Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging
Voorwaardelijk verzoek
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
18 december 2024 worden aangehouden. Nu de verdachte sinds zijn aanhouding in verband met deze zaak gedetineerd is geweest tot en met 23 september 2023, betekent dit dat de redelijke termijn van zestien maanden is overschreden met ruim zevenentwintig maanden. Het hof is van oordeel dat dit matiging van de straf tot gevolg moet hebben, in die zin dat het hof in plaats van voornoemde gevangenisstraf van zes jaren en zes maanden een gevangenisstraf van zes jaren oplegt.
Vorderingen van de benadeelde partijen
€ 5.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
- de aard, de ernst en de verwijtbaarheid van de onrechtmatige handelen van de verdachte, alsmede de ernst van de inbreuk die daarmee op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij is gemaakt;
- de nadelige gevolgen die het handelen van de verdachte heeft gehad op het dagelijkse leven van de benadeelde partij;
- de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters worden opgelegd.
€ 1.500,00. Daarbij heeft het hof in het bijzonder gelet op:
- de aard, de ernst en de verwijtbaarheid van de onrechtmatige handelen van de verdachte, alsmede de ernst van de inbreuk die daarmee op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij is gemaakt;
- de nadelige gevolgen die het handelen van de verdachte heeft gehad op het dagelijkse leven van de benadeelde partij;
- de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters worden opgelegd.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
‘s-Hertogenbosch van 19 februari 2018 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren en zeven maanden met aftrek van het voorarrest. Deze uitspraak is onherroepelijk. De veroordeelde is krachtens een besluit van 14 juni 2019 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder (onder meer) de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De proeftijd liep van 14 juni 2019 tot en met 19 april 2025.
25 november 2019 te zijn gewaarschuwd in verband met het niet naleven van de aan de v.i. verbonden voorwaarden) relatief snel na het ingaan van zijn proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een soortgelijk feit als het feit waarvoor hij bij het genoemde arrest van het hof ’s-Hertogenbosch is veroordeeld, te weten het bewezenverklaarde feit. Het hof ziet geen aanleiding om van de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af te zien, dan wel de herroeping slechts gedeeltelijk toe te wijzen. Het hof is van oordeel dat de ernst van het bewezenverklaarde feit een volledige toewijzing van de vordering rechtvaardigt. Gelet op het voorgaande zal het hof de vordering geheel toewijzen en gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling eerder niet ten uitvoer is gelegd, te weten voor een periode van 922 dagen, alsnog moet worden ondergaan.
Verzoek schorsing voorlopige hechtenis
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.
€ 22.980,68 (tweeëntwintigduizend negenhonderdtachtig euro en achtenzestig cent) bestaande uit € 17.980,68 (zeventienduizend negenhonderdtachtig euro en achtenzestig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade,
waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 30.000,00 (dertigduizend euro) ter zake van materiële schade,
waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 28.713,91 (achtentwintigduizend zevenhonderddertien euro en eenennegentig cent) ter zake van materiële schade,
waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
mr. M.C. de Rade, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
25 februari 2025.