ECLI:NL:GHAMS:2025:599
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit harddrugsbezit en -handel
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2023, waarin betrokkene was veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA en metamfetamine en de voorbereiding van invoer, uitvoer, productie en handel in harddrugs. Tevens was aan betrokkene een betalingsverplichting van €24.606,50 opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
In hoger beroep heeft de verdediging betwist dat sprake was van wederrechtelijk verkregen voordeel, stellende dat betrokkene geen eigenaar was van de aangetroffen drugs en grondstoffen en dat de motor met legale inkomsten was aangeschaft. Het hof heeft deze verweren onderzocht en geoordeeld dat het bewijs, waaronder de aanwezigheid van 1548 MDMA-pillen en 105,2 liter PMK-glycidezuur in de boxruimte en internetzoekopdrachten, een sterk vermoeden van eigenaarschap oplevert. De verdediging kon niet aannemelijk maken dat een ander eigenaar was.
Het hof heeft de eenvoudige kasopstelling toegepast om het wederrechtelijk verkregen voordeel te bepalen, waarbij contante uitgaven en legale ontvangsten werden vergeleken. De aankoopwaarde van de drugs en grondstoffen is in de berekening betrokken. De opbrengst van de motor wordt niet in mindering gebracht op de betalingsverplichting omdat deze onder conservatoir beslag staat en verrekening niet is toegestaan.
Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en legt de betalingsverplichting van €24.606,50 op aan betrokkene, waarmee het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Bevestiging ontnemingsmaatregel van €24.606,50 wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit harddrugsbezit en -handel.