Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
- de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zal uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld en
- de strafmaatoverweging van de rechtbank aanvult met de navolgende overweging.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 december 2024, waarbij de verdachte werd veroordeeld voor invoer van cocaïne.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 11 februari 2025 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de argumenten van de verdachte en zijn raadsvrouw. Het hof heeft zich verenigd met het vonnis van de rechtbank en dit bevestigd, met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen zal uitwerken indien cassatie wordt ingesteld.
De verdediging voerde persoonlijke omstandigheden aan, zoals de zorg voor een zieke moeder op Curaçao en de verwachting van een kind met zijn vriendin. Het hof achtte deze omstandigheden onvoldoende dringend om tot een lagere straf te komen, mede omdat onvoldoende is aangetoond dat de moeder niet op andere wijze zorg kan ontvangen.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 februari 2025. De jongste raadsheer kon het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank en legt geen lagere straf op ondanks persoonlijke omstandigheden.