ECLI:NL:GHAMS:2025:370

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
12 februari 2025
Zaaknummer
000838-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 529 SvArt. 530 SvArt. 534 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand toegewezen na hoger beroep tegen raadkamerbeslissing

Appellant stelde op 23 april 2023 hoger beroep in tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 23 april 2024, waarbij hij een vergoeding vorderde voor kosten die ten laste van hem zijn gekomen in het belang van het onderzoek en kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure.

Het hof verklaarde appellant niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen de beslissing ex artikel 529 Sv Pro, omdat tegen een dergelijke beslissing geen hoger beroep openstaat. Voor het beroep ex artikel 530 Sv Pro was het hoger beroep tijdig ingesteld.

Na kennisneming van de stukken en het horen van de advocaat-generaal besloot het hof dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toekenning van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure ten bedrage van €340.

Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze de beslissing ex artikel 530 Sv Pro betrof en wees het gevorderde bedrag toe. De beschikking werd op 4 februari 2025 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het beroep tegen artikel 529 Sv en krijgt een vergoeding van €340 toegekend voor kosten rechtsbijstand onder artikel 530 Sv.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000838-24 (529 Sv) en 000839-24 (530 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 15-158810-20
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 23 april 2024 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 529 en Pro 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. R.I. Takens,
Achillesstraat 79, 1076 PX Amsterdam.

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 23 april 2023 ingesteld namens verzoeker (hierna: appellant).
Op 4 december 2024 is het standpunt van de advocaat-generaal kenbaar gemaakt.
Op 10 december 2024 is een gewijzigd standpunt van de advocaat-generaal ingekomen.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 januari 2025 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten die ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen en waarvan de aanwending het belang van het onderzoek heeft gediend, ten bedrage van € 847,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling

Verzoekschrift art. 529 Sv Pro
Het hof zal appellant niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van het appel voor zover dit gericht is tegen de beslissing ex artikel 529 Sv Pro, omdat tegen een dergelijke beslissing geen hoger beroep is opengesteld.
Verzoekschrift art. 530 Sv Pro
Het hoger beroep van de beslissing ex artikel 530 Sv Pro is tijdig ingesteld.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 340,00.

4.Beslissing

Het hof:
Verklaart appellant niet-ontvankelijk voor zover dit zich richt tegen de beslissing ex artikel 529 Sv Pro.
Vernietigt de beschikking waarvan beroep voor zover dit ziet op de beslissing ex artikel 530 Sv Pro.
Wijst het verzochte ex artikel 530 Sv Pro toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan appellant een vergoeding toe van € 340,00 (driehonderdveertig euro).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, A.W.T. Klappe en N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 4 februari 2025.
De oudste raadsheer beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 340,00 (driehonderdveertig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Takens Admiraal advocaten o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 4 februari 2025,
mr. A.W.T. Klappe, oudste raadsheer.