Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:601

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 maart 2025
Publicatiedatum
12 maart 2025
Zaaknummer
23-000133-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197a SrArt. 6 EVRMArt. 422 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep mensensmokkel: strafvermindering wegens termijnoverschrijding

De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens mensensmokkel. Het hof heeft het hoger beroep behandeld op zittingen van 29 juli 2021 en 18 februari 2025.

De verdachte had de gesmokkelde persoon begeleid tijdens haar illegale reis naar Nederland, wat het hof als bewezen beschouwde. Een brief van de gesmokkelde waarin zij haar eerdere verklaring terugnam, werd door het hof als ongeloofwaardig verworpen vanwege de steun van andere bewijsmiddelen.

Hoewel de politierechter een gevangenisstraf van drie maanden oplegde, acht het hof in hoger beroep een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend maar vermindert deze tot twee maanden vanwege een overschrijding van ruim twee jaar in hoger beroep en een maand in eerste aanleg, wat niet volledig aan de verdachte kan worden toegerekend.

Het hof beveelt tevens dat de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf. Verder bevestigt het hof het vonnis voor het overige en gelast de teruggave van in beslag genomen voorwerpen.

De strafoplegging is gebaseerd op artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, en het arrest is uitgesproken op 4 maart 2025 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens mensensmokkel, met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000133-21
datum uitspraak: 4 maart 2025
TEGENSPRAAK (
na aanhouding raadsman niet gemachtigd)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 januari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-085176-19 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1967,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 juli 2021 en 18 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Daarnaast zal het hof de gronden aanvullen.

Aanvullende overweging

Het hof heeft kennisgenomen van een op de eerdere zitting in hoger beroep door de verdachte overgelegde brief die afkomstig zou zijn van de gesmokkelde [naam]. Daarin komt zij terug op haar eerder afgelegde verklaring en verklaart zij dat de verdachte haar slechts heeft geholpen door als tolk op te treden. De eerdere verklaring van [naam] vindt echter ruimschoots steun in de door de politierechter opgenomen bewijsmiddelen, zodat het hof de in hoger beroep overgelegde brief als ongeloofwaardig terzijde schuift.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel door [naam] bij haar illegale reis naar Nederland opzettelijk behulpzaam te zijn, met name door haar tijdens de reis te begeleiden. Mensensmokkel druist in tegen de maatregelen tot bestrijding inzake de illegale toegang tot Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie. Daarnaast heeft het handelen van de verdachte het vertrouwen geschaad dat in het internationale personenverkeer in op naam gestelde (identiteits)documenten moet kunnen worden gesteld. Gelet op de aard en de ernst van het feit en op de straf die in soortgelijke gevallen pleegt te worden opgelegd, is het hof van oordeel dat enkel een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf als straf in aanmerking komt. De door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden is in beginsel dan ook passend en geboden.
Bij de bepaling van de straf dient rekening te worden gehouden met het recht op berechting binnen een redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Naar het oordeel van het hof is in deze strafzaak sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, terwijl die overschrijding niet (geheel) aan de verdachte kan worden toegerekend. Het betreft een overschrijding van ruim twee jaar in hoger beroep en een maand in eerste aanleg. Het hof ziet hierin aanleiding om de onvoorwaardelijke gevangenisstraf met een maand te bekorten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- € 1498,99;
- Munteenheid (9 x 50.000 Uganda shiling) 18-107366-29;
- Munteenheid (1 x 10.000 Uganda shiling) 18-107366-30.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van
mr. R. Vosman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 maart 2025.
Mr. M.F.J.M. de Werd en mr. H. Sytema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.