.
Binnen een uur na de moordaanslag zijn de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] aangehouden. Het opsporingsonderzoek naar hun betrokkenheid betreft het onderzoek Iraklia. Niet veel later is ook een onderzoek gestart naar mogelijk andere betrokkenen. Dat betreft het onderzoek Hendon. Naar aanleiding van dat onderzoek zijn op een veel later moment de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] , [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] aangehouden.
De rechtbank heeft uiteindelijk – nadat het onderzoek ter terechtzitting tegen de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] bijna was afgerond – de zaken tegen alle verdachten tegelijkertijd behandeld. De strafzaken tegen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] hebbend daardoor wel extra lang geduurd. De rechtbank heeft de dossiers samengevoegd en ook processen-verbaal van de zittingen van de rechtbank over en weer gevoegd in de zaken tegen de verschillende verdachten. Het hof heeft dus de beschikking over één dossier. Op grond daarvan verwijt het openbaar ministerie de verdachten op verschillende manieren betrokken te zijn geweest bij de moord op De Vries en/of deelneming aan een criminele organisatie.
In hoger beroep heeft het openbaar ministerie zich op het standpunt gesteld dat de verdachte samen met anderen medeplichtig is geweest aan de moord op De Vries en dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had het plegen van zware geweldsmisdrijven, waaronder moord.
Het hof zal de vraag moeten beantwoorden of de verdachte daarvoor moet worden veroordeeld.
Voor de leesbaarheid worden de verdachte en de medeverdachten (ook) met naam genoemd.

4.Beoordeling van het bewijs

4.1
Identificatie telefoonnummers
In het dossier zijn verschillende telefoons en telefoonnummers beschreven. Uit de bewijsmiddelen volgt welke telefoon en welk telefoonnummer, op welk moment, in gebruik was bij een verdachte.
Het hof stelt vast dat de navolgende telefoonnummers en chatnamen in gebruik waren bij de daarachter genoemde verdachten. Hiertegen is geen verweer gevoerd.
  • [telefoonnummer 1] in gebruik bij [verdachte] ;
  • [telefoonnummer 2] in gebruik bij [verdachte] ;
  • [telefoonnummer 3] in gebruik bij [medeverdachte 4] ;
  • [telefoonnummer 4] in gebruik bij [medeverdachte 4] ;
  • [telefoonnummer 5] in gebruik bij [medeverdachte 4] ;
  • [telefoonnummer 6] in gebruik bij [medeverdachte 4] ;
  • [telefoonnummer 7] (telio nummer) met persoonlijk TULP nummer [nummer] in gebruik bij [medeverdachte 6] ;
  • [telefoonnummer 8] in gebruik bij [medeverdachte 5] ;
  • [telefoonnummer 9] in gebruik bij [medeverdachte 3] ;
  • [chatnaam 1] , [chatnaam 2] en [chatnaam 3] – chatnamen [medeverdachte 8] .
4.2
Feiten en omstandigheden
Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast die voor de beoordeling van die beschuldiging relevant zijn.
RTL Boulevard is een televisieprogramma dat elke werkdag van 18.35 tot ongeveer 19.15 uur wordt opgenomen en live op de televisie wordt uitgezonden. De studio van RTL Boulevard ligt aan het Leidseplein in Amsterdam. De achteruitgang ligt aan de Lange Leidsedwarsstraat. Tegenover deze uitgang ligt de nooduitgang van een McDonalds. Deze McDonalds is gevestigd aan de Leidsestraat. Peter R. de Vries was zeer regelmatig te gast bij RTL Boulevard. Op dinsdag 6 juli 2021 is De Vries rond 19:30 uur kort na een gastoptreden bij RTL Boulevard neergeschoten op de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam. Hij verliet kort daarvoor de studio van RTL Boulevard via de achteruitgang. De Vries was op weg naar zijn auto die geparkeerd stond in parkeergarage De Hoofdstad. Op 15 juli 2021 is De Vries aan zijn schotverwondingen overleden.
De Vries was een bekende misdaadverslaggever. Ook stond hij als adviseur en vertrouwenspersoon de kroongetuige bij in het ‘Marengo proces’.
Het hof heeft het hierna over de moord op De Vries, omdat uit de bewijsvoering blijkt van een vooropgezet plan om De Vries van het leven te beroven, en daarmee van voorbedachte raad.
Gebeurtenissen voorafgaand aan de moord op De Vries
April 2021 – [medeverdachte 1] zoekt mensen om een journalist te volgen en dood te schieten
Uit de verklaring van de getuige 5089 volgt dat hij van [medeverdachte 1] had gehoord dat [medeverdachte 1] vanaf april 2021 op zoek was naar een journalist en iemand om de journalist dood te schieten. Vanaf mei 2021 werden er foto’s van de journalist gemaakt en werd er achter hem aan gereden. [medeverdachte 1] heeft dit aan de getuige 5089 gevraagd en ook aan [getuige] . Vanaf juni 2021 was [medeverdachte 2] bezig met het volgen van de journalist om hem dood te schieten. [medeverdachte 1] zou dit doen voor ‘oom’, een Marokkaanse man voor wie hij werkte en die in de gevangenis zat. De journalist moest worden doodgeschoten omdat hij samenwerkte met de kroongetuige in een zaak tegen de Marokkaanse man. Daarvoor hadden ze de broer van de kroongetuige doodgeschoten en nu zou de journalist aan de beurt zijn.
[getuige] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] hem, ongeveer twee maanden voordat De Vries is neergeschoten, heeft gevraagd om een paar foto’s te maken van een meneer die uit een kantoorpand kwam. [getuige] kwam er later achter dat het om De Vries ging. Nadat De Vries was neergeschoten, heeft hij van [medeverdachte 1] gehoord wat er is gebeurd (het hof begrijpt: dat [medeverdachte 1] betrokken was bij de moord). [medeverdachte 1] liep ermee te pronken, en ook over de man voor wie hij werkte en die hij ‘oom’ noemde.
Mei 2021– [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] in [plaats]
De telefoons van [medeverdachte 6] , [verdachte] en [medeverdachte 4] stralen vanaf 10 mei 2021 zendmasten aan in [plaats] .
Op 28 mei 2021 komt de politie op het adres [adres 9] te [plaats] wegens geluidsoverlast. In de woning worden [medeverdachte 6] , [verdachte] en [medeverdachte 4] aangetroffen. [medeverdachte 6] wordt aangehouden in verband met een openstaande gevangenisstraf van 144 dagen.
Juni 2021 – aanwezigheid [verdachte] en [medeverdachte 4] in de omgeving van RTL Boulevard
De telefoon van [verdachte] straalt op 9 juni 2021 tussen 17:53 uur en 20:57 uur een zendmast aan die dekking geeft aan de omgeving van de studio van RTL Boulevard in Amsterdam. De telefoon van [medeverdachte 4] straalt om 20:56 uur dezelfde zendmast aan.
Op 11 juni 2021 voert [medeverdachte 6] vanuit de gevangenis een gesprek met [verdachte] . In het gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:
[medeverdachte 6] : wat gaan jullie doen gaan jullie beginnen met werken?
[verdachte] : jaah we zijn gaan zitten kijken, maar we hadden je nodig maar jaah
Op 11 juni 2021 is [medeverdachte 5] samen met [persoon 1] (een ander dan de verdachte [verdachte] ) en [persoon 2] in Amsterdam. Zij bezoeken om 9:58 uur de McDonalds op de Leidsestraat in Amsterdam. Om 20:29 uur vertrekken zij bij de McDonalds.
21 tot en met 28 juni 2021 – [medeverdachte 2] moet De Vries doodschieten
De getuige 5089 heeft verklaard dat [medeverdachte 1] aan hem heeft verteld dat [medeverdachte 2] vanaf juni 2021 de journalist ging volgen om hem dood te schieten, maar dat hij waarschijnlijk bang was en dat [medeverdachte 1] iemand anders moest vinden. [medeverdachte 2] moest toen als chauffeur rijden.
[medeverdachte 2] heeft in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 21, 23, 24, 25, 27 en 28 juni 2021 in Amsterdam aanwezig was. Hij was daar om De Vries te doden en beschikte in dat verband over twee vuurwapens en een ‘Matrix telefoon’. Hij heeft gedurende die tijd De Vries drie keer gezien en is achter De Vries aangelopen nadat De Vries de studio van RTL Boulevard verliet. [medeverdachte 2] heeft ook verklaard dat hij niet de schutter wilde zijn, maar dat hij zich niet terug mocht trekken.
1 juli 2021 – aanwezigheid [medeverdachte 5] , [verdachte] en [medeverdachte 4] in omgeving RTL Boulevard
Op camerabeelden van 1 juli 2021 is te zien dat [medeverdachte 5] , [verdachte] en [medeverdachte 4] om 19:33 uur door de Leidsestraat lopen. Zij lopen langs de McDonalds op de kruising Leidsestraat en de Lange Leidsedwarsstraat, in de richting van het Leidseplein. Om 19:47 uur lopen zij langs de ingang van parkeergarage De Hooftstad. Zij kijken tijdens het voorbijlopen alle drie bij de parkeergarage naar binnen.
Twee minuten later, om 19:49 uur, voert [medeverdachte 6] vanuit de gevangenis een telefoongesprek met [verdachte] en [medeverdachte 4] . In het gesprek wordt het volgende gezegd:
[medeverdachte 6] : waar zijn jullie mee bezig. Met kijken naar werk?
[medeverdachte 4] : we zijn hier... “observation”
[medeverdachte 6] : “observation”
[verdachte] : ja, “observation” voor “celebration” om te kunnen blijven kloten
[medeverdachte 6] : het is zo meteen zover,..... een maand is al voorbij
(…)
[medeverdachte 6] : Hebben jullie al iets te doen gekregen?
[verdachte] : hoor je niet dat we op “observation voor celebration” zijn
[medeverdachte 6] : een andere of hetzelfde?
[verdachte] : op hetzelfde nog steeds
[medeverdachte 6] : hetzelfde
[verdachte] : jaah
[medeverdachte 6] : jullie beide zelf
[verdachte] : jaah (…)
Vervolgens is in het gesprek te horen dat [medeverdachte 4] op de achtergrond een ander telefoongesprek voert met een onbekende man, waarbij de telefoon op speaker staat. Het volgende wordt gezegd:
[medeverdachte 4] : ja, we hebben gezien wat je net gestuurd hebt.. die man is niet hier in de buurt toch?
Onbekende man: Nee, hij is niet hier in de buurt. Maandag en dinsdag...
1 juli 2021 was een donderdag. De maandag en dinsdag daaropvolgend was het 5 en 6 juli 2021.
Op 1 juli 2021 om 22:21 uur zijn in de telefoon van [medeverdachte 5] de zoektermen ingevoerd ‘wat speelt tussen peter r en kroongetuige nabil b’ en om 22:27 uur ‘peter r de vries beveiliging’.
In de telefoon van [medeverdachte 5] zijn op 2 en 3 juli 2021 de volgende zoektermen ingevoerd:
2 juli 2021 om 07:42 uur rtl boulevard adres
2 juli 2021 om 08:25 uur Leidseplein Amsterdam
2 juli 2021 om 08:26 uur Mcdonald's Amsterdam Leidsestraat
2 juli 2021 om 14:08 uur rtl boulevard peter r de vries
3 juli 2021 om 11:51 uur mcdonalds leidsestraat
3 juli 2021 om 12:07 uur parking de hoofdstad ingang en uitgangspunt
5 juli 2021 om 16:31 uur hoe laat begint boulevard
Bevindingen met betrekking tot de Renault Kadjar
Tussen 19 en 20 juni 2021 is een zilvergrijze Renault Kadjar met [kenteken 1] in Hoofddorp gestolen.
Deze Renault Kadjar heeft een infotainmentsysteem dat wordt ingeschakeld zodra het contact van de auto wordt ingeschakeld. Uit dit infotainmentsysteem blijkt dat de auto op verschillende tijdstippen tussen 21 en 27 juni 2021 is gestart. De auto staat dan telkens onder bereik van zendmasten die dekking geven aan de [adres 1] in Utrecht.
Op 27 juni 2021 is de auto om 01:52 uur gestart. De auto staat op dat moment nog steeds onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 1] in Utrecht. Om 02:12 uur staat het nummer van [persoon 3] , en om 02:29 uur het nummer van [medeverdachte 1] , ook onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 1] . [persoon 3] heeft verklaard dat hij en [medeverdachte 1] jeugdvrienden zijn.
Op 3 juli 2021 om 16:41 uur is het [kenteken 2] -K van een Renault Kadjar bevraagd door een politieambtenaar die zich op dat moment op de [adres 1] bevond.
Op 6 juli 2021 worden [medeverdachte 9] en [medeverdachte 2] aangehouden in de Renault Kadjar. Dit betreft de Renault Kadjar die rond 20 juni 2021 is gestolen in Hoofddorp. De Renault Kadjar is op dat moment voorzien van vervalste kentekenplaten met [kenteken 2] . Op de valse kentekenplaten zijn vingerafdrukken van [persoon 3] aangetroffen.
Het hof stelt vast dat de Renault Kadjar die rond 20 juni 2021 in Hoofddorp is gestolen, is ‘koud gezet’ op de [adres 1] in Utrecht en daarna is voorzien van de valse kentekenplaten.
5 juli 2021 – de dag voor de moord op De Vries
[medeverdachte 2] en [medeverdachte 7] rijden naar Alphen aan den Rijn om wapens te halen
Op 5 juli 2021 om 14:48 uur ontvangt [medeverdachte 1] van [persoon 5] een SMS-bericht met het telefoonnummer van [medeverdachte 7] . [medeverdachte 7] woonde op dat moment op de [adres 2] te Rotterdam.
Om 15:20 uur wordt de auto van [persoon 4] geregistreerd op de [adres 3] in Rotterdam in de richting van [adres 6] en één minuut later straalt het nummer van [persoon 4] een zendmast aan die dekking geeft aan de [adres 3] . Om 15:23 uur straalt het nummer van [medeverdachte 1] een zendmast aan in diezelfde omgeving en om 15:35 uur straalt het nummer van [medeverdachte 1] een zendmast aan die dekking geeft aan de [adres 2] in Rotterdam.
Om 16:05 uur stuurt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] een SMS-bericht met als inhoud: ‘ [adres 1] ’. Om 16:51 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . Op dat moment maken beide nummers gebruik van zendmasten die dekking geven aan de [adres 1] in Utrecht. Om 16:56 uur wordt [persoon 4] gebeld en op dat moment staat zijn nummer eveneens onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 1] in Utrecht.
Om 17:01 uur wordt de Renault Kadjar gestart. Op dat moment staat de auto onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 1] .
Om 17:06 uur begint een chatgesprek tussen de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer eindigend op *1212 en de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer eindigend op*4299, waarvan het hof heeft vastgesteld dat deze bij [medeverdachte 1] in gebruik was. De volgende chatberichten – die zijn vertaald vanuit het Pools naar het Nederlands – worden op 5 juli 2021verstuurd:
17:06 uur
*1212:
Oké
17:10 uur
*1212:
Ik weet alles
17:17 uur
*1212:
Stuur me de foto’s
Allemaal
17:21 uur
*1212:
Van die lul
17:34 uur
*1212:
We zijn al aan het rijden
In de Google Pixel telefoon met het Matrix id-nummer eindigend op *1212 zijn drie fotobestanden aangetroffen waarop De Vries is te zien. Deze fotobestanden hebben de tijdstempels: 5 juli 2021 om 17:24 uur.
Op 5 juli 2021 om 17:38 uur maakt de Renault Kadjar een snelheidsovertreding op de N11 in Alphen aan den Rijn.
Het chatgesprek gaat verder. Er worden onder meer de volgende berichten verstuurd:
18:25 uur
*1212
We zijn er
18:34 uur
18:38 uur
18:43 uur
*1212
[medeverdachte 1]
[Ik] ga er naartoe
Maatje [ga] naar Golf 4 een zwarte zal [er] in zitten
[bedrijf]
18:44 uur
[medeverdachte 1]
Zilverkleurige Golf 4
18:49 uur
*1212
Ik zie
18:52 uur
[medeverdachte 1]
Maak in de auto een foto van wat je gekregen hebt
18:55 uur
[medeverdachte 1]
Maatje die ene is er niet jullie moeten morgen daar naar toe
18:55 uur
[medeverdachte 1]
Het wapen naar huis brengen en de auto achterlaten
18:58 uur
[medeverdachte 1]
Verdomme maar je moet niet met het wapen spelen
18:58 uur
[medeverdachte 7] :
Ik weet het
19:05 uur
[medeverdachte 7]
Luister er is geen demper
19:06 uur
[medeverdachte 7]
Kun je niet voor morgen regelen?
De Vries was op maandag 5 juli 2021 niet in de uitzending van RTL Boulevard.
[medeverdachte 7] heeft op de terechtzitting in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 5 juli 2021 is benaderd met de vraag of hij geld wilde verdienen voor een klus. Hij is die dag met een auto opgehaald vlakbij zijn woning in Rotterdam. In de auto is hem verteld dat de klus een liquidatie betrof. Hij ontving een Google Pixel telefoon met een pincode en een wachtwoord. In Utrecht is hij overgestapt in een andere auto. In deze auto zat één ander persoon die de auto bestuurde. Het was de bedoeling dat de liquidatie op 5 juli 2021 zou plaatsvinden. Hij is vervolgens met die andere persoon naar een plek gereden om wapens op te halen. Nadat de wapens in de auto lagen, heeft hij de Google Pixel telefoon gebruikt. Hij kreeg een bericht dat de liquidatie die dag niet doorging. Hij is naar huis gebracht en heeft de telefoon en de vuurwapens meegenomen. De dag daarop zou hij weer opgehaald worden om de liquidatie alsnog uit te voeren.
De getuige [persoon 4] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 1] (hof begrijpt: op 5 juli 2021) naar Rotterdam is gereden en dat zij daarna een Pool (het hof begrijpt: die in Rotterdam is ingestapt) hebben afgezet in Utrecht.
[medeverdachte 2] heeft op de terechtzitting in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 5 juli 2021 naar Alphen aan den Rijn is gereden om wapens op te halen. Hij zou vervolgens met iemand naar Amsterdam rijden, maar kreeg onderweg de opdracht dat het niet meer hoefde. Hij heeft de persoon toen afgezet en is met de auto naar Tiel gereden.
Het hof leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 7] na het afhaken van [medeverdachte 2] als schutter de opdracht heeft gekregen De Vries dood te schieten. Hij is door [medeverdachte 1] en [persoon 4] van Rotterdam naar de [adres 1] in Utrecht gebracht. Onderweg heeft [medeverdachte 7] van [medeverdachte 1] de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer *1212 gekregen. In Utrecht is [medeverdachte 7] overgestapt in de gestolen Renault Kadjar die door [medeverdachte 2] werd bestuurd. [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] zijn vervolgens naar Alphen aan den Rijn gereden om vuurwapens op te halen. Tijdens de reis onderhield [medeverdachte 1] contact via de Google Pixel telefoon *4299 en gaf hij instructies. Het was de bedoeling om met de in Alphen aan den Rijn opgehaalde vuurwapens De Vries dood te schieten. Dat ging niet door omdat De Vries die dag niet bij RTL Boulevard te gast was.
[medeverdachte 5] , [verdachte] en [medeverdachte 4] rijden op 5 juli 2021 naar Amsterdam
Uit de historische verkeersgegevens van de telefoonnummers van [verdachte] en [medeverdachte 4] volgt dat zij in de middag van 5 juli 2021 in Rotterdam zijn. Om 17:00 uur is er een ANPR-registratie van de Peugeot 206 met [kenteken 3] (in gebruik bij [verdachte] en [medeverdachte 4] ), op de [adres 4] in Rotterdam. Het nummer van [verdachte] bevindt zich vervolgens om 18:38 uur in Tilburg, de woonplaats van [medeverdachte 5] .
Uit de ANPR-registraties volgt dat de Peugeot 206 om 19:19 uur over de A2 rijdt bij Vianen in de richting van Amsterdam. Vervolgens is de auto rond 20:00 uur in het centrum van Amsterdam en om 20:39 uur wordt de auto op de A1 bij Hoevelaken geregistreerd. Het telefoonnummer van [medeverdachte 5] straalt tussen 19:49 uur en 20:16 uur een zendmast aan in Amsterdam.
In de telefoon van [medeverdachte 5] zijn de volgende zoektermen ingevoerd:
5 juli 2021 om 15:40 uur Rotterdam tilburg
5 juli 2021 om 15:40 uur Apeldoorn
5 juli 2021 om 15:52 uur Amsterdam naar Apeldoorn
5 juli 2021 om 16:31 uur hoe laat begint rtl boulevard
5 juli 2021 om 19:44 uur mac leidseplein amsterdam
5 juli 2021 om 20:14 uur rtl boulevard gemist
5 juli 2021 om 21:33 uur broer nabil b geliquideerd
Het hof leidt hieruit af dat [verdachte] en [medeverdachte 4] op 5 juli 2021 met de Peugeot 206 vanuit Rotterdam naar Tilburg zijn gereden om [medeverdachte 5] op te halen. Zij zijn met zijn drieën naar Amsterdam gereden. Zij waren gedurende ongeveer een half uur in het centrum van Amsterdam.
6 juli 2021 - de dag van de moord op De vries
[medeverdachte 7] trekt zich terug als schutter en [medeverdachte 1] vindt iemand anders
Op 6 juli 2021 om 10:21 uur start het chatgesprek tussen de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer *1212, op dat moment in gebruik bij [medeverdachte 7] , en de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer *4299, in gebruik bij [medeverdachte 1] . De volgende berichten worden verstuurd:
10:21 uur
[medeverdachte 7]
Laat die vent [in het Pools: ‘ziomek’ – betekent letterlijk landgenoot] eerder komen
10:22 uur
[medeverdachte 7]
Zonder de uitlaatdemper is het een zeer linke boel het gaat zo tekeer dat de hele stad aan het trillen is
10:36 uur
[medeverdachte 1]
Hahaha maatje hij zal komen
Je kunt je nu niet terugtrekken
10:39 uur
[medeverdachte 7]
Je hebt helemaal niet gezegd dat dit het centrum is ik ben niet wanhopig als iets doen dan goed laat hem komen ik zal dit allemaal aan hem geven en kom even langs om te praten als je wilt ik zal je alles vertellen hoe het eruit ziet
10:50 uur
[medeverdachte 1]
Maatje ben je nu aan het dollen
10:50 uur
[medeverdachte 1]
Verdomme volgens mij wil je dat ze mij gaan gaan afschieten
10:53 uur
[medeverdachte 7]
Wat zeg je nou laat die vent [in het Pools: ‘ziomek’, betekent letterlijk: ‘landgenoot’] even langskomen hij wilde hij heeft slechts een chauffeur nodig dit moet anders gedaan worden zoals ik [het zie] nou zoals nu is het met alle zekerheid de gevangenis dit zeg ik eerlijk tegen je bek
10:54 uur
[medeverdachte 7]
Ik ben daar nergens aan geweest alles is zoals het was het mobieltje zal ik ook aan hem geven
10:58 uur
[medeverdachte 1]
Verdomme ik wist dat het zo zou gaan wat een tering zooi
Om 11:38 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 9] en vindt er een gesprek van 106 seconden plaats. Het nummer van [medeverdachte 1] staat op dat moment onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan zijn woonadres in [woonplaats] . Het nummer van [medeverdachte 9] staat op dat moment onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan zijn verblijfadres in Rotterdam.
Het chatgesprek tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 1] vervolgt:
11:42 uur
[medeverdachte 1]
Ben je er
11:43 uur
11:44 uur
[medeverdachte 1]
Ik heb iemand die het gaat doen
Verdomme ik heb iemand gevonden die het gaat doen
11:45 uur
[medeverdachte 7]
Bek maar ik zeg het eerlijk tegen je het zou goed zijn als je een uitlaatdemper zou regelen
11:46 uur
[medeverdachte 1]
Jajaja de pot op
Ik heb iemand anders
Die dat gaat doen
11:46 uur
[medeverdachte 7]
Ik ben thuis
11:46 uur
[medeverdachte 1]
Maar je moet niet slapen
Hij zal het komen halen
11:46 uur
11:47 uur
[medeverdachte 7]
Geef een seintje
Ik zal wachten
13:21 uur
[medeverdachte 1]
Ben je er
13:43 uur
[medeverdachte 7]
Ik ben er
Ik ben aan het wachten
Ik was aan het douchen
14:55 uur
[medeverdachte 1]
Ik zal daar zijn vóór 4 [uur]
De auto van [persoon 4] wordt om 16:25 uur geregistreerd op de [adres 7] in Rotterdam.
Op 6 juli 2021 om 14:54 uur stuurt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] een SMS-bericht met de tekst ‘ [adres 5] Rotterdam’. [medeverdachte 1] heeft eerder die dag, om 13:26 uur, een bericht met daarin dit adres ontvangen van het nummer van [persoon 5] . Het adres is vlakbij de woning van [medeverdachte 7] .
Om 15:02 uur wordt de Renault Kadjar gestart, die op dat moment een zendmast in Tiel aanstraalt die gedeeltelijk hetzelfde dekkingsgebied heeft als de zendmast waar het nummer van [medeverdachte 2] om 14:53 uur aanstraalt. Om 16:09 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . Op dat moment staat het nummer van [medeverdachte 2] onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 2] in Rotterdam. Eén van de laatste bestemmingen ingevoerd in het Automotive systeem van de Renault Kadjar is het adres [adres 6] in Rotterdam. Om 16:29 uur staat de Renault Kadjar onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 2] en het [adres 6] in Rotterdam.
De Google Pixel telefoon waarmee [medeverdachte 7] communiceert start een datasessie. De volgende berichten tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 1] worden verstuurd:
16:02 uur
[medeverdachte 7]
Moet ik al naar buiten komen
16:03 uur
[medeverdachte 1]
nee
Blijf wachten
Ik ben er bijna
16:03 uur
[medeverdachte 7]
Kom naar dezelfde [plaats] als gisteren
16:05 uur
[medeverdachte 7]
Mocht er iets zijn dan zal ik naar buiten komen, nou ja [persoon 5] heeft je het adres gestuurd, de flat ernaast
16:05 uur
[medeverdachte 1]
Oké
16:05 uur
[medeverdachte 7]
Moet ik hem die telefoon geven
16:06 uur
[medeverdachte 7]
ook?
16:06 uur
[medeverdachte 1]
Ja
16:06 uur
[medeverdachte 7]
Oké stuur mij dan een berichtje als ik naar buiten moet komen
16:15 uur
[medeverdachte 1]
Waar is de benzine
16:15 uur
[medeverdachte 7]
In de auto
16:16 uur
[medeverdachte 7]
Moet dit allemaal meegenomen worden
16:17 uur
16:18 uur
[medeverdachte 1]
Ja maar blijf wachten
Ik zal je een berichtje sturen over hoeveel [tijd] je naar buiten moet komen
16:24 uur
[medeverdachte 1]
Die vent [letterlijk: 'landgenoot’] staat daar waar hij met hem had afgesproken
Gisteren
Op de hoek
16:25 uur
[medeverdachte 7]
Oké
Ik ga lopen
Moet ik alles aan hem geven
Met de telefoon?
16:25 uur
[medeverdachte 1]
Tal [geen bestaand Pools woord, had vermoedelijk moeten zijn: ‘ Tak’ - betekent: ‘Ja’]
En zeg ook wat het wachtwoord is
16:28 uur
[medeverdachte 1]
Ben je al met hem
Ik heb 3 minuten
16:32 uur
[medeverdachte 1]
Waar zijn jullie verdomme
Er is geen tijd
Om 16:33 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . Beide nummers staan op dat moment onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 2] . Het nummer van [medeverdachte 9] staat om 16:41 uur eveneens onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 2] en het [adres 6] in Rotterdam.
Om 16:49: uur, wordt de Renault Kadjar geregistreerd op de [adres 7] in Rotterdam en vervolgens om 16:51 uur in de Maastunnel.
[medeverdachte 7] heeft verklaard dat hij op 6 juli 2021 in de ochtend met de Google Pixel telefoon een bericht heeft gestuurd waarin hij zich terugtrok als schutter. Hij moest de Google Pixel telefoon en vuurwapens toen teruggeven en heeft deze naar de auto gebracht.
De getuige [persoon 4] heeft verklaard dat hij op de dag van de moord [medeverdachte 1] heeft opgehaald en dat ze naar het huis van ‘ [medeverdachte 9] ’ zijn gegaan in Rotterdam, waar zij [medeverdachte 9] hebben opgehaald. Mensen noemen [medeverdachte 9] op straat ‘Demper’. [persoon 4] heeft [medeverdachte 9] van een foto herkend als de door hem bedoelde ‘Demper’. Vervolgens hebben zij met z’n drieën een kort ritje in Rotterdam gereden en daarna zijn [medeverdachte 1] en ‘Demper’ uitgestapt. [medeverdachte 1] is later weer bij hem ingestapt en toen zijn zij naar Tiel gegaan.
De bijnaam van [medeverdachte 9] is Demper.
Het hof stelt vast dat, nadat [medeverdachte 7] zich terug had getrokken als schutter, [medeverdachte 1] een andere schutter heeft gevonden: [medeverdachte 9] . [medeverdachte 1] is vervolgens met [persoon 4] meegereden naar Rotterdam. In Rotterdam hebben zij [medeverdachte 9] opgehaald en naar de omgeving van de [adres 2] en het [adres 6] gebracht. [medeverdachte 2] is met de gestolen Renault Kadjar ook naar de omgeving van de [adres 2] en het [adres 6] gereden. [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] hebben elkaar daar ontmoet. [medeverdachte 7] heeft de Google Pixel telefoon en de wapens aan [medeverdachte 2] gegeven. [medeverdachte 9] , zoals ook volgt uit de hierna te noemen feiten en omstandigheden, is bij [medeverdachte 2] in de Renault Kadjar gestapt.
[medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] gaan met de Renault Kadjar naar Amsterdam
Het chatgesprek tussen de beide Google Pixel telefoons gaat door. Het chatgesprek wordt zowel in de Poolse taal als de Nederlandse taal gevoerd. De Poolse berichten met nummer *1212 worden verstuurd door [medeverdachte 2] , zoals hij zelf heeft verklaard. De Nederlandse berichten door [medeverdachte 9] , concludeert het hof. In het gesprek worden de volgende berichten verstuurd, waarbij de Poolse berichten zijn vertaald naar het Nederlands.
Berichten in de Poolse taal
16:43 uur
[medeverdachte 1]
Geef hem de telefoon
Laat hem foto’s maken
Van het wapen/de wapens
En dat jullie de snelweg op gereden zijn
16:43 uur
[medeverdachte 2]
In de kofferbak
Ik ga zo direct ergens stoppen
16:44 uur
[medeverdachte 1]
Geef hem de telefoon
16:44 uur
[medeverdachte 1]
Ik zal het aan hem uitleggen
Berichten in de Nederlandse taal
16:44 uur
[medeverdachte 1]
Bro
Pak tel ff
16:44 uur
[medeverdachte 9]
Yo
16:44 uur
[medeverdachte 1]
Hij laat je zo zien waar die gaat wachten
Op je en van waar die man komt
16:45 uur
[medeverdachte 1]
Daar moet je hem doen
Maar echt doen bro
16:45 uur
[medeverdachte 9]
Ahaha komt goed komt goes
16:45 uur
[medeverdachte 1]
Leeg die ding op hem
16:47 uur
[medeverdachte 9]
Komt goed
16:47 uur
[medeverdachte 1]
Je gaat met die glock doen toch
16:47 uur
[medeverdachte 9]
Jaman
16:58 uur
[medeverdachte 1]
Afbeelding: foto van Peter R. de Vries
16:59 uur
[medeverdachte 1]
Afbeelding: foto van Peter R. de Vries
Deze hond
Moet je hebben
16:59 uur
[medeverdachte 9]
Siii
16:59 uur
[medeverdachte 1]
Aub doe het goed
Geld is er
Je krijg miss extra als je goed doet
16:59 uur
[medeverdachte 9]
Geen stress bro
17:00 uur
[medeverdachte 1]
Knal op zijn hoofd
17:00 uur
[medeverdachte 9]
Jaman KKK hard
17:00 uur
[medeverdachte 1]
Paar keer
17:00 uur
[medeverdachte 9]
Ahahahah
17:07 uur
[medeverdachte 9]
die waggie
Gaat later brande toch
17:07 uur
[medeverdachte 1]
Ja
Daar is benziwn
17:12 uur
[medeverdachte 1]
Zeg die pool jullie met 2 beter
17:14 uur
[medeverdachte 1]
Zeg tegen hem jullie mets 2 doen beter
Dan zeker lukken
17:14 uur
[medeverdachte 9]
Op hem knalle
17:15 uur
[medeverdachte 9]
ik doe hem solo bro
Ik finish dit
17:32 uur
[medeverdachte 1]
Aub verpest niet
17:33 uur
[medeverdachte 1]
Helemaal leeg
17:34 uur
[medeverdachte 9]
Broo ik schiet die kk ding helemaal door ze kk lichaam heen die vieze kk Hoer hoofd alles laat hem daar Al's been sletje achter
17:35 uur
[medeverdachte 9]
I love this
17:36 uur
[medeverdachte 1]
Zeg tegen die pool hij moet je alles laten zien
17:36 uur
[medeverdachte 9]
Afbeelding van een verkeersbord op de A4
17:37 uur
[medeverdachte 1]
Is niet beter als jullie samen doen
17:38 uur
[medeverdachte 1]
Weet je zeker dat je lukt alleen
17:39 uur
[medeverdachte 9]
Kan maar die andere is opvallen moete slim zijn
17:40 uur
[medeverdachte 9]
Ik Ben snel bro voordat ze door hebbr Ben ik alang weg
17:42 uur
[medeverdachte 9]
Ik twijfel niet
17:42 uur
[medeverdachte 1]
Is goed
17:44 uur
[medeverdachte 9]
Maakt he niet druk ik klik
die ding leeeeg
Uit de kentekenregistraties van de Renault Kadjar volgt dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] vanaf 17:08 uur via de A13, de A4 en vervolgens de A10 van Rotterdam naar Amsterdam rijden. Om 17:43 uur is de eerste registratie in Amsterdam, waarna de Renault Kadjar meerdere registraties heeft in Amsterdam West.
17:47 uur
[medeverdachte 1]
Kan je die ding snel testen
17:48 uur
[medeverdachte 9]
we zijn nu Adam
17:49 uur
[medeverdachte 9]
Hij is schoon toch
17:49 uur
[medeverdachte 1]
Ja jr moet filmpje makken
Als je test
17:50 uur
[medeverdachte 1]
Laat die pool filmpje maken hoe jullie hem testen
17:50 uur
[medeverdachte 9]
Oke we moete ff goeie plek zoeke
17:58 uur
[medeverdachte 1]
Maak filmpje aub
Van
Dat je test die glock
17:58 uur
[medeverdachte 9]
Jaman komt goes bro
18:10 uur
[medeverdachte 9]
Ik heb op industries gestest
18:11 uur
[medeverdachte 9]
Deze diet trrr
Deze is goed
18:12 uur
[medeverdachte 9]
Kan me die andere niet vanuitcwaggie broe
Deze moet tege schouder
18:13 uur
[medeverdachte 1]
Kan wel
Hard vast houden
Hij moet filmen
18:14 uur
[medeverdachte 1]
Doe maar uit wagi
18:14 uur
[medeverdachte 9]
Al’s we plek hrbbr
Stuur ik je
18:24 uur
[medeverdachte 1]
Doe gwn uit ram
18:24 uur
[medeverdachte 9]
Jaman hebbe plek
Moment
18:26 uur
[medeverdachte 9]
Deze is niet goed
Gaan nog been x probere
Bro deze hapert
Bullet blijfen vastzitte
Op de Google Pixel telefoon waarmee [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] communiceerden, is een video aangetroffen met tijdstempel: 6 juli 2021 om 18:26 uur. Op de video is te zien hoe een persoon een MP5 van het merk Heckler & Koch vasthoudt, de loop uit het autoraam steekt en drie keer de trekker overhaalt. Te zien is dat het wapen niet vuurt. De persoon probeert hierna meermalen om het wapen af te vuren, maar het wapen vuurt niet.
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij het wapen heeft getest dat het niet bleek te doen.
Het chatgesprek vervolgt:
18:28 uur
[medeverdachte 1]
Ga naar doe plek
Rijden
Gelijk
18:28 uur
[medeverdachte 9]
Ja zijn omw
18:28 uur
[medeverdachte 1]
Heb die je laten zien
18:29 uur
[medeverdachte 1]
Waar hij gaat staan
18:30 uur
[medeverdachte 9]
We gaan daar nu heen
Gaat die allies uitleggen
18:37 uur
[medeverdachte 1]
Afbeelding: foto van Peter R. de Vries in de live-uitzending van RTL Boulevard
Zeg tegen die pool
Hij is er
Zo zit die uit
18:38 uur
[medeverdachte 1]
Afbeelding: foto van Peter R. de Vries in de live-uitzending van RTL Boulevard
18:38 uur
[medeverdachte 9]
Hij zegt kan he pools naar hem schrijven
Berichten in de Poolse taal
18:40 uur
[medeverdachte 1]
Ga en laat het aan hem zien, dat is het beste
En kom terug naar de auro
auto
18:41 uur
[medeverdachte 1]
Bek misschien kunnen jullie hem met z’n tweeën doen
18:44 uur
[medeverdachte 2]
Het is onmogelijk
Want het zal ons niet lukken om te vluchten
Er is geen plek om de auto
te parkeren
18:44 uur
[medeverdachte 1]
Oké
Laat hem zien waar de mac is
18:45 uur
[medeverdachte 2]
Ja ik zal samen met hem [daarheen] lopen
18:45 uur
[medeverdachte 1]
Doe het zo dat het lukt
Laat hem alles zien
Zeg tegen hem dat hij niet bang moet zijn
Berichten in de Nederlandse taal
18:46 uur
[medeverdachte 9]
Neeman gap
Zijn niet bang
Zijn blij
18:46 uur
[medeverdachte 1]
Bro als hem zit gelijk doen
Gelijk
18:47 uur
[medeverdachte 9]
Ja nneef
Ik ga snel maccie
Op camerabeelden is te zien dat de Renault Kadjar om 18:47 uur de Prinsengracht op rijdt en wordt geparkeerd op een invalideparkeerplaats. [medeverdachte 9] en [medeverdachte 2] lopen over de Prinsengracht richting de Leidsestraat. Ze slaan linksaf de Leidsestraat in, lopen vervolgens langs de McDonalds en slaan de Lange Leidsedwarsstraat in. Zij lopen voorbij de achteruitgang van de studio van RTL Boulevard en kijken allebei tijdens het voorbijlopen in de richting van die uitgang. Zij lopen verder over de Lange Leidsedwarsstraat, langs parkeergarage De Hoofdstad en vervolgens via de Spiegelgracht terug naar de Renault Kadjar. Om 18:56 uur stappen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] in de Renault Kadjar.
Drie minuten later stapt [medeverdachte 9] uit de auto. Hij doet een schoudertas om en zet tijdens het weglopen een pet op. De Renault Kadjar rijdt weg richting de Spiegelgracht. [medeverdachte 9] loopt via de Leidsekruisstraat naar de Lange Leidsedwarsstraat. Vervolgens is te zien dat hij van het midden van de Lange Leidsedwarsstraat naar de rechterzijde van de straat loopt en uit beeld verdwijnt.
Berichten in de Poolse taal
19:01 uur
[medeverdachte 2]
Ik ben er geweest om hem te voet daarheen te brengen
Ik heb hem alles laten zien
19:02 uur
[medeverdachte 2]
Hij is daar
Ik wacht op hem
19:02 uur
[medeverdachte 1]
Heb je tegen hem gezegd om hem naast de garage te doen
19:14 uur
[medeverdachte 2]
Het duurt een beetje lang voordat hij komt
19:15 uur
[medeverdachte 2]
Wanneer is het einde
Weet je [dat]
Ik ben rondjes aan het rijden om hem onderweg mee te nemen
19:15 uur
19:16 uur
[medeverdachte 1]
Blijf daar staan
Blijf daar staan
19:16 uur
[medeverdachte 2]
Ik ben er
19:16 uur
[medeverdachte 1]
Blijf wachten
Op camerabeelden is te zien dat de Renault Kadjar tussen 19:01 uur en 19:13 uur rondjes aan het rijden is en langs de kruising tussen de Prinsengracht en de Spiegelgracht rijdt. Vervolgens is te zien dat de auto om 19:16 uur parkeert aan de linkerzijde van de Prinsengracht.
[medeverdachte 2] heeft ter terechtzitting in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 6 juli 2021 in Amsterdam een rondje heeft gelopen en dat hij daarbij langs de parkeergarage De Hoofdstad en de McDonalds is gelopen met de persoon die bij hem in de auto zat.
Neerschieten De Vries
Om 19:26 uur verlaat De Vries via de achteruitgang de studio van RTL Boulevard. Hij loopt door de Lange Leidsedwarsstraat in de richting van de Spiegelgracht.
Om 19:27 uur rijdt de Renault Kadjar weg vanaf de Prinsengracht in de richting van de Vijzelgracht.
Om 19:28 uur loopt De Vries over de Lange Leidsedwarsstraat. Op de camerabeelden is te zien dat vanaf de rechterzijde van de straat – op de plek waar De Vries net is gepasseerd en ter hoogte van de plek waar [medeverdachte 9] eerder uit het beeld was verdwenen – een persoon in het donker gekleed in beeld komt. De donker geklede persoon maakt met zijn rechterarm een beweging waarmee de elleboog omhoog komt. De donker geklede persoon loopt achter De Vries, in dezelfde richting als De Vries.
Op 6 juli 2021 om 19.28 uur is De Vries neergeschoten op de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam.
De donker geklede persoon rent weg in de richting van de Spiegelgracht.
[verdachte] en [medeverdachte 4] zijn ook in Amsterdam en filmen het slachtoffer
Op 6 juli 2021 om 16:49 uur, wordt de Peugeot 206 met [kenteken 3] geregistreerd op de [adres 7] . Vervolgens rijdt de Peugeot 206, om 16:50 uur door de Maastunnel naar Amsterdam.
Op 6 juli 2021 om 16:34 uur voert [medeverdachte 6] een telefoongesprek met [verdachte] en [medeverdachte 4] . In het gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:
[medeverdachte 6] : jaah wat doen jullie
[verdachte] : we zijn op een rustig hier nog steeds op werk
[medeverdachte 6] : nog steeds op werk
[verdachte] : ach jaah
[medeverdachte 6] : zitten jullie in de regen?
[verdachte] : nee we zitten in de auto
Op camerabeelden is te zien dat de Peugeot 206 met [kenteken 3] om 18:27 uur parkeert op de Prinsengracht in Amsterdam. [verdachte] en [medeverdachte 4] stappen uit. Zij lopen over de Prinsengracht in de richting van de Leidsestraat. Zij komen om 18:33 uur aan bij eerdergenoemde McDonalds. [medeverdachte 4] gaat naar binnen, gevolgd door [verdachte] . [medeverdachte 4] lijkt naar iets te wijzen in de McDonalds. [medeverdachte 4] loopt naar buiten en loopt ongeveer tien meter de Lange Leidsedwarsstraat in en kijkt bij de McDonalds door het raam naar binnen. Vervolgens kijkt hij in de richting van de achteruitgang van de RTL Boulevard-studio en loopt terug naar de ingang van de McDonalds en gaat naar binnen. [verdachte] en [medeverdachte 4] bestellen eten. Om 18:40 uur gaan zij met hun eten aan een tafeltje zitten rechts achterin, aan het raam. Vanaf die plek hebben zij zicht op de achteruitgang van de studio van RTL Boulevard. Zij blijven hier vervolgens ruim drie kwartier zitten, tot 19:28 uur.
Kort nadat De Vries de studio verlaat, verlaten [verdachte] en [medeverdachte 4] de McDonalds via de nooduitgang. Na het vallen van de schoten beginnen [verdachte] en [medeverdachte 4] te rennen richting De Vries. Zij hebben beiden op dat moment een telefoon in hun hand. Kort daarna staat [medeverdachte 4] vlakbij de plek waar De Vries op de grond ligt. Een aantal meter daarachter staat [verdachte] met een telefoon in zijn rechterhand. Om 19:30 uur lopen [verdachte] en [medeverdachte 4] op de Spiegelgracht in de richting van de Prinsengracht. Om 19:41 uur lopen zij over de Prinsengracht in de richting van de Peugeot 206, waarna zij in de auto stappen en wegrijden.
Vlak na het neerschieten van Peter R. de Vries circuleren er op het internet en sociale media meerdere filmpjes waarop te zien was dat Peter R. de Vries neergeschoten op de grond ligt. Eén van deze filmpjes is gemaakt door [medeverdachte 4] .
Vlucht van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] en hun aanhouding
Om 19:28 uur rijdt de gestolen Renault Kadjar, vanuit de richting van de Vijzelgracht, over de Prinsengracht in de richting van de Spiegelgracht. Om 19:29 uur rijdt de auto over de Antiquairsbrug en slaat linksaf de Prinsengracht op.
Om 19:29 uur rent de donker geklede persoon uit de richting van de Spiegelgracht de Prinsengracht op.
Het chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] gaat als volgt verder:
Berichten in de Poolse taal
19:30 uur
[medeverdachte 1]
En wat is er
Is [hij] er nog steeds niet
Berichten in de Nederlandse taal
19:30 uur
[medeverdachte 9]
Bro ahahahah
19:31 uur
[medeverdachte 9]
Dwarfs door die kk hoofs rn lichaam
19:31 uur
[medeverdachte 1]
Echt
19:31 uur
[medeverdachte 9]
gelukt
Jaman
19:31 uur
[medeverdachte 1]
Zeker
19:31 uur
[medeverdachte 9]
Hij is doood
Kk dood
19:32 uur
[medeverdachte 1]
Weet je zeker
Hij is slaapnw
19:33 uur
[medeverdachte 9]
Bro die kogel gicbt dwars door ze hoofs 2 keer
Allies spoot
Kk mooi
die bloed iedereen gille
19:34 uur
[medeverdachte 1]
Weet je zeker
Is gelukt
19:34 uur
[medeverdachte 9]
Jaa bro
Hij bewoog niet niks meer
19:34 uur
[medeverdachte 1]
Hoeveel keer
19:35 uur
[medeverdachte 9]
4/5/x
hij slaapt maak he niet druk
19:35 uur
[medeverdachte 1]
Weet je zeker
19:36 uur
[medeverdachte 9]
Jaa bro Zn ogen lagen open
19:36 uur
[medeverdachte 1]
Heb je hem voor gedaan
Zijn jullie weg
19:37 uur
[medeverdachte 9]
Gewoon voor Zn auto
Ja richting snelweg
19:37 uur
19:37 uur
19:37 uur
[medeverdachte 1]
[medeverdachte 9]
[medeverdachte 1]
Diw platen weg doen auto in fik
Diw grote me neme
Waar moet die kleine
In water
19:39 uur
[medeverdachte 1]
Kleren ook in fik
19:46 uur
[medeverdachte 9]
Stuur die adrrss door naar mij aub
19:46 uur
[medeverdachte 1]
Welke
19:46 uur
[medeverdachte 9]
die nummer
Die ik jou vandaag gaf
19:47 uur
[medeverdachte 1]
[telefoonnummer 10]
Kan ze jullie Tiel brengen
19:48 uur
[medeverdachte 1]
Laat haar je Tiel brengen
19:49 uur
[medeverdachte 1]
Same met Die pool
19:50 uur
[medeverdachte 1]
En die platen trekken als je brand wago
Wacht ga naar die adrdsx van die polen
19:51 uur
[medeverdachte 1]
In rotje zeg tegen pool
19:51 uur
[medeverdachte 9]
oke
We gaan daar heen
19:52 uur
[medeverdachte 1]
Hij is niet thuis
19:53 uur
[medeverdachte 1]
Waar rijden jullie
19:54 uur
[medeverdachte 9]
Bij hoofdorp bihna
Bijna
19:59 uur
20:01 uur
20:04 uur
[medeverdachte 9]
[medeverdachte 1]
politir motor achtrt ons
We gaan gevouwt worde
Maak die twl van die pool kapot
En simkart opeten
20:13 uur
[medeverdachte 9]
Stopteke
20:14 uur
[medeverdachte 9]
Zorg voor me FAM
Beef gun alles
20:14 uur
[medeverdachte 1]
Doe twl uit
Het telefoonnummer [telefoonnummer 10] dat [medeverdachte 1] op verzoek van [medeverdachte 9] stuurt, is het telefoonnummer van de vriendin van [medeverdachte 9] .
Omstreeks 20:00 uur wordt de Renault Kadjar op de A4 gezien door een motoragent. De motoragent volgt de Renault Kadjar. Meerdere politievoertuigen sluiten hierbij aan. Omstreeks 20:15 uur wordt de Renault Kadjar ‘staande gehouden’. In de auto zitten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] . [medeverdachte 2] was de bestuurder en [medeverdachte 9] de bijrijder. Zij zijn beiden omstreeks 20:17 uur aangehouden.
De handen van zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 9] onderzocht op schotresten. Uit de conclusie van het NFI-rapport ‘Aanvullend schotrestenonderzoek’ leidt het hof af, mede gelet op de overige feiten en omstandigheden, dat op de handen van beide verdachte schotresten zijn aangetroffen.
[medeverdachte 2] heeft in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 6 juli 2021 naar Rotterdam is gegaan en vervolgens met één persoon naar Amsterdam is gereden. Ze hebben de wapens getest. Hij heeft deze persoon de witte deur bij de McDonalds (het hof begrijpt: de achteruitgang van RTL Boulevard) en de parkeergarage laten zien. Nadat die persoon uit de auto is gestapt, liep de persoon terug en heeft [medeverdachte 2] op hem gewacht. De man is later weer in gestapt en op de snelweg zijn ze beiden aangehouden.
[medeverdachte 1] heeft ter zitting in eerste aanleg verklaard dat hij berichten heeft verstuurd. Dit proces-verbaal is in de zaak van de verdachte gevoegd. Het hof begrijpt dat [medeverdachte 1] de berichten bedoeld die met de Google Pixel telefoon met matrix-id *4299 zijn verzonden.
Getuige 5089 heeft verklaard dat [medeverdachte 1] hem heeft verteld dat [medeverdachte 9] degene is die geschoten heeft en dat [medeverdachte 9] na de moord op De Vries via de speciale telefoon aan [medeverdachte 1] heeft geschreven dat hij voor zijn familie moest zorgen.
In de Renault Kadjar aangetroffen goederen
De Renault Kadjar is door de politie doorzocht. In de auto lag achter de bestuurdersstoel een Louis Vuitton schoudertas. In de tas zat een bankpas op naam van de vriendin van [medeverdachte 9] en een Nederlandse identiteitskaart op naam van [medeverdachte 9] . In de tas is een getransformeerd gas- en alarmpistool van het merk Zoraki, model 917, dat was voorzien van een valse inscriptie ‘Glock 25’, aangetroffen. In de kamer van het wapen zat één patroon en in het patroonmagazijn zaten 6 patronen.
Achter de bijrijdersstoel is op de vloer een ‘Hoogvliet’ big shopper tas aangetroffen met daarin een patroonmagazijn gevuld met zeven patronen, geschikt voor de Zoraki, een machinepistool van het merk Heckler & Koch, type MP5, en twee patroonmagazijnen met respectievelijk 25 en 21 patronen voor de MP5.
Op de patroonhouder van de Zoraki is een dactyloscopisch spoor aangetroffen dat overeenkomt met de linker duim van [medeverdachte 9] . Op de trekker, bij het handvat en van de zijkant en de onderzijde van de patroonhouder zijn DNA-mengprofielen van meerdere donoren verkregen. Het is respectievelijk circa 360 duizend, circa 170 duizend, meer dan 1 miljard en circa 5,8 miljoen keer waarschijnlijker dat – samengevat – dit mengprofiel wordt gezien wanneer [medeverdachte 9] één van de donoren is dan wanneer dit niet zo is.
Op het extra patroonmagazijn geschikt voor de Zoraki, dat in de big shopper tas zat, is een DNA-mengprofiel verkregen. Het is circa 260 miljoen keer waarschijnlijker dat dit mengprofiel wordt gezien wanneer [medeverdachte 9] één van de donoren is dan wanneer dit niet zo is.
Op de plek waar De Vries is neergeschoten, zijn vier hulzen aangetroffen. Deze hulzen zijn door het NFI vergeleken met de Zoraki. Op basis van het daarvan opgemaakte rapport concludeert het hof, mede in het licht van de overige feiten en omstandigheden, dat in elk geval drie (AAJP0397NL, AAJP0398NL en AAJP0399NL) van de vier hulzen zijn verschoten met de Zoraki.
Achter het linkeroor van De Vries is een inschotwond en in de rechterwang is een metalen projectiel met een bijbehorend schotkanaal aangetroffen. Deze kogel is door het NFI onderzocht. Op basis van het daarvan opgemaakte rapport concludeert het hof, mede in het licht van de overige feiten en omstandigheden, dat deze kogel is verschoten met de Zoraki.
15 juli 2021 – overlijden De Vries
Op 15 juli 2021 is De Vries aan zijn verwondingen overleden.
Tussenconclusie
Op grond van de voorgaande onderzoeksbevindingen stelt het hof vast dat, nadat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 7] zich hadden teruggetrokken als schutters, [medeverdachte 1] [medeverdachte 9] op 6 juli 2021 bereid heeft gevonden om De Vries te vermoorden. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] zijn diezelfde dag in de Renault Kadjar met de Google Pixel telefoon en de op 5 juli 2021 in Alphen aan den Rijn door [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] opgehaalde vuurwapens naar Amsterdam gereden met het doel om De Vries dood te schieten. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] hebben de vuurwapens in opdracht van [medeverdachte 1] onderweg getest. In Amsterdam heeft [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 9] laten zien waar De Vries vandaan zou komen en waar hij doodgeschoten moest worden. Ook dit gebeurde in opdracht van [medeverdachte 1] . Het hof stelt verder vast dat [medeverdachte 9] De Vries heeft neergeschoten met de in Alphen aan den Rijn opgehaalde Zoraki. [medeverdachte 9] heeft hiervan verslag gedaan aan [medeverdachte 1] . Hierna zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] Amsterdam uitgereden en was er conctact met [medeverdachte 1] over waar zij naar toe moesten gaan. Zij zijn niet veel later op de snelweg aangehouden.
Na 6 juli 2021 – Gesprekken [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 6]
In een spraakbericht van 14 juli 2021 zegt [medeverdachte 4] onder meer het volgende:
‘We gaan gewoon staan en we kijken naar de straat en zo… jaah het is gebeurd het is gebeurd.
Maar die mannen aan die kant die hebben grote domme dingen gedaan, 5 keer geluid en een in zijn hoofd. (…) Ik denk dat ze ook zijn begonnen met praten want op het nieuws staat er van alles zo van dat ze willen weten hoeveel die man betaald heeft om het te laten doen… dit en dat en ze hebben zelfs de naam van de grote man genoemd en zo’.
Op 28 juli 2021 voert [medeverdachte 6] vanuit de gevangenis een gesprek met [medeverdachte 4] . In het gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:
[medeverdachte 4] : jaah maar men we hebben niks met die mannen te maken … want we kennen ze niet eens die clownen.
Op 26 oktober 2021 om 18:36 uur voert [medeverdachte 6] vanuit de gevangenis een gesprek met [verdachte] . In het gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:
[medeverdachte 6] : vergeet niet vandaag naar opsporing verzocht te kijken
[verdachte] : omdat de mannen zijn blijven zeuren daarom ben ik gegaan… anders was ik niet gegaan
[medeverdachte 6] : jullie beiden… je kan zien dat ze beiden achter de man lopen gewoon. Je ziet dat die man aan komt, terug loopt, Men komt terug lopen… filmt die man in zijn gezicht
[verdachte] : ze hebben mij verhoord en ze hebben mij van alles gevraagd.
Ze bleven vragen stellen en ze zeiden dat die man belangrijk was en ik zei:
“ik ken hem niet”.
[medeverdachte 6] : daarom zeg ik je, kijken naar opsporing verzocht, ik ga ook kijken … wat ze van jullie gezet hebben was gewoon op het nieuws laten zien maar ze zijn er niet meer op terug gekomen weet je
Maar… jullie werkten samen met die mannen
[medeverdachte 6] : Maar Men heeft dom gedaan die lul en hij is ook terug komen lopen
[verdachte] : jaa, toen heeft hij gebeld… toen heeft hij gebeld
[medeverdachte 6] : toen heeft hij gebeld
[verdachte] : … gebeld en is hij dicht bij die man gegaan en heeft hij gezegd: “kijk maar”.
Op 14 januari 2022 is [verdachte] op het politiebureau verhoord. Na afloop van het verhoor wordt [verdachte] opgehaald door [persoon 6] (hierna: [persoon 6] ) en daarna vindt er een ontmoeting plaats tussen [verdachte] , [persoon 6] en [persoon 7] . Het gesprek is middels OVC-techniek opgenomen en onder meer het volgende wordt gezegd:
[verdachte] : eigenlijk,.. kijk,.. ze weten het niet! Dat is het,... hahaah dat is de ding. Want [persoon 8] heeft 3 mensen de opdracht gegeven. En één van de mensen waarvan hij de opdracht heeft gegeven. Een van de mensen waarvan hij de opdracht aan heeft gegeven die heeft ons de opdracht gegeven om de klus te doen. Hij heeft ze gezegd om de straat in de gaten te houden, camera dit en dat etc. De straat in de gaten houden. Maar wij waren niet van plan om die dag te gaan. Maar ze zeiden: nee je moet nog één dag gaan. Want vergeet niet dat ik al twee keer ben gegaan, als ik al twee keer ben gegaan dan heb ik daar toch niks meer te zoeken.
Maar degene die ons de opdracht heeft gegeven die hebben ze daar ook in de buurt vastzitten.
[persoon 7] : dan hebben ze iedereen gepakt dan?
[verdachte] : plus een maat die daar eigenlijk had moeten zijn maar die was er niet. Kijk de mensen hebben me gestuurd. Ze weten dat ik die man ben gaan bezoeken in de PI in Leiden en alles.
[persoon 6] : want de schutters willen niet takkie... Zo zegt het nieuws. De schutters willen niet meer praten broer
[verdachte] : ze hebben me in de McDonalds aan het eten en zo. Nee, want de broer was met me aan het kijken dat de man naar buiten komt.
[persoon 7] : om wat te doen?
[verdachte] : hahah. Om hem te zien toch. Omdat de mensen geen foto wilden geven. Want ze weten wie de persoon is, maar ze willen geen foto geven zodat ik niet ga zeggen: ow jee, nee deze persoon niet snap je? Want ze wilden dat we dat ding zouden doen.
[persoon 7] : zonder te weten wie het is, daarom zijn jullie je in een situatie terecht gekomen. Dat jullie niet weten wie jullie moeten gaan vermoorden.
[verdachte] : jaah dat was de ding
[persoon 7] : ze laten jullie daar iemand gaan vermoorden zonder dat jullie weten hoe en wat en wie het is.
[persoon 6] : en een journalist ook bro
[verdachte] : want toen ze de prijs noemde zei ik oké een mooi bedrag
[persoon 6] is op 18 oktober 2023 bij de rechter-commissaris als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat het OVC-gesprek van 14 januari 2022 gaat over Peter R. de Vries en dat [verdachte] heeft verteld dat hij ervan wordt verdacht dat hij op de uitkijk heeft gestaan.
4.3
Moord op De Vries (feit 1)
Plegen en medeplegen
Aan de verdachte is in de eerste plaats (primair) ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van de moord op de Vries of het medeplegen van die moord. Met andere woorden; dat hij de moord samen met anderen heeft gepleegd. Net als de rechtbank, het openbaar ministerie en de verdediging is het hof van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van moord. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Medeplichtigheid
Standpunt van het openbaar ministerie
Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (het medeplegen) van medeplichtigheid aan het medeplegen van moord. Hij heeft op 6 juli 2021 tijdens de uitzending van RTL Boulevard op de uitkijk gestaan/gezeten in de McDonalds en De Vries gevolgd nadat hij via de achteruitgang de studio verliet en naar de parkeergarage liep. Het openbaar ministerie stelt dat de voorverkenningen in juni en juli van [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 5] waren gericht op het verzamelen van inlichtingen voor de uitvoerders van de aanslag op De Vries op 6 juli 2021. Het is zeer onaannemelijk dat de verkennende activiteiten op 9 juni 2021, 1 en 5 juli 2021 alleen waren gericht op het verzamelen van inlichtingen die niet bedoeld waren voor de uitvoerders van de moordaanslag op 6 juli 2021. De rol van [medeverdachte 4] en [verdachte] op 6 juli 2021 moet worden gezien als die van zogenoemde ‘spotters’.
Hoewel er geen communicatie is vastgesteld op de dagen dat er voorverkenningen zijn geweest, duiden de bevindingen in het onderzoek op een nauwe samenwerking die gericht was op de moord van De Vries. Het kan niet anders dan dat er communicatie is geweest tussen de spotters, de opdrachtgever en de uitvoerders. Het openbaar ministerie wijst daarbij op het feit dat de Renault Kadjar kort nadat De Vries de studio verliet, in beweging kwam en op het doelgerichte gedrag van [verdachte] en [medeverdachte 4] meteen na de aanslag. Ook is van belangt dat de ‘Poolse’ en ‘Antilliaanse’ verdachten in de middag voor de moord vrijwel tegelijkertijd in de buurt van het [adres 6] in Rotterdam aanwezig waren en dat beide groepen in verband kunnen worden gebracht met een geweldsklus begin mei 2021.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft gewezen op het gedrag van [verdachte] en [medeverdachte 4] dat te zien is op de verschillende camerabeelden. Dat gedrag wijst er op dat zij niet op de uitkijk stonden. Zij komen namelijk niet direct in actie als De Vries de studio van RTL Boulevard verlaat. Niet kan worden vastgesteld dat [verdachte] en [medeverdachte 4] enige bijdrage hebben geleverd aan de moord op De Vries. Uit het dossier blijkt niet dat zij inlichtingen hebben verstrekt aan de uitvoerders. Ook blijkt niet dat de uitvoerders van de moord wisten dat [verdachte] en [medeverdachte 4] aanwezig waren. Alles wijst erop dat [verdachte] en [medeverdachte 4] niet nodig waren bij de uitvoering.
Zelfs als zou komen vast te staan dat [verdachte] en [medeverdachte 4] aanwezig waren om het slachtoffer te filmen, dan was dat geen bijdrage aan de moord op De Vries. Dat is geen handeling die betekent dat de verdachte medeplichtig is geweest aan moord.
Voor zover uit het dossier blijkt dat de verdachte samen met [medeverdachte 4] betrokken is geweest bij voorverkenningen, dan is er geen bewijs dat er inlichtingen zijn doorgespeeld aan de uitvoerders. Bij de beoordeling van het bewijs moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat [verdachte] en [medeverdachte 4] de klus niet hebben aangenomen en dat de klus naar andere uitvoerders is gegaan.
Uit het dossier blijkt niet dat de Antilliaanse groep en de Poolse groep contact hebben gehad over de moord op De Vries.
Juridisch kader
Aan de verdachte is subsidiair ten laste gelegd dat hij medeplichtig is geweest aan de moord op De Vries. Deze ‘deelnemingsvorm’ is strafbaar gesteld in artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel noemt twee vormen van medeplichtigheid: ‘behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf’ en ‘het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf’. De eerste vorm wordt ook wel de gelijktijdige medeplichtigheid genoemd en de tweede vorm wordt voorafgaande medeplichtigheid genoemd.
Gedragingen die na het misdrijf worden verricht, kunnen als zodanig geen medeplichtigheid opleveren. Wel kunnen gedragingen na het misdrijf bijdragen aan het bewijs dat de verdachte voorafgaand of gelijktijdig bij het misdrijf betrokken is geweest. Voor het overige zijn gedragingen verricht na het misdrijf, alleen strafbaar als een aparte strafbepaling daarin voorziet.
Volgens artikel 48 Sr is voor strafbare medeplichtigheid opzet vereist. Dit opzet van de verdachte moet gericht zijn op zijn handelingen als medeplichtige – het behulpzaam zijn bij of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen – en (in beginsel volledig) op het misdrijf dat de dader heeft gepleegd.
Voor de strafbaarheid van medeplichtigheid gelden dus drie voorwaarden: (i) de medeplichtige moet opzet hebben op zijn eigen bijdrage en op het misdrijf dat hij ondersteunt, (ii) hij moet daadwerkelijk hulp hebben verleend – hetzij voorafgaand aan hetzij tijdens het plegen van het misdrijf – en (iii) het misdrijf – dan wel een strafbare poging daartoe of strafbare voorbereiding daarvan – moet zijn gevolgd.
Oordeel van het hof
Uit het bewijs blijkt dat [medeverdachte 4] en [verdachte] wisten dat er een opdracht was gegeven om iemand te vermoorden. [medeverdachte 4] en [verdachte] hebben in verband daarmee in Amsterdam voorverkenningen verricht. Op 6 juli 2021 zaten [medeverdachte 4] in de McDonalds met uitzicht op de achteruitgang van de RTL-studio. Nadat De Vries de studio had verlaten, zijn zij in dezelfde richting gelopen als De Vries. Nadat De Vries was neergeschoten heeft [medeverdachte 4] gebeld met een derde en heeft hij een filmpje gemaakt waarop te zien is dat De Vries was neergeschoten.
Uit de dossierstukken blijkt dat de moord op De Vries is gepleegd door [medeverdachte 9] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Het hof heeft op basis van het dossier niet kunnen vaststellen dat er op enig moment direct of indirect communicatie heeft plaatsgevonden tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] aan de ene kant en [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] aan de andere kant. Het hof heeft ook niet kunnen vaststellen dat de uitvoerders van de moord op de hoogte waren van de aanwezigheid van [verdachte] en [medeverdachte 4] op 6 juli 2021 in Amsterdam of dat [verdachte] en [medeverdachte 4] wisten dat De Vries op 6 juli 2021 vermoord zou worden. In het chatgesprek met de Google Pixel telefoon tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] of in andere dossierstukken zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor een betrokkenheid, direct of indirect, van [verdachte] en [medeverdachte 4] bij de voorbereiding of de uitvoering van de moord door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 2] . Ook valt op dat geen van de getuigen die hebben verklaard over de moord en de planning daarvan – zoals de getuigen [persoon 4] , [getuige] en 5089 – enige aanwijzing hebben gegeven dat er ook andere (Antilliaanse) personen betrokken waren.
Het openbaar ministerie heeft er op gewezen dat de ‘Poolse’ en ‘Antilliaanse’ verdachten in de middag voor de moord vrijwel tegelijkertijd in de buurt van het [adres 6] in Rotterdam aanwezig waren en dat beide groepen in verband kunnen worden gebracht met een geweldsklus begin mei 2021. Deze omstandigheden hebben echter geen doorslaggevende betekenis. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat [verdachte] en [medeverdachte 4] in juli 2021 in Rotterdam verbleven, zodat het niet veel zegt dat zij op 6 juli 2021 in de buurt van het [adres 6] reden. Uit de dossierstukken wordt inderdaad duidelijk dat er op 6 juli 2021 ‘s middags een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen de ‘Poolse’ verdachten. Het dossier biedt echter geen concrete aanknopingspunten dat men van elkaars aanwezigheid op de hoogte was, laat staan dat [verdachte] en [medeverdachte 4] bij die ontmoeting aanwezig waren. Ook is van belang dat [medeverdachte 4] en [verdachte] maar kort dezelfde route rijden als [medeverdachte 9] en [medeverdachte 2] , en zij vervolgens een andere route nemen naar Amsterdam.
Het openbaar ministerie heeft er terecht op gewezen dat er aanwijzingen zijn dat beide groepen bezig zijn geweest met een opdracht om geweld te plegen richting [persoon 9] . Dat deze groepen daarbij contact hadden of samenwerkten, blijkt echter onvoldoende. Het hof verwijst naar wat hierna nog zal worden uitgelegd in het gedeelte dat gaat over de ten laste gelegde deelneming aan een criminele organisatie.
Het voorgaande leidt tot de tussenconclusie dat uit het bewijs niet blijkt dat er contact is geweest tussen [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] aan de ene kant en [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] aan de andere kant. Niet rechtstreeks en niet via een derde. Dit neemt uiteraard niet weg dat [verdachte] en [medeverdachte 4] de achteringang van de studio in de gaten hielden, dezelfde richting op zijn gelopen als De Vries en een filmpje hebben gemaakt.
Bij de beoordeling van de betekenis van het bewijs is echter van belang dat de dossierstukken concrete aanwijzingen bevatten dat er meerdere groepen bezig waren met de moord op De Vries. Het hof kan dat niet met zekerheid vaststellen, maar de aanwijzingen zijn zo concreet dat het hof daar rekening mee moet houden bij de waardering van het bewijs. Zoals hiervoor al is beschreven, heeft [verdachte] aan [persoon 7] verteld dat de opdracht aan drie mensen was gegeven. En één van die drie mensen had hun gevraagd om de klus te doen. Het hof houdt het dus voor mogelijk dat [verdachte] en [medeverdachte 4] op 6 juli 2021 aanwezig waren voor de voorbereiding van een moord door hun groep. Met welke bedoeling zij daar op 6 juli 2021 waren, legt [verdachte] ook uit aan [persoon 7] . [verdachte] vertelt dat hij met [medeverdachte 4] op 6 juli 2021 naar Amsterdam is gegaan om De Vries te zien als hij naar buiten zou komen. Zij waren gegaan om De Vries te zien omdat de opdrachtgevers geen foto hadden gegeven van de persoon die vermoord moest worden. Het was dus wel duidelijk dat er iemand vermoord zou worden, maar voor hen was nog onduidelijk wie het slachtoffer was.
In het gesprek zegt [verdachte] ook dat zij aanvankelijk niet van plan waren om op 6 juli 2021 te gaan observeren. Zij waren er namelijk al twee keer geweest en hij had daar op 6 juli 2021 niets meer te zoeken. Ook deze opmerking biedt een aanwijzing dat [verdachte] en [medeverdachte 4] op 6 juli 2021 niet aanwezig waren om op de uitkijk te staan bij de uitvoering van de moord door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] of om daarvan een filmpje te maken. In dat geval hadden zij op 6 juli 2021 namelijk wel iets te zoeken op deze locatie.
In een ander gesprek spreekt ook [medeverdachte 4] over een andere groep die de moord heeft uitgevoerd. Op 28 juli 2021 spreekt hij tegen [medeverdachte 6] over de mensen die het werk hebben gedaan, een Wakamaya-team (het hof begrijpt: een team van zwervers/nietsnutten). Verder in het gesprek zegt [medeverdachte 4] tegen [medeverdachte 6] dat zij niets met die mannen te maken hebben, ze kennen die ‘clownen’ niet eens.
Het hof heeft kennisgenomen van de camerabeelden waarop is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 4] in de McDonalds zitten met uitzicht op de achteruitgang van de RTL studio. Als De Vries om 19:27 uur de studio verlaat, komen [verdachte] en [medeverdachte 4] niet direct in actie. [verdachte] gooit eerst het afval nog weg, neemt de tijd om buiten een sigaret op te steken, waarna beiden in een rustig tempo de straat in lopen. Zij lopen inderdaad in dezelfde richting als De Vries, maar het tempo waarin zij lopen, wijst er niet direct op dat zij een rol hadden bij de moord of dat zij deze verwachtten. Pas als er schoten klinken, rennen zij naar de locatie toe waar De Vries ligt. Uit de dossierstukken wordt duidelijk dat [medeverdachte 4] degene is die daarna een filmpje heeft gemaakt dat uiteindelijk op internet is geplaatst. Het hof neemt op de beschikbare camerabeelden waar dat met name [medeverdachte 4] vrij dichtbij De Vries gaat staan waarbij hij zijn telefoon in beide handen heeft. Het lijkt erop dat hij iets leest, schrijft of verstuurt. [medeverdachte 4] loopt vervolgens weg, lijkt dan op enig moment op zijn telefoon te kijken, waarna hij plotseling omdraait en weer terug loopt naar De Vries. Het lijkt erop dat [medeverdachte 4] een verzoek krijgt. Tijdens het teruglopen, houdt hij de telefoon dichter bij zijn mond en maakt hij armgebaren alsof hij op dat moment met iemand spreekt.
In een telefoongesprek op 21 oktober 2021 vertelt [verdachte] tegen [medeverdachte 6] daarover, dat [medeverdachte 4] is terug komen lopen, hij toen heeft gebeld, dicht bij die man is gegaan en heeft gezegd: ‘kijk maar’.
Deze handelwijze wijst er niet zonder meer op dat er van te voren een plan was gemaakt dat [verdachte] en [medeverdachte 4] zouden filmen. Het past ten minste even goed bij een scenario waarin [verdachte] en [medeverdachte 4] bezig waren met een opdracht die aan verschillende groepen is gegeven en [medeverdachte 4] zijn contactpersoon ervan op de hoogte bracht dat De Vries al was neergeschoten. Het is goed mogelijk dat [verdachte] en [medeverdachte 4] naar De Vries zijn toegelopen omdat zij verrast waren, omdat aan hen de opdracht was gegeven om een voorverkenning te verrichten in verband met een aanslag op een andere dag of omdat zij verrast waren omdat ook aan hen de opdracht was gegeven om de moord te plegen.
In al deze omstandigheden waren zij niet medeplichtigheid aan de moord die op 6 juli 2021 werd uitgevoerd door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] . Zij hebben dan immers geen hulp verleend voorafgaand aan of tijdens het misdrijf.
Dat [verdachte] en [medeverdachte 4] ook aanwezig waren op de plek van de moord hoeft niet te betekenen dat hun aanwezigheid te maken had met de uitvoering van de moord door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] . Ook voor de voorbereiding van een moord door de groepering van [verdachte] en [medeverdachte 4] was het nodig om te gaan kijken op het moment waarop De Vries in de uitzending zat.
