ECLI:NL:GHAMS:2025:602
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot vaststelling omgangsregeling met minderjarige
De vader verzocht bij de rechtbank Amsterdam om een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter, welke werd afgewezen. Ook het verzoek tot een raadsonderzoek werd van de hand gewezen. De vader ging in hoger beroep tegen dit besluit. De moeder steunde de bestreden beschikking en wenste geen omgang.
In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden, omdat de vader enige therapie heeft gevolgd en bereid is hulp te aanvaarden. Desondanks concludeert het hof dat de vader onvoldoende blijk geeft van zelfinzicht en emotieregulatie, ondanks eerdere interventies sinds 2011. De minderjarige dochter woont bij de moeder en heeft geen contact met de vader.
Het hof volgt het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om de beschikking te bekrachtigen. Het opleggen van contact of een omgangsregeling wordt niet in het belang van de minderjarige geacht, mede gezien haar leeftijd van zestien jaar en haar eigen wensen. De moeder staat niet onwelwillend tegenover contact, mits dit veilig en onbelast is en op initiatief en tempo van de dochter zelf. Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling af en bekrachtigt de bestreden beschikking.