ECLI:NL:GHAMS:2025:339
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen strafoplegging voor niet tijdig deponeren jaarrekening door rechtspersoon
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam geoordeeld over de niet tijdige openbaarmaking van de jaarrekening over het boekjaar 2018 door een rechtspersoon gevestigd in Nederland. De tenlastelegging betrof het niet binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar deponeren van de jaarrekening bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte niet aan deze verplichting had voldaan, aangezien op of omstreeks 10 oktober 2020 de jaarrekening nog niet was gedeponeerd. De rechtbank Noord-Holland had de verdachte veroordeeld tot een geldboete waarvan een deel voorwaardelijk was. De advocaat-generaal had echter gevorderd dat de verdachte schuldig zou worden verklaard zonder strafoplegging, terwijl de verdediging vrijspraak verzocht.
Het hof nam bij de strafoplegging de ernst van de feiten in ogenschouw, maar hield ook rekening met bijzondere omstandigheden die zich voordeden rondom en na het plegen van het feit, waaronder de coronapandemie en een brand in de nabijheid van het bedrijfspand. Tevens was er geen eerdere onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling van de verdachte. Daarom besloot het hof het vonnis te vernietigen en geen straf of maatregel op te leggen.
De uitspraak bevestigt de strafbaarheid van het niet tijdig deponeren van de jaarrekening, maar toont ook het belang van proportionaliteit en context bij de strafoplegging.
Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd ondanks bewezen overtreding niet tijdig deponeren jaarrekening.