Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:625

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
14 maart 2025
Zaaknummer
23-000861-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en geen strafoplegging voor opzetheling en diefstal elektrische fiets

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 februari 2025 uitspraak gedaan in twee strafzaken tegen de verdachte. In zaak A werd opzetheling van een fiets ten laste gelegd, en in zaak B diefstal van een elektrische fiets. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de primaire tenlastelegging in zaak B wegens onvoldoende bewijs.

Het hof achtte echter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in zaak A een fiets voorhanden had terwijl hij wist dat deze door misdrijf was verkregen, en in zaak B subsidiair de elektrische fiets heeft weggenomen met het oogmerk zich die wederrechtelijk toe te eigenen. De feiten kwalificeerde het hof als opzetheling respectievelijk diefstal.

Hoewel de politierechter een taakstraf en hechtenis oplegde, besloot het hof in hoger beroep geen straf of maatregel op te leggen. Dit vanwege de langdurige gesloten opname van verdachte in een kliniek, zijn schizofrenie en verslavingsproblematiