ECLI:NL:GHAMS:2025:3633

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
23-002613-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van ongewenstverklaring van een EU-burger en beoordeling van actuele bedreiging voor de samenleving

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 17 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. De verdachte, een Poolse burger, was ongewenst verklaard door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 12 april 2023. De ongewenstverklaring was gebaseerd op het feit dat het gedrag van de verdachte een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormde. De verdachte had een geschiedenis van drugsverslaving en criminaliteit, waaronder vermogensdelicten en geweld. Ondanks verschillende interventies, waaronder een ISD-maatregel, was het de verdachte niet gelukt om zijn gedrag te veranderen. Het hof bevestigde het vonnis waarvan beroep, met aanvulling van de strafmotivering en bewijsoverwegingen. De verdachte was op 30 oktober 2024 in Amsterdam aangetroffen, terwijl hij ongewenst was verklaard. Het hof oordeelde dat de ongewenstverklaring niet evident in strijd was met het Unierecht en dat het gedrag van de verdachte ten tijde van de tenlastelegging een actuele bedreiging voor de samenleving vormde. De strafoplegging van twee maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd bevestigd, met aftrek van de tijd in voorarrest. Het hof concludeerde dat de aard en ernst van de feiten geen lichtere straf rechtvaardigden.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002613-24
datum uitspraak: 17 december 2025
VERSTEK (raadsman niet gemachtigd)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 november 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 13-345302-24 en 13-186358-24 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1990,
adres: [adres] ).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2025 en 10 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met aanvulling en/of verbetering van gronden.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof:
  • daaraan een bewijsoverweging zal toevoegen;
  • de door de politierechter gebezigde, opgesomde bewijsmiddelen vervangt door de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit arrest zijn vervat;
  • de strafmotivering zal aanvullen;
  • artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toepasselijke wettelijke voorschriften.

Bewijsoverweging

De verdachte heeft de Poolse nationaliteit. Derhalve is hij een burger van de Europese Unie in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (hierna: de Verblijfsrichtlijn). Bij beschikking van 12 april 2023 heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verdachte ongewenst verklaard, welke beschikking op 9 mei 2023 in persoon aan hem is uitgereikt. Het tegen die beschikking door de verdachte gemaakte bezwaar is bij beschikking van 17 januari 2024 ongegrond verklaard. Tegen de beschikking op bezwaar is beroep ingesteld bij de bestuursrechter. Dat beroep is op 23 juli 2024 niet-ontvankelijk verklaard. Niet is gebleken dat tegen die niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep is ingesteld.
De verdachte verbleef op 30 oktober 2024 in Amsterdam in weerwil van zijn ongewenstverklaring. De ongewenstverklaring was ten tijde van het tenlastegelegde niet ingetrokken of vervallen.
Ambtshalve ziet het hof, gelet op de inhoud van de beschikking van 12 april 2023, geen grond voor het oordeel dat de uitvaardiging van de ongewenstverklaring evident in strijd is met rechtstreeks werkende bepalingen van het Unierecht. Voorts is het hof van oordeel dat de ongewenstverklaring (ook) ten tijde van de tenlastegelegde gedraging niet evident in strijd was met rechtstreeks werkende bepalingen van het Unierecht. Daarbij is in het bijzonder het volgende betrokken.
In de beschikking van 12 april 2023 is uitvoerig uiteengezet op welke gronden de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot het oordeel is gekomen dat het persoonlijk gedrag van de verdachte ten tijde van zijn ongewenstverklaring een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormde. In die motivering en beoordeling komt onder meer substantieel gewicht toe aan het gegeven dat de verdachte verslaafd is aan heroïne, waardoor een hardnekkig en regelmatig patroon van het begaan van vermogensdelicten (al dan niet vergezeld van geweld bij betrapping) is ontstaan. Toen in maart 2022 de ISD-maatregel werd ingezet, rapporteerde de reclassering dat het de verdachte ontbrak aan huisvesting, werk, inkomen en een steunend netwerk, en dat hij over onvoldoende vaardigheden beschikte om zelf het hoofd te bieden aan zijn problemen. Vervolgens is de verdachte op methadon overgegaan en moest hij begeleid worden om terugval te voorkomen. Er hebben tijdens de executie van de ISD-maatregel drugsincidenten en positieve urinecontroles voorgedaan. De verdachte zette zich weliswaar ook wel positief in, maar beschikte nog over onvoldoende vaardigheden om zijn problemen op te lossen en weigerde desalniettemin deelname aan een Leefstijltraining. Op de relevante leefgebieden kampte de verdachte nog goeddeels met dezelfde problemen en in het bijzonder was er nog geen sprake van definitieve abstinentie, zo is samenvattend in de beschikking verwoord.
Ten aanzien van de vraag of het gedrag van de verdachte (ook) ten tijde van het tenlastegelegde – dus op 30 oktober 2024 – een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormde, overweegt het hof als volgt. De verdachte is op die datum als ‘slaper’ aangetroffen in het trappenhuis van een appartementencomplex. Op de terechtzitting in eerste aanleg van 6 november 2024 heeft hij verklaard dat hij (nog altijd) verslaafd is aan drugs en een methadonprogramma volgt. Voorts is hij blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 november 2025 sinds zijn ongewenstverklaring onherroepelijk veroordeeld voor een op 5 juni 2024 gepleegde winkeldiefstal (gevolgd door geweld tegen personen). Ondanks verschillende interventies (waaronder een ISD-maatregel) is het de verdachte kennelijk nog altijd niet gelukt de cirkel van drugsgebruik en/of criminaliteit definitief te doorbreken. De verdachte is op 25 juni 2023, 13 mei 2024, 4 juli 2024, 15 november 2024 en 25 mei 2025 uit Nederland verwijderd, maar is telkens naar Nederland teruggekeerd. Bij die stand van zaken en het ontbreken van andersluidende informatie, is het hof van oordeel dat het gedrag van de verdachte ook ten tijde van het tenlastegelegde een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormde.
Overigens overweegt het hof naar aanleiding van een in eerste aanleg gevoerd verweer nog dat voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde niet is vereist dat de beschikking waarbij de verdachte ongewenst is verklaard ten tijde van het tenlastegelegde, onherroepelijk is geworden. Evenmin staat aan een bewezenverklaring in de weg de omstandigheid dat een verdachte pas ná zijn terugkeer in Nederland ervan op de hoogte is geraakt dat een door hem ingesteld rechtsmiddel tegen een dergelijke beschikking niet het door hem gewenste effect heeft gesorteerd.

Aanvulling strafmotivering

Noch de behandeling van de zaak in hoger beroep noch het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht heeft het hof ten aanzien van de strafoplegging gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de politierechter.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dat is begaan, niet kan worden volstaan met de oplegging van een andere of lichtere straf dan de door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. E.J. Hofstee en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. M.C. de Rade, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 december 2025.

Bewijsmiddelen

1.
Een geschrift, dat tot het bewijs is gebezigd in samenhang met de andere bewijsmiddelen, te weten een beschikking van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 12 april 2023, doorgenummerde pagina’s 24-30.
Dit geschrift houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergeven:
Betreft: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1990, van Poolse nationaliteit.
Besluit
Het EU-verblijfsrecht wordt ontzegd dan wel beëindigd. U moet Nederland meteen verlaten en op basis van artikel 67 van de Vreemdelingenwet wordt u ongewenst verklaard.
Gevolgen van dit besluitU mag niet meer in Nederland zijn. U moet Nederland meteen verlaten en kunt worden uitgezet. Door de ongewenstverklaring bent u strafbaar als u in Nederland bent (artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht).
2.
Een geschrift dat tot het bewijs is gebezigd in samenhang met de andere bewijsmiddelen, te weten een uitreikingsblad, behorende bij de beschikking van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 12 april 2023, pagina 23.
Dit geschrift houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergeven:
Betreft: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1990, van Poolse nationaliteit.
Deze beschikking is uitgereikt op 9 mei 2023 door [persoon] (AVIM Noord-Nederland, FVL10147) te Veenhuizen. Handtekening betrokkene [verdachte] : [handtekening].
3.
Een ambtsedig proces-verbaal van aanhouding met nummer [nummer 1] van 30 oktober 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, doorgenummerde pagina’s 9-10.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:
Op 30 oktober 2024 werd door ons op de Pontanusstraat, ter hoogte van [nummer 2], te Amsterdam , aangehouden als verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1990, van Poolse nationaliteit.