ECLI:NL:GHAMS:2025:579
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens toepassing artikel 416 lid 2 Sv
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 21 februari 2025 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Noord-Holland van 26 maart 2024. De verdachte, geboren in 1967, was in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter. Het hoger beroep werd ingesteld, maar het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
De niet-ontvankelijkverklaring is gebaseerd op artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt onder welke voorwaarden hoger beroep kan worden ingesteld. De beslissing betekent dat het hof het hoger beroep niet inhoudelijk heeft behandeld, omdat niet aan de formele vereisten voor ontvankelijkheid werd voldaan.
De uitspraak is gedaan door mr. M.F.J.M. de Werd, zonder dat andere rechters werden vermeld. De griffiers waren F.A. Tolman en S. Pesch. De zaak betreft een strafrechtelijke procedure waarbij de formele procesregels centraal stonden.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.