In deze zaak, die voor het Gerechtshof Amsterdam diende, gaat het om de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige [minderjarige]. De moeder heeft in hoger beroep beroep aangetekend tegen een eerdere beschikking van de rechtbank Amsterdam, waarin was bepaald dat de vader de minderjarige na juni 2025 bij de moeder zelf zou ophalen. De moeder verzet zich hiertegen, omdat zij niet wil dat de vader in de buurt van haar woning komt, gezien een eerdere veroordeling van de vader voor mishandeling. De rechtbank had eerder bepaald dat de vader de minderjarige tot juni 2025 bij de broer van de moeder in [plaats C] moest ophalen. Het hof heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat de vader de minderjarige ook na juni 2025 bij de broer van de moeder moet ophalen. Dit besluit is genomen in het belang van de minderjarige, die al een jaar geen contact heeft gehad met haar vader. Het hof heeft ook het verzoek van de moeder tot schorsing van de eerdere beschikking afgewezen, omdat de hoofdzaak nu is beslist. De beslissing is genomen met inachtneming van de psychische toestand van de moeder en de veiligheid van de minderjarige.