Partijen zijn in 2013 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen geboren in Ghana. De rechtbank Amsterdam sprak op 13 maart 2025 de echtscheiding uit en stelde gezamenlijk gezag vast. De vrouw stelde hoger beroep in tegen de echtscheiding, partneralimentatie en huwelijksvermogen, maar trok deze grieven later in.
Tijdens de mondelinge behandeling van het hoger beroep op 23 oktober 2025 wijzigden partijen hun verzoeken en bereikten overeenstemming over een ouderschapsplan, de zorgregeling en kinderalimentatie. Het hof stelde vast dat het verzoek tot opname van deze afspraken in het dictum kon worden toegewezen, mede omdat partijen en kinderen in Nederland verblijven en het in het belang van de kinderen is.
Het hof verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk voor het hoger beroep op echtscheiding, partneralimentatie en huwelijksvermogen en besloot het ouderschapsplan van 22 oktober 2025 aan de beschikking te hechten. De zorgregeling omvat omgang van de kinderen met de man één weekend per twee weken en verdeling van vakanties in onderling overleg. De man zal vanaf oktober 2025 €75 per kind per maand aan kinderalimentatie betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.