De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens mensensmokkel. Het hof heeft het hoger beroep behandeld op zittingen van 29 juli 2021 en 18 februari 2025.
De verdachte had de gesmokkelde persoon begeleid tijdens haar illegale reis naar Nederland, wat het hof als bewezen beschouwde. Een brief van de gesmokkelde waarin zij haar eerdere verklaring terugnam, werd door het hof als ongeloofwaardig verworpen vanwege de steun van andere bewijsmiddelen.
Hoewel de politierechter een gevangenisstraf van drie maanden oplegde, acht het hof in hoger beroep een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend maar vermindert deze tot twee maanden vanwege een overschrijding van ruim twee jaar in hoger beroep en een maand in eerste aanleg, wat niet volledig aan de verdachte kan worden toegerekend.
Het hof beveelt tevens dat de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf. Verder bevestigt het hof het vonnis voor het overige en gelast de teruggave van in beslag genomen voorwerpen.
De strafoplegging is gebaseerd op artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, en het arrest is uitgesproken op 4 maart 2025 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.