De zaak betreft een doorlopende kredietovereenkomst tussen Interbank en kredietnemers, waarin bedingen zijn opgenomen die Interbank het recht geven de kredietvergoeding eenzijdig te wijzigen. De kredietnemers vorderden vernietiging van deze bedingen en terugbetaling van betaalde kredietvergoeding. De kantonrechter had deze bedingen vernietigd en Interbank veroordeeld tot terugbetaling.
In hoger beroep toetst het hof de bedingen aan de Richtlijn 93/13 EEG over oneerlijke bedingen. Het hof stelt vast dat de kredietvergoeding variabel is en dat Interbank de wettelijke maxima in acht moet nemen. Hoewel de bedingen niet transparant zijn geformuleerd en de redenen voor wijziging niet zijn gespecificeerd, leidt dit niet tot een oneerlijk karakter van de bedingen.
Het hof weegt mee dat kredietnemers het krediet flexibel konden gebruiken en op elk moment zonder boete konden aflossen, en dat Interbank schriftelijk wijziging moest melden. Het cumulatieve effect van de bedingen leidt niet tot een aanzienlijke verstoring van het contractuele evenwicht ten nadele van de consument. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de kredietnemers af.