Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Geachte [geïntimeerde] ,
Goedemorgen Helaas heb ik hoofdpijn en voel ik me niet goed Ik heb erge hoofdpijn en ik heb ook niet geslapen
als ik ook om 04:00 uur s’ochtends nog wakker was en een ontslag mail verstuurde, had ik ook hoofdpijn gehad[hof: met daarachter drie smileys]
We zien je morgen verscheinen.”
Ja[hof: met daarachter een smiley]”
Beste mevrouw [appellant] ,
Ik kreeg op maandag 03-02-2025 een e-mail van u met het verzoek of ik maandsalaris januari van uw cliënte zou nog willen overmaken terwijl dit op 31-01-205 op haar bankrekening overgemaakt was. Het is erg vreemd dat zij zich in haar beurt niet wil houden aan wettelijke verplichting van één maand opzegtermijn(…)”.
4.Procedure bij de voorzieningenrechter
Op 27 januari 2025 heeft de werknemer mondeling te kennen gegeven de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2025 te willen beëindigen. Dit heeft de werknemer op 28 januari 2025 schriftelijk bevestigd. De werkgever heeft de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per deze datum niet geaccepteerd en een beroep gedaan op de opzegtermijn.” en “
Volgens de werknemer is deze verlengde arbeidsovereenkomst tot op heden niet rechtsgeldig beëindigd.”.