ECLI:NL:GHAMS:2025:3678

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
24 januari 2026
Zaaknummer
200.325.737/02 en 200.329.886/02
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke belangenverstrengeling

In deze zaak heeft een raadsheer van het Gerechtshof Amsterdam verzocht zich te mogen verschonen van de behandeling van twee civiele procedures waarin partijen betrokken zijn die in het verleden door het advocatenkantoor waar hij partner was, zijn geadviseerd. De raadsheer kon niet volledig uitsluiten dat hij in het verleden betrokken was bij de zaak, waardoor hij zich niet vrij achtte om onpartijdig te oordelen.

Het hof overwoog dat verschoning een middel is om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de raadsheer subjectief niet onpartijdig was, oordeelde het hof dat de objectieve vrees voor schending van onpartijdigheid door de betrokkenheid van het advocatenkantoor voldoende zwaarwegend was.

Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen, waarmee de raadsheer zich van verdere behandeling van de procedures mocht terugtrekken. De beslissing werd genomen door drie raadsheren en uitgesproken in een openbare zitting op 19 november 2025.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de raadsheer wordt toegewezen vanwege objectieve vrees voor schending van onpartijdigheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
zaaknummer : 200.325.737/02 en 200.329.886/02
beslissing van de wrakingskamer van 19 november 2025
op het schriftelijke verzoek van
[verzoeker]
raadsheer in het Gerechtshof Amsterdam,
hierna: verzoeker,
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak [bedrijf 1] [bedrijf 8] ) als appellante tegen [bedrijf 2] (A) [bedrijf 3] (F) [bedrijf 4] (tezamen: [bedrijf 2] ) als geïntimeerden, zaaknummer: 200.325.737/01 en in de zaak [bedrijf 2] als appellanten tegen [bedrijf 5] ( [bedrijf 5] ) als geïntimeerde, zaaknummer 200.329.886/01.

1.Het verzoek

1.1
Verzoeker heeft bij brief van 18 november 2025 verzocht zich in de bovengenoemde procedures te morgen verschonen.
1.2
Ter onderbouwing van voornoemd verzoek heeft verzoeker kort gezegd aangevoerd dat hij tot in het recente verleden partner is geweest van het advocatenkantoor [bedrijf 7] . Medewerkers van dit kantoor hebben de entiteit van de staat [plaats] , [bedrijf 6] ( [bedrijf 6] ), geadviseerd in een kwestie waarbij ook [bedrijf 2] (A) [bedrijf 4] betrokken was. De naam [bedrijf 6] wordt ook in het zaaksdossier genoemd (
onder de naam LAP). Zo wordt in de memorie van grieven in de zaak 200.325.737/01 in verschillende onderdelen naar de betrokkenheid van [bedrijf 7] verwezen. Ook [bedrijf 8] verwijst in de stukken naar betrokkenheid van [bedrijf 7] en [bedrijf 2] noemt het kantoor in haar processtukken. Verzoeker stelt dat hij niet geheel iedere betrokkenheid in het verleden bij de zaak kan uitsluiten en acht zich daarom niet vrij om over de zaak te oordelen.

2.De beoordeling

2.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid
van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
2.2
Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen
voor het oordeel dat verzoeker – subjectief – niet onpartijdig is in het geschil dat voorligt
in de hoofdzaak.
2.3
Vervolgens dient onderzocht te worden of de aangevoerde omstandigheden niettemin
een (zwaarwegende) aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
2.4
De onder 1.2 vermelde omstandigheden leveren naar het oordeel van het hof
een voldoende (zwaarwegende) aanwijzing op als hiervoor onder 2.3 bedoeld.
2.5
Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

3.De beslissing

Het hof:
wijst toe het verzoek van verzoeker zich van de verdere behandeling van de procedures
bij het hof bekend onder zaaknummers: 200.325.737/01 en 200.329.886/01 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven op 19 november 2025 door mrs. H.A. van den Berg, A.E. Kleene-Krom en F.J. van de Poel in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof.