ECLI:NL:GHAMS:2025:581

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
10 maart 2025
Zaaknummer
23-002849-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis in hoger beroep inzake invoer cocaïne met aanvullende strafmaatoverweging

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 december 2024, waarbij de verdachte werd veroordeeld voor invoer van cocaïne.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 11 februari 2025 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de argumenten van de verdachte en zijn raadsvrouw. Het hof heeft zich verenigd met het vonnis van de rechtbank en dit bevestigd, met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen zal uitwerken indien cassatie wordt ingesteld.

De verdediging voerde persoonlijke omstandigheden aan, zoals de zorg voor een zieke moeder op Curaçao en de verwachting van een kind met zijn vriendin. Het hof achtte deze omstandigheden onvoldoende dringend om tot een lagere straf te komen, mede omdat onvoldoende is aangetoond dat de moeder niet op andere wijze zorg kan ontvangen.

Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 februari 2025. De jongste raadsheer kon het arrest niet medeondertekenen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank en legt geen lagere straf op ondanks persoonlijke omstandigheden.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002849-24
datum uitspraak: 25 februari 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-260708-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1989,
thans gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank, en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de gronden aanvult in die zin dat het hof:
  • de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zal uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld en
  • de strafmaatoverweging van de rechtbank aanvult met de navolgende overweging.

Aanvullende strafmaatoverweging

Hetgeen door de verdediging in hoger beroep over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is aangevoerd, geeft het hof geen aanleiding om een andere straf op te leggen dan de rechtbank passend en geboden heeft geacht. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte moet zorgen voor zijn zieke moeder die op Curaçao woont en dat hij samen met zijn vriendin een kind verwacht. Deze omstandigheden acht het hof onvoldoende dringend om een lagere straf op te leggen. Bovendien blijkt uit de door de raadsvrouw toegezonden stukken onvoldoende dat de moeder van de verdachte op geen enkele andere wijze zorg kan krijgen en dat zij voor de ondersteuning bij de dagelijkse activiteiten enkel afhankelijk is van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. C.J. van der Wilt en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 februari 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]