De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk beschadigen van een deur die toebehoorde aan een huisartsenpraktijk. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte op 14 februari 2022 te Andijk de deur van de huisartsenpraktijk beschadigde, maar sprak hem vrij van overige tenlastegelegde feiten. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde werd bevestigd, aangezien geen omstandigheden de strafuitsluiting aannemelijk maakten.
De politierechter legde een geldboete van €225,- op, subsidiair vier dagen hechtenis. De advocaat-generaal vorderde een lagere geldboete van €125,-. Het hof oordeelde dat de boete passend was, maar legde deze geheel voorwaardelijk op, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden en draagkracht van de verdachte.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij het bewezenverklaarde strafbaar werd verklaard en de verdachte werd veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €225,- met een proeftijd van twee jaar. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.