Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2023. De advocaat-generaal vorderde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaar. Het hof bevestigde het vonnis grotendeels, maar vernietigde het gedeelte over de bijzondere voorwaarden en de proeftijd.
De bijzondere voorwaarden werden niet overgenomen omdat verdachte op dat moment voldoende ingebed was in de zorg via een verlengde crisismaatregel op een gesloten afdeling. Gezien de gewijzigde persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde, besloot het hof de proeftijd te verkorten naar één jaar.
De straf van vier weken gevangenisstraf werd geheel voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van één jaar. De tijd die verdachte in voorarrest doorbracht, wordt in mindering gebracht op de straf. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 maart 2025.