Wat verder nog opvalt, is dat [medeverdachte 4] en [verdachte] samen met [medeverdachte 5] op 5 juli 2021 naar Amsterdam zijn gereden waar hun auto voor het eerst om 19:39 uur door de ANPR is geregistreerd. [medeverdachte 1] had om 18:55 uur, ruim daarvoor dus, al ontdekt dat De Vries niet in de uitzending van RTL Boulevard zat, waarna het plan om hem op 5 juli 2021 te vermoorden al was afgeblazen. Toch zijn [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 5] nog naar Amsterdam gereden waar zij tot 20:16 uur zijn gebleven. Ook dit is een aanwijzing dat er niet werd samengewerkt tussen beide groepen. Op het moment dat [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 5] Amsterdam binnen kwamen rijden, waren [medeverdachte 2] en [medeverdachte 7] al terug in Rotterdam bij de woning waar [medeverdachte 7] verbleef.
Zoals hiervoor al is uitgelegd, zijn er geen aanwijzingen dat er rond de moord op De Vries communicatie heeft plaatsgevonden tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] aan de ene kant en [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] aan de andere kant. Het openbaar ministerie heeft wel nog gewezen op een spraakbericht van [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 3] van 6 juli 2021 waarin hij spreekt over ‘het nummer van een maat die kan worden toegevoegd zodat zij kunnen beginnen met praten’. Uit dat bericht zou kunnen worden afgelegd dat er een afzonderlijk communicatiekanaal is opgezet dat uit het zicht van de politie is gebleven. De betekenis van die mogelijkheid is echter beperkt. Daarbij is namelijk van belang dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] met elkaar contact hadden over de handel in verdovende middelen. Het communicatiekanaal hoeft dus niet iets te maken te hebben met de moord op De Vries. Ook is van belang dat er geen aanknopingspunten bestaan dat iemand van of rond de groep [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] deel heeft genomen aan dat communicatiekanaal. Zonder zo’n aanknopingspunt kan dit spraakbericht niet bewijzen dat er contact was tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] aan de ene kant en [verdachte] en [medeverdachte 4] aan de andere kant.
Het openbaar ministerie heeft aangevoerd dat, hoewel er geen communicatie tussen de ‘Antilliaanse’ groep en de uitvoerders is vastgesteld, het niet anders kan dan dat er communicatie heeft plaatsgevonden. Het heeft daarbij gewezen op het feit dat [medeverdachte 2] , meteen nadat De Vries bij RTL Boulevard was vertrokken, is gaan rijden om [medeverdachte 9] op te pikken. Het kan volgens het openbaar ministerie niet anders dan dat [verdachte] en [medeverdachte 4] het tijdstip van vertrek van De Vries bij RTL Boulevard hebben doorgegeven. Het hof volgt dat standpunt niet. [medeverdachte 2] was immers al veel vaker op de bewuste locatie geweest en wist op welk tijdstip RTL Boulevard zou aflopen en dus ook rond welk tijdstip de moordaanslag zou kunnen plaatsvinden. Uit het onderzoek in zijn telefoon blijkt dat hij dat op 5 juli 2021 nog had opgezocht en op 6 juli 2021 om 19:23 uur nog een keer, terwijl hij stond te wachten dus.
Dat [medeverdachte 2] kort voor het einde van RTL Boulevard is gaan rijden om [medeverdachte 9] op te pikken, wijst er daarom niet op dat er communicatie moet hebben plaatsgevonden. Het hof wijst daarbij ook op de in de Google Pixel telefoon aangetroffen chat tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Uit die chat blijkt dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] samen een vluchtplan hadden afgesproken. Ook blijkt daaruit wat dat vluchtplan was. [medeverdachte 2] schrijft om 18:44 uur: ‘er is geen plek om de auto te parkeren’, om 18:45 uur: ‘we hebben al een actieplan voor het vluchten’ en om 18:15 uur: ‘Ik ben rondjes aan het rijden om hem onderweg mee te nemen’. Waarna [medeverdachte 1] om 18:15 uur antwoordt: ‘blijf daar staan’. Het lijkt erop dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] hadden afgesproken dat [medeverdachte 2] rondjes zou rijden, maar [medeverdachte 2] op enig moment in opdracht van [medeverdachte 1] de auto heeft geparkeerd. Vervolgens is [medeverdachte 2] kort voor de aanslag weer met de auto gaan rijden zodat hij [medeverdachte 9] , conform de afspraak, al rijdend kon oppikken. De inhoud van deze chat laat zien dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] pas kort van te voren afspraken hadden gemaakt over de uitvoering en de vlucht, zonder dat [medeverdachte 4] en [verdachte] daarin een rol hadden.
Het hof komt dan ook tot de conclusie dat uit het beschikbare bewijs niet blijkt dat er een samenwerking bestond tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] aan de ene kant en [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] aan de andere kant. Wel zijn er in de dossierstukken concrete aanwijzingen dat er meerdere groepen bezig waren met de moord op De Vries. Dit alles betekent dat niet is komen vast te staan dat [verdachte] en [medeverdachte 4] behulpzaam zijn geweest voorafgaand of bij de moord op De Vries die door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] werd gepleegd. [verdachte] en [medeverdachte 4] waren dan ook niet medeplichtig aan deze gepleegde moord.
Het hof merkt ten overvloede nog het volgende op. Als afgesproken was dat [verdachte] en [medeverdachte 4] ter plaatse aanwezig waren met het doel om te bevestigen dat De Vries was neergeschoten, en als bewijs daarvan een filmpje te maken en te verzenden, dan is dat uiterst verwerpelijk. Het betekent alleen niet dat zij daarmee medeplichtig zijn aan de moord. Handelingen die worden verricht nadat het misdrijf is voltooid, kunnen dat misdrijf namelijk niet meer bevorderen of gemakkelijk maken.
Het hof is van oordeel dat niet bewezen is dat de verdachte medeplichtig is geweest aan moord op De Vries zoals subsidiair ten laste is gelegde. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken.
4.4
Deelname aan een criminele organisatie (feit 2)
Standpunt van het openbaar ministerie
Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Er werd samengewerkt en er is communicatie geweest tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 7] enerzijds en [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 6] anderzijds. Uit het beschikbare bewijs blijkt dat de verdachte betrokken is geweest bij voorverkenningen voor de moord op De Vries en ook op de dag van de moord behulpzaam is geweest. Ook is de verdachte betrokken geweest bij de zoektocht naar [persoon 9] (mei 2021) en bij voorbereidingen om geweld te plegen ten aanzien van ene [bijnaam 1] (in augustus 2021). [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] werden aangestuurd en gefacilieerd door [medeverdachte 8] en [medeverdachte 3] .
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat uit de dossierstukken niet blijkt dat er een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband was. De wijziging van de tenlastelegging door het openbaar ministerie heeft daar geen verandering in gebracht. Er is nog steeds geen link tussen de Antilliaanse groep en de Poolse groep. Voor zover al uit het beschikbare bewijs blijkt dat de verdachte met anderen heeft samengewerkt, had dat slechts een incidenteel karakter. Bij de zoektocht naar [persoon 9] waren verschillende personen betrokken die hoog uit
ad hocsamenwerkten. Geen van de betrokken personen is hiervoor veroordeeld. De gesprekken over [bijnaam 1] kunnen ook niet bijdragen aan het bewijs van een criminele organisatie. De gesprekken die daarover hebben plaatsgevonden, zijn onvoldoende concreet. Er heeft geen daadwerkelijk geweld richting [bijnaam 1] plaatsgevonden en het is niet duidelijk of de opdracht door [verdachte] is aangenomen. Het heeft er ook alle schijn van dat [verdachte] en [medeverdachte 4] de opdracht niet wilden uitvoeren.
Juridisch kader
Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven is strafbaar gesteld in artikel 140 Sr. Voor de beoordeling of een verdachte heeft deelgenomen aan een zogenoemde criminele organisatie gebruikt de rechter de volgende criteria (voor zover in deze strafzaak van belang).
Een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 Sr is een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.
Voor het bewijs van die ‘deelneming’ is nodig dat komt vast te staan dat de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen – of gedragingen ondersteunt – die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het is niet vereist dat vast komt te staan dat de betrokkene heeft samengewerkt, of bekend is, met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. Ook is niet vereist dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
Voor het bewijs gaat het erom dat de organisatie het ‘oogmerk’ heeft tot het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat er daadwerkelijk misdrijven zijn gepleegd. Het oogmerk, of het doel, van de organisatie hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit het bewijs blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
Oordeel van het hof
Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.
Zware mishandeling [persoon 9]
In de nacht van 2 op 3 mei 2021 heeft er communicatie plaatsgevonden tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] . Uit die communicatie blijkt dat [verdachte] met een ander of anderen op zoek was naar [persoon 9] om hem zwaar te mishandelen. [verdachte] werd daarbij aangestuurd door [medeverdachte 3] .
[verdachte] stuurt [medeverdachte 3] op 2 mei 2021 om 23:52 uur een bericht dat hij is aangekomen op een adres. Kort daarna stuurt hij een foto van een straatnaambordje met de straatnaam ‘ [straat 1] ’. Iets na middernacht stuurt [medeverdachte 3] een foto van een auto gevolgd door ‘ [straat 2] ’. [verdachte] reageert daarop dat zij in die straat zijn. [medeverdachte 3] stuurt vervolgens een foto van een straatnaambordje met de straatnaam ‘ [straat 2] ’.
Om 00:35 uur stuurt [medeverdachte 3] een bericht ‘Broer hij rijd in een ford fiesta’, [medeverdachte 3] zal nog een kenteken sturen. [medeverdachte 3] stuurt om 00:46 uur een schermafbeelding van een chat met ‘ [chatnaam 4] ’. Deze [chatnaam 4] bericht: ‘hond rijd met kenteken’. Dit bericht wordt gevolgd door een foto van een auto met [kenteken 4] . [chatnaam 4] schrijft vervolgens:
‘Jullie hebben ooo een foto van hem oke broer ?? Aub niet de verkeerde en niet in de buik of hoofd !! Beste met yzer op ze hoofd KO slaan en dan loop op zijn knie en vuren dan loop op zijn hand en vuren en op eleboog en vuren gewoon rustig en cool dan kan er niks fout gaan’.
[verdachte] vraagt daarna om een ‘pic van di gai’. Het hof begrijpt dit als een vraag om een foto van die man. Hierna stuurt [medeverdachte 3] een schermafbeelding van een chatgesprek waarin [chatnaam 4] zegt:
‘Als die hond niet om 01:00h er is of 02:00 dan slaapt die ergens anders’ en verder: ‘Dan beter yzer in de bosjes en autos beilig parkeren ik heb vervoer u jongens waar ze moeten zijn brengen we ze en waar we ze moeten ophapen morgen regel ik deze klus laten we niet los er is foto van hoofd+auto en kenteken’.
Om 01:01 uur stuurt [medeverdachte 3] een link naar [verdachte] , het is een link naar een youtube-filmpje waarin Hicham [persoon 9] te zien is. Het [kenteken 4] dat [chatnaam 4] stuurde, is het kenteken van een auto die wordt gebruikt door [persoon 9] .
De telefoon van [verdachte] peilt in de nacht van 2 op 3 mei 2021 uit in Nieuwegein.
Het hof stelt op basis van dit bewijs vast dat [verdachte] in de nacht van 2 op 3 mei 2021 met iemand anders of anderen in Nieuwegein is. Zij zijn op zoek naar [persoon 9] om hem zwaar te mishandelen. [persoon 9] moet eerst buiten bewustzijn worden geslagen en vervolgens door zijn knie, hand en elleboog worden geschoten. [medeverdachte 3] geeft daarvoor meerdere aanwijzingen die hij op zijn beurt ontvangt van een persoon die blijkens de chat ‘ [chatnaam 4] ’ wordt genoemd.
Ten behoeve van deze opdracht was er al een auto klaargezet. Als [verdachte] en deze ander(en) het slachtoffer niet zouden aantreffen, dan moest deze auto veilig geparkeerd worden. Ook was er voor dat geval vervoer georganiseerd naar huis, de volgende dag konden zij dan weer worden opgehaald. Er waren ook ‘yzers’ geregeld die in de bosjes achterelaten moeten worden als [persoon 9] niet gevonden zou worden. Het hof begrijpt de term ‘yzers’ als ‘vuurwapens’, mede gelet op de inhoud van de opdracht om het slachtoffer door de knie, hand en elleboog te vuren.
Het openbaar ministerie heeft erop gewezen dat [medeverdachte 3] op 3 mei 2021 om 00:04 uur een screenshot heeft gestuurd aan [verdachte] . Dat screenshot moet kort daarvoor zijn gemaakt met de telefoon van [medeverdachte 1] . Volgens het openbaar ministerie bewijst dit dat [medeverdachte 3] en [verdachte] samenwerkten met onder meer [medeverdachte 1] . Het hof vindt de betekenis van dit screenshot echter beperkt. Het biedt inderdaad een aanwijzing dat er op de een of andere manier contact was tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . Dat zij direct contact met elkaar hadden, blijkt echter niet uit de dossierstukken. De foto kan ook zijn gedeeld via een ander, bijvoorbeeld via een opdrachtgever die beide groepen heeft ingezet om [persoon 9] te vinden. Uit de dossierstukken blijkt dat er op meerdere dagen gedurende langere tijd naar [persoon 9] is gezocht. De dossierstukken bieden veel aanwijzingen wie daarbij betrokken waren en ook wanneer dat was, maar niet gebleken is dat daarbij werd samengewerkt door (onder meer) [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan de ene kant en [medeverdachte 3] en [verdachte] aan de andere kant.
Voorverkenningen De Vries
Hiervoor zijn de gebeurtenissen beschreven die hebben plaatsgevonden in aanloop naar de moord op De Vries op 6 juli 2021. Het bewijs voor deze gebeurtenissen, voor zover dat betrekking heeft op de verdachte, is opgenomen in bijlage II.
Uit het bewijs volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 4] meerdere voorverkenningen hebben uitgevoerd. Deze voorverkenningen vonden plaats in verband met een voorgenomen moord op De Vries, niet zijnde de moord op 6 juli 2021. [verdachte] beschrijft zijn rol in zijn gesprek met [persoon 7] . Hij vertelt dat hij met [medeverdachte 4] op 6 juli 2021 naar Amsterdam is gegaan om (naar hij later kennelijk heeft begrepen) De Vries te zien als hij naar buiten zou komen. [verdachte] vertelt tegen [medeverdachte 6] dat hij er al twee keer eerder was geweest. Uit het gesprek tussen [verdachte] en [persoon 7] blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 4] wisten dat zij voorverkenningen uitvoerden in verband met een moord. [verdachte] vertelt namelijk aan [persoon 7] dat zij zijn gegaan om De Vries te zien omdat de opdrachtgevers geen foto hadden gegeven van de persoon die vermoord moest worden. [persoon 7] trekt de conclusie dat zij dus in de situatie zijn gekomen dat zij niet wisten wie zij moesten vermoorden. [verdachte] bevestigt deze conclusie: Ja, dat was de ding’. Voor alle duidelijkheid herhaalt [persoon 7] dat zij – de opdrachtgevers – hen dus iemand laten vermoorden zonder dat [verdachte] en [medeverdachte 4] wisten wie het was. Het was duidelijk dat er iemand vermoord zou worden, nog onduidelijk was wie het slachtoffer was.
De betrokkenheid van [verdachte] en [medeverdachte 4] bij het plan om een ernstig geweldsmisdrijf te plegen was niet eenmalig, zoals blijkt uit wat hiervoor is beschreven over de betrokkenheid van [verdachte] bij het plan om [persoon 9] zwaar te mishandelen en uit wat hierna nog zal worden beschreven over de betrokkenheid van beiden bij het plan om een ernstig geweldsmisdrijf te plegen tegen een persoon met de (bij)naam [bijnaam 1] . Dat [verdachte] en [medeverdachte 4] het oog hadden op nog meer geweldsklussen blijkt ook uit het gesprek tussen [medeverdachte 6] , [medeverdachte 4] en [verdachte] op 1 juli 2021.
Op 1 juli 2021 om 19:49 uur, voert [medeverdachte 6] vanuit de gevangenis een telefoongesprek met [verdachte] en [medeverdachte 4] . In het gesprek – dat hiervoor al gedeeltelijk al is weergegeven – wordt het volgende gezegd:
[medeverdachte 6] : waar zijn jullie mee bezig. Met kijken naar werk?
[medeverdachte 4] : we zijn hier... “observation”
[medeverdachte 6] : “observation”
[verdachte] : ja, “observation” voor “celebration” om te kunnen blijven kloten
[medeverdachte 6] : het is zo meteen zover,..... een maand is al voorbij
[verdachte] : jaah,.... maar als je eruit ben dan moeten we zitten wachten totdat het weer zover is,..
(…)
[verdachte] : Men zegt dat hij je niks geeft van zíjn budget
[medeverdachte 6] : Men. zegt dat hij mij niks geeft van de budget?
(…)
[medeverdachte 6] : Hebben jullie al iets te doen gekregen?
[verdachte] : hoor je niet dat we op “observation voor celebration” zijn
[medeverdachte 6] : een andere of hetzelfde?
[verdachte] : op hetzelfde nog steeds
(…)
[medeverdachte 6] : jullie beide zelf ?
[verdachte] : jaah daarom als je terug bent dan moeten we iets hebben dat jij ook van partij bent ... dat is het,.
[verdachte] : jaah want als je naar buiten komt en er is niks dan moeten we weer gaan
zitten wachten, dit en dat
(…)
[verdachte] : hahah je had er moeten zijn zodat je in "drive" zou vallen,.. dan was je al in drive,..
[verdachte] : we moeten gaan zitten wachten om te kijken wie nog meer,..om weer door te gaan ,.. dan ben je in,...budget
[medeverdachte 6] : dat gaat snel snel het is zo voorbij
[verdachte] : jaah zo meteen
[medeverdachte 6] : broer klote,..
[verdachte] : jaah jij heb het verpest ,.. eigenlijk had "celebration"al voorbij moeten zijn,..maar jij heb het verpest,...
(...)
[verdachte] : jaah , nu krijgt iemand anders je budget
[medeverdachte 6] : WAT?
[verdachte] : jaah iemand anders heeft je budget gekregen,., daarom zeg ik jou, wanneer
je terug bent moeten we kijken wat er nog meer is zodat je er weer in kan vallen [mee kan doen]
[medeverdachte 6] : jaah , maar het ding moet wel hetzelfde zijn
[verdachte] : de budget zal misschien niet hetzelfde zijn
Kort na dit telefoongesprek belt [medeverdachte 6] met zijn vriendin. [medeverdachte 6] vertelt haar dat hij geïrriteerd is omdat hij iets groots is kwijtgeraakt, qua werk.
Uit dit bewijs wordt duidelijk dat [medeverdachte 6] had moeten meedoen met de werkzaamheden ten behoeve van een moordaanslag op De Vries, maar dit is niet doorgegaan doordat hij vast kwam zitten. Als [medeverdachte 6] op 1 juli 2021 hoort dat [verdachte] en [medeverdachte 4] op ‘observation’ zijn, gaat [medeverdachte 6] er niet zonder meer vanuit dat het gaat om de observatie van De Vries, hij vraagt namelijk of zij bezig zijn met ‘een andere of hetzelfde’. [medeverdachte 6] gaat er dus vanuit dat er vaker een observatieklus wordt uitgevoerd. Dit wijst erop dat de werkzaamheden van [verdachte] en [medeverdachte 4] niet eenmalig waren, maar dat zij vaker dit soort werkzaamheden verrichten. [verdachte] vertelt [medeverdachte 6] dat het gaat om ‘hetzelfde’, waarna [medeverdachte 6] teleurgesteld reageert als hij ook te horen krijgt dat zijn budget naar een ander zal gaan. [medeverdachte 6] overlegt vervolgens met [verdachte] en [medeverdachte 4] om ander werk te regelen voor wanneer hij weer vrij zou zijn, een zelfde soort klus: ‘hetzelfde’.
Geweld richting [bijnaam 1]
In de loop van augustus 2021 vindt er communicatie plaats tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 8] en tussen [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 4] . Uit deze communicatie blijkt dat men op zoek is naar een persoon met de (bij)naam [bijnaam 1] . Het is de bedoeling dat [bijnaam 1] zwaar wordt mishandeld of vermoord.
Op 31 juli 2021 laat [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 3] weten dat [bijnaam 1] die dag naar huis is gegaan, waarop [medeverdachte 3] verbaasd reageert: ‘Meen je niet’.
Op 10 augustus 2021 vindt het volgende chatgesprek plaats waarin wordt gesproken over [bijnaam 1] . Het gaat om een gesprek tussen [medeverdachte 3] ( [chatnaam 5] ) en [chatnaam 6] .
10-08-2021 01:47 [chatnaam 5] Oorlog
10-08-2021 01:47 [chatnaam 6] Wat is er gebeurd?
10-08-2021 01:47 [chatnaam 6] Met wie?
10-08-2021 01:47 [chatnaam 5] [bijnaam 1]
10-08-2021 01:47 [chatnaam 6] Ik had je gezegd dat hij te blij is geworden
10-08-2021 01:47 [chatnaam 6] Hij is bijna aan de beurt
10-08-2021 01:48 [chatnaam 5] Man
10-08-2021 01:48 [chatnaam 5] bloed
10-08-2021 01:49 [chatnaam 5] Die rode kerel
10-08-2021 01:49 [chatnaam 5] Laat hen [chatnaam 3] ( [bijnaam 2] ) spreken
[medeverdachte 3] vraagt hier [chatnaam 6] om ‘die rode kerel’ contact op te laten nemen met ‘ [chatnaam 3] ’ ( [taal] voor ‘ [bijnaam 2] ’). Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] bijnamen heeft die variaties zijn op ‘rood’, namelijk Kora ( [taal] voor rood) en Red. [chatnaam 3] is één van de bijnamen van [medeverdachte 8] . In dit gesprek vraagt [medeverdachte 3] dus aan [chatnaam 6] om [verdachte] contact op te laten nemen met [medeverdachte 8] .
Rond datzelfde moment stuurt [medeverdachte 3] de volgende berichten naar [medeverdachte 8] ( [chatnaam 1] ):
10-08-2021 01:46
[medeverdachte 3]
NN [chatnaam 1]
Blood
10-08-2021 01:49
[medeverdachte 3]
NN [chatnaam 1]
Nu
10-08-2021 01:50
[medeverdachte 3]
NN [chatnaam 1]
man
10-08-2021 01:50
[medeverdachte 3]
NN [chatnaam 1]
De maat van kora
10-08-2021 01:50
[medeverdachte 3]
NN [chatnaam 1]
Neem contact op met ze
10-08-2021 01:50
[medeverdachte 3]
NN [chatnaam 1]
om werk te regelen van [bijnaam 1] en jo
In dit gesprek vraagt [medeverdachte 3] dus aan [medeverdachte 8] om contact op te nemen met [verdachte] en zijn maat.
Om 02:15 uur reageert [medeverdachte 8] : ‘ik heb al met die man gesproken en hij zei dat hij die man gelijk ging gassen gelijk gelijk,..’.
Op 12 augustus 2021 vindt er vanaf 11:07 uur een chatgesprek plaats tussen ‘ [chatnaam 7] ’ en [medeverdachte 3] . [chatnaam 7] is een gebruikersnaam van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] vraagt [medeverdachte 3] om twee zwarte helmen te regelen, een brommer en een schone auto. [medeverdachte 3] zegt dat ‘gelijk gezet moet worden’ als hij bij de shisa zaak is. [medeverdachte 4] zegt dat hij de straat al heeft bekeken en dat ze de auto iets verder zetten. Om 22:52 bericht [medeverdachte 3] aan [chatnaam 6] dat de mannen zijn gegaan. De man ging bespieden en trof al die mannen, [bijnaam 3] en [bijnaam 1] . De mannen hebben [medeverdachte 3] gezegd dat er gas gegeven kan worden. [medeverdachte 3] draagt in dit gesprek op [chatnaam 6] op om ‘de dingen’ te halen of te regelen, gevolgd door een emoticon voor vuur. [chatnaam 6] reageert: ‘Nou, gas die mannen! Gas die mannen, bloed! (..) Meteen! Achter het hoofd oh... Echt’ Iets later stuurt [medeverdachte 3] een spraakbericht door waarin [verdachte] zegt dat er een auto nodig is. Iemand op de achtergrond zegt dat er ook helmen nodig zijn. Misschien doen ze het morgen doodgewoon. Uit het spraakbericht volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 4] ‘hebben rondgelopen’ en de ‘straat in de gaten hebben gehouden’. [medeverdachte 3] zegt tegen [chatnaam 6] dat het heftig wordt waarop [chatnaam 6] zegt dat het ‘mondiaal’ wordt, ‘nooit meer zullen ze het huis uit gaan’. [medeverdachte 3] zegt dat hij hen de dingen zal leveren, maar dat ze een ‘toy’ nodig hebben. Op 14 augustus 2021 zegt [medeverdachte 3] tegen [chatnaam 6] dat hij een ‘pipa’ (straattaal voor een vuurwapen) heeft gegeven aan de mannen.
Uit het bewijs volgt dat [medeverdachte 8] met [medeverdachte 3] spreekt over een persoon met de (bij)naam [bijnaam 1] . [medeverdachte 3] laat aan [verdachte] vragen contact op te nemen met [medeverdachte 8] . [medeverdachte 3] vraagt ook aan [medeverdachte 8] om contact op te nemen en werk te regelen met betrekking tot pig (het hof begrijpt: [bijnaam 1] ). [medeverdachte 8] zegt in reactie op die vraag dat hij de man heeft gesproken en dat die man gelijk ging gassen. Het hof houdt er rekening mee dat de term ‘gassen’ meerdere betekenissen kan hebben, zoals ‘schieten’ of ‘haast maken’. Dat het hier gaat om het toepassen van aanzienlijk geweld blijkt uit het bericht van [chatnaam 6] waarin hij spreekt over ‘gas die mannen, bloed!’ en ’achter het hoofd’. [medeverdachte 3] zegt in dat gesprek dat het heftig wordt. Ook spreekt [medeverdachte 3] over een ‘toy’ en een ‘pipa’ (het hof begrijpt telkens: een vuurwapen). Het hof volgt de verdediging dan ook niet dat deze gesprekken onvoldoende concreet zijn om te kunnen spreken van een oogmerk op het plegen van moord of mishandeling.
Uit het bewijs volgt dat er verschillende rollen zijn. [medeverdachte 3] vraagt [medeverdachte 8] om [verdachte] en [medeverdachte 4] in te schakelen. [verdachte] en [medeverdachte 4] hebben rondgelopen en de straat in de gaten gehouden. [medeverdachte 3] regelt helmen en vervoersmiddelen. Ook regelt [medeverdachte 3] een vuurwapen via [chatnaam 6] .
Uit de dossierstukken kan worden afgeleid dat men ervan heeft afgezien om het geweld te plegen. Dit neemt echter niet weg dat het samenwerkingsverband van plan was om ernstig geweld te plegen tegen [bijnaam 1] en ook dat de verdachte een aandeel heeft gehad in gedragingen die strekten tot of rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Zoals hiervoor al is toegelicht, is voor de beoordeling niet van belang of het misdrijf daadwerkelijk is gepleegd.
In een telefoongesprek op 23 augustus 2021 vertelt [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 6] over een situatie waarin hij vuurwapens, vermoedelijk automatische aanvalsgeweren heeft gekregen. Er zou laatst iets gedaan worden waarbij zij twee grote dingen hadden gekregen, die dingen die je gebruikt in ‘Call of Duty’ – oorlogsspellen voor de computer –, die je moet vasthouden. Als [medeverdachte 6] voor alle duidelijkheid vraagt of het gaat om die dingen die je aan je schouder moet hangen, bevestigt [medeverdachte 4] dat hij dat bedoelt. Gelet op de inhoud van het gesprek, en de vaststelling dat de gespreksdeelnemers elkaar begrijpen, wordt duidelijk dat [medeverdachte 4] bedoelt dat zij vuurwapens, vermoedelijk automatische aanvalsgeweren, hadden gekregen. Uiteindelijk is de klus niet doorgegaan.
Het hof kan niet vaststellen of dit gesprek gaat over het plan om geweld te plegen tegen [bijnaam 1] . Voor de waardering van het bewijs maakt dat echter geen verschil. Duidelijk is dat [medeverdachte 4] vuurwapens heeft gekregen voor een klus. Het bewijst dat [medeverdachte 4] wederom betrokken is bij een geweldsklus.
Verblijfplaats en vervoer
Uit het bewijs blijkt het volgende over de organisatie van de verblijfplaatsen en het vervoer van [verdachte] en [medeverdachte 4] .
Vanaf 10 mei 2021 stralen de telefoons van [medeverdachte 6] , [verdachte] en [medeverdachte 4] masten aan in [plaats] .
Op 17 mei 2021 stuurt [medeverdachte 8] naar [medeverdachte 3] een Google-mapslocatie gevolgd door een bericht dat daar de auto’s heen moeten. De locatie is het adres [adres 8] te [plaats] . [medeverdachte 3] vraagt hoe de auto’s daar kunnen staan terwijl waar de klus moet plaatsvinden daar meer dan drie uur vandaan is. Op 24 mei 2021 peilt de telefoon van [medeverdachte 3] uit op [adres 8] te [plaats] .
Op 28 mei 2021 komt de politie op het adres [adres 9] te [plaats] wegens geluidsoverlast. In de woning worden [medeverdachte 6] , [verdachte] en [medeverdachte 4] aangetroffen. [medeverdachte 6] wordt aangehouden in verband met een openstaande gevangenisstraf van 144 dagen.
[verdachte] en [medeverdachte 4] maakten op 6 juli 2021, de dag van de moord op De Vries, gebruik van een Peugeot 206 met [kenteken 3] . Deze auto stond van 19 mei 2021 tot en met 22 juni 2021 op naam van een neef van [medeverdachte 3] . Deze neef bedankt [medeverdachte 3] op 20 mei 2021 voor deze auto. Het is dus [medeverdachte 3] die deze auto heeft geregeld. Op 17 juni 2021 stuurt [medeverdachte 3] diverse foto's van de Peugeot met [kenteken 3] naar [medeverdachte 8] . Op 18 juni 2021 heeft [medeverdachte 4] een telefoongesprek met [medeverdachte 6] waarin hij zegt dat hij 'die bro' gister heeft gesproken en dat die auto geregeld is. Vanaf 22 juni 2021 staat deze auto op naam van [persoon 10] , de vriendin van [medeverdachte 3] . In de telefoon van [medeverdachte 3] zijn afbeeldingen aangetroffen die te maken hebben met een boete voor een snelheidsovertreding die met dit voertuig is gemaakt op 06 juli 2021 om 17:38 uur.
Uit dit bewijs volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 4] samen met [medeverdachte 6] in [plaats] verblijven totdat hij op 29 mei 2021 werd aangehouden. De auto die [verdachte] en [medeverdachte 4] gebruiken bij onder andere de voorverkenningen voor een voorgenomen moord op De Vries, is geregeld door [medeverdachte 3] . Het is ook [medeverdachte 3] die deze auto in [plaats] heeft neergezet. [medeverdachte 3] heeft dat gedaan op verzoek van [medeverdachte 8] .
Op 3 juni 2021 vindt tussen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 3] een chatgesprek plaats over geld voor het huren van een huis, dit geld moet op een pasje worden gezet. Van 5 juni 2021 tot en met 14 juni 2021 verblijven [verdachte] en [medeverdachte 4] in het [hotel] in Amsterdam. Het hotel blijkt te zijn geboekt door [persoon 11] , een contact van [medeverdachte 3] . Op 4 juni 2021 ontvangt [persoon 11] afbeeldingen van het paspoort van [verdachte] en van [medeverdachte 4] . Op de telefoon van [persoon 11] is ook een afbeelding aangetroffen van een boeking, via [website] , van [hotel] van 5 juni 2021 tot en met 10 juni 2021. Deze afbeelding wordt op 4 juni 2021 doorgestuurd.
Op 10 juni 2021 stuurt [medeverdachte 8] een spraakbericht aan [medeverdachte 3] waarin hij zegt dat de mannen uit het hotel moeten. [medeverdachte 8] vertelt dat hij moet kijken naar iemand om geld te sturen zodat ze nog een dag kunnen betalen. [medeverdachte 3] reageert daarop dat hij de mensen heeft aangesproken om geld te halen. [verdachte] en [medeverdachte 4] hebben hun verblijf in het [hotel] verlengd. Dit is ter plaatse in het hotel geregeld en heeft geresulteerd in een verlengd verblijf van 10 tot en met 13 juni 2021.
Op 13 juni 2021 vraagt [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 3] of hij het hotel voor die mannen kan betalen en of hij iemand heeft die snel € 250,- kan storten. [medeverdachte 8] stuurt vervolgens betaalverzoeken aan [medeverdachte 3] . Een tweede verlenging van het verblijf van [verdachte] en [medeverdachte 4] is weer via [website] aangevraagd voor één extra nacht van 13 juni 2021 op 14 juni 2021.
[persoon 11] verricht op 4 juni 2021 en 13 juni 2021 betalingen aan [website] . Voordat [persoon 11] op 13 juni 2021 deze betaling aan [website] verricht, ontvangt hij geldbedragen via de bankrekening op naam van [persoon 13] . [persoon 12] , een ex van [medeverdachte 8] , heeft verklaard dat zij feitelijk die bankrekening gebruikt en dat zij dat doet voor [medeverdachte 8] .
In een telefoongesprek met [medeverdachte 6] vertellen [verdachte] en [medeverdachte 4] op 18 juni 2021 dat zij in Rotterdam in een studio verblijven. [medeverdachte 6] merkt op dat ze hen weer (in een klote zooi) hebben ondergebracht. [verdachte] bevestigd dat; het is een studio waarbij de keuken en de badkamer gedeeld moeten worden.
Uit dit bewijs volgt dat de woonruimte voor [verdachte] en [medeverdachte 4] door anderen is geregeld. [medeverdachte 8] zet zich ervoor in dat daarvoor geld beschikbaar wordt gesteld. [persoon 11] wordt ingezet voor het boeken en betalen van het hotelverblijf. Als het hotelverblijf moet worden verlengd, verzoekt [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 3] om te zorgen dat dit betaald kan worden.
Conclusie
Uit het voorgaande volgt dat [verdachte] en [medeverdachte 4] werkzaamheden uitvoerden die te maken hadden met zware mishandeling (met voorbedachten rade) en met moord. Beiden zijn bezig geweest met voorverkenningen die verband hielden met een moord op De Vries. Het hof houdt overigens voor mogelijk dat het de bedoeling was dat een ander binnen deze organisatie als schutter zou optreden. Ook hebben [verdachte] en [medeverdachte 4] een voorverkenning uitgevoerd voor een geweldsklus richting een persoon met de (bij)naam [bijnaam 1] . Daarnaast is [verdachte] bezig geweest met een geweldsklus richting [persoon 9] die zwaar mishandeld moest worden.
Het is [medeverdachte 3] die [verdachte] heeft aangestuurd bij de geweldklus richting [persoon 9] . [medeverdachte 3] geeft specifieke aanwijzingen; waar een voertuig is klaar gezet, in welke auto het slachtoffer rijdt en wat er precies moet gebeuren. Ook bij de geweldsklus richting [bijnaam 1] heeft [medeverdachte 3] een coördinerende rol. [medeverdachte 3] is verder betrokken bij het regelen van woonruimte, vervoer en voertuigen en het doen van betalingen. [medeverdachte 3] heeft daarover contact met [medeverdachte 8] .
Op 29 juni 2021 stuurt [medeverdachte 8] een foto naar [medeverdachte 3] met de vraag ‘Ken je die klootzak?’. [medeverdachte 3] reageert op die vraag met een spraakbericht waarin hij zegt dat hij daar wel achter komt. [medeverdachte 3] stelt daarbij aan [medeverdachte 8] de vraag wat diegene gedaan heeft en of [medeverdachte 8] ‘werk’ heeft. Het hof begrijpt dezelfde soort ‘werkzaamheden’ als hiervoor uiteengezet.
Het hof stelt, gelet op het voorgaande, vast dat er een samenwerkingsverband was met (gelet op de tijdspanne) een zekere duurzaamheid en (gelet op de te onderscheiden handelingen die kunnen worden onderverdeeld in ondersteunend, aansturend en uitvoerend) structuur en ook dat deze organisatie het oogmerk had tot het plegen van zware geweldsmisdrijven, zoals zware mishandeling (met voorbedachten rade) en moord. Het plan was om het geweld tegen [persoon 9] en [bijnaam 1] te plegen met gebruik van vuurwapens en dus ook met munitie. Dit betekent dat de organisatie ook het oogmerk had die vuurwapens en munitie voorhanden te hebben.
De verdachte behoorde tot het samenwerkingsverband en heeft een aandeel gehad die rechtstreeks verband houdt met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
Het hof is van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de organisatie het oogmerk had terroristische misdrijven te plegen. Om die reden zal de verdachte van dat bestanddeel in het aan hem ten laste gelegde feit worden vrijgesproken. Dat oordeel komt overeen met de standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging.

5.Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2. primair
hij in de periode van 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 8] , en een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
  • moord,
  • zware mishandeling met voorbedachten rade,
  • het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie.
Hetgeen onder 2 primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn opgenomen, die in een bijlage achter dit arrest zijn te vinden.

6.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven en misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer is gesteld.

7.Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde uitsluit.

8.Benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft zich bij de rechtbank in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 64.394,52. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en de oorspronkelijke vordering verminderd met € 5.000,00, door de post ‘toekomstige medische kosten/eigen risico’ niet langer te handhaven. De vordering tot schadevergoeding bedraagt in hoger beroep in totaal € 59.394,52 en bestaat uit de volgende posten:
-
immateriële schade (totaal)€ 57.500,00
a) affectieschade € 17.500,00
b) schokschade € 40.000,00
-
materiële schade (totaal)€ 1.894,52
a) kosten veiligheidsmaatregelen € 358,00
b) reiskosten € 814,11
c) eigen risico in verband met GGZ € 722,41
De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen. De affectieschade is toegewezen tot een bedrag van € 17.500,00 en de schokschade tot een bedrag van € 20.000,00. De kostenpost ‘eigen risico in verband met GGZ’ van € 722,41 is volledig toegewezen als materiële schokschade. Voor het overige heeft de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 58.222,41. De posten ‘kosten veiligheidsmaatregelen’ en ‘reiskosten’ komen niet voor toewijzing in aanmerking, maar de overige posten kunnen volgens de advocaat-generaal geheel worden toegewezen.
De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren gelet op het verzoek van de verdediging om [verdachte] geheel vrij te spreken. Subsidiair heeft de verdediging verzocht het oordeel van de rechtbank te volgen.
[verdachte] wordt vrijgesproken van het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt.
De verdachte wordt wel veroordeeld voor het onder 2 primair bewezenverklaarde feit. Het hof is echter van oordeel dat onvoldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van [verdachte] en de door de benadeelde partij gevorderde schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreekse schade heeft geleden.
De benadeelde partij kan daarom niet in de vordering worden ontvangen. Zij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

9.Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor (het medeplegen van) medeplichtigheid aan het medeplegen van moord tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren, met aftrek van het voorarrest
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 jaren, met aftrek van het voorarrest, voor het medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van moord en deelneming aan een criminele organisatie.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat onduidelijk is hoe het openbaar ministerie de eis heeft opgebouwd. De verdediging heeft gewezen op de straffen die het openbaar ministerie heeft gevorderd in de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] . Naar voren is gebracht dat de straf die het openbaar ministerie kennelijk in gedachten heeft voor de deelname aan de criminele organisatie te hoog is.
Oordeel van het hof
[verdachte] wordt vrijgesproken van betrokkenheid bij de moord op De Vries op 6 juli 2021. Er zijn geen aanwijzingen waaruit blijkt dat er contact was tussen de daders en [verdachte] . In tegendeel, de verdachte heeft het in een afgeluisterd gesprek zelfs over ‘die andere groep’. Niet kan worden bewezen dat [verdachte] iets heeft gedaan dat er toe heeft bijgedragen dat de daders op 6 juli 2021 De Vries konden neerschieten.
Uiteraard was het opvallend dat [medeverdachte 4] en [verdachte] op 6 juli 2021 rond het tijdstip van het neerschieten van De Vries ook in Amsterdam waren, achter hem aan zijn gelopen en dat [medeverdachte 4] het slachtoffer heeft gefilmd. Het hof heeft eerder overwogen dat deze gedragingen verband hielden met een eigen opdracht informatie over De Vries te verzamelen, zodat hij kon worden doodgeschoten. [verdachte] heeft in dat verband gesproken over drie groepen die hiertoe de opdracht hebben gekregen.
Het hof heeft de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dat is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Uit het bewijs volgt dat [verdachte] , met anderen, betrokken was bij andere (zware) geweldsmisdrijven. Hij maakte deel uit van een criminele organisatie die tot doel had het plegen van geweldsmisdrijven, waaronder moord.
Deelneming aan zo’n organisatie is een zeer ernstig strafbaar feit, waarop maximaal tien jaar gevangenisstraf staat. [verdachte] had duidelijk een uitvoerende taak en werd aangestuurd door één of meer anderen. Hij kreeg voor deze, zoals [verdachte] het heeft genoemd, ‘werkzaamheden’ betaald. Dat dit werd beschouwd als werk is zorgelijk. Het toont het gemak waarmee mensen voor een geldbedrag fors geweld wordt aangedaan. En niet alleen binnen het criminele circuit, maar ook daarbuiten. De Vries was immers ook voor deze organisatie een beoogd slachtoffer. Dat de criminele organisatie ook het oog had op een onschuldige burger weegt het hof strafverzwarend mee. Door aan deze criminele geweldsorganisatie deel te nemen heeft [verdachte] een gebrek aan respect getoond voor de vrijheid en lichamelijke integriteit van anderen en is hij er kennelijk ook niet voor teruggedeinsd dat slachtoffers mogelijk het leven zouden laten. Dit alles rechtvaardigt een forse gevangenisstraf.
[verdachte] heeft een blanco strafblad, zodat het hof daarmee in strafverzwarende zin geen rekening houdt.
Het voorgaande leidt ertoe dat het hof een gevangenisstraf van 5 jaar passend en geboden acht.
Het hof is nagegaan of de procedure bij de rechtbank en de procedure in hoger beroep bij het hof heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. De verdachte bevond zich in voorlopige hechtenis. In dat geval geldt normaal als uitgangspunt dat de strafzaak moet zijn afgerond met een eindarrest binnen 16 maanden nadat de redelijke termijn is gestart, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In deze zaak zijn dergelijke bijzondere omstandigheden aanwezig. Van belang is dat het gaat om een omvangrijk onderzoek waarin uiteindelijk negen verdachten gelijktijdig zijn gedagvaard. De rechter-commissaris heeft getuigen gehoord, tijdens het onderzoek ter terechtzitting hebben meerdere onderzoekshandelingen moeten plaatsvinden, hebben alle procesdeelnemers tijd nodig gehad om kennis te nemen van de dossierstukken, is de planning van de terechtzitting afhankelijk van meerdere agenda’s en hebben de rechtbank en het hof langere tijd nodig voor beraadslaging en het gereedmaken van einduitspraken die moeten voldoen aan juridische eisen uit de wet en jurisprudentie. Het hof is van oordeel dat onder al deze omstandigheden een termijn redelijk is van twee jaren per gerechtelijke instantie.
Het hof stelt vast dat de redelijke termijn in eerste aanleg is aangevangen op 7 juli 2022 omdat de verdachte op die datum is aangehouden naar aanleiding van een bevel tot bewaring. De verdachte kon daaraan in redelijkheid de verwachting ontlenen dat tegen hem strafvervolging zou worden ingesteld. Op 12 juni 2024 heeft de rechtbank vonnis gewezen, dit is dus binnen de redelijke termijn. Ook in hoger beroep is er geen overschrijding van de redelijke termijn. Door de verdediging is overigens ook geen beroep gedaan op overschrijding van de redelijke termijn.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Uit dat laatste wetsartikel volgt dat de verdachte in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling nadat hij twee derde van de gevangenisstraf heeft ondergaan. Bij een gevangenisstraf van 5 jaar (60 maanden) is dat na 3 jaar en 4 maanden (40 maanden). De verdachte bevindt zich in voorarrest vanaf 7 juli 2022, dit is een periode die langer is dan 3 jaar en 4 maanden. Alles wijst erop dat de verdachte de opgelegde gevangenisstraf al heeft uitgezeten voor zover hij die moet uitzitten. Het hof ziet daarom aanleiding om de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.

11.Vonnis van de rechtbank

Het vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt.

12.BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr. R.P. den Otter en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 december 2025.