Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:369

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
12 februari 2025
Zaaknummer
000852-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep op verzoek om vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak

Appellant stelde een verzoek in op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand in verband met een strafzaak en de daarop volgende verzoekschriftprocedures. De rechtbank wees dit verzoek af. Appellant was vrijgesproken, maar tijdens een controle bij een festival werd een grote hoeveelheid geld en verdachte gedragingen geconstateerd, waardoor de verdenking op appellant rustte.

Het hof oordeelde dat het aan appellant te wijten was dat de verdenking op hem kwam te rusten, zodat geen gronden van billijkheid aanwezig waren voor vergoeding van de kosten in de strafzaak zelf. Wel achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedures in eerste aanleg en hoger beroep.

Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en kende een vergoeding toe van €1.020,00 voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedures. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €1.020,00 toe voor kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedures en wijst het overige af.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000852-24 (530 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 15-155713-22
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 2 september 2024 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. J. de Vries,
Falckstraat 15-29, 1017 VV Amsterdam.

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 2 september 2024 ingesteld door verzoeker (hierna: appellant).
Op 4 december 2024 is het standpunt van de advocaat-generaal kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 januari 2025 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek - zoals aangevuld in raadkamer in hoger beroep met het verzoek onder c - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 4.207,78;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank heeft de verzoeken afgewezen.
Namens appellant is aangevoerd dat de motivering van de rechtbank gekunsteld is. Het verzoek kan worden toegewezen nu appellant is vrijgesproken.
Appellant heeft het dansfestival Awakenings bezocht. Tijdens een controle is in de tas van appellant een grote hoeveelheid geld aangetroffen en bij de daarop volgende fouillering is door een beveiliger “iets hards” in zijn kruis gevoeld. Door een collega beveiliger is waargenomen dat appellant vervolgens in zijn broek in zijn kruis graaide en meerdere spullen op de grond gooide, waaronder een flesje met een doorzichtige vloeistof en twee ponypacks. Onder deze omstandigheden en gelet op deze gedragingen, acht het hof het aan appellant te wijten dat de verdenking op hem kwam te rusten. Het hof acht derhalve geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van het onder a verzochte.
ad b
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
Ad c
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.

4.Beslissing

Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan appellant een vergoeding toe van € 1.020,00 (duizend twintig euro).
Wijst het meer of anders verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, A.W.T. Klappe en N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 4 februari 2025.
De oudste raadsheer beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.020,00 (duizend twintig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. derdenrekening Meijering Van Kleef Ficq & Van der Werf Advocaten o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 4 februari 2025,
mr. A.W.T. Klappe, oudste raadsheer.