ECLI:NL:GHAMS:2025:481
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking
Verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 oktober 2023. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep begon op 9 april 2024 maar werd geschorst. Op 1 november 2024 trok verdachte het hoger beroep in, waardoor hij geacht wordt de eerder opgegeven bezwaren te hebben ingetrokken.
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Aangezien geen rechtens te respecteren belang meer aanwezig was voor verder onderzoek, besloot het hof verdachte niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 6 februari 2025. Een van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking en ontbreken van belang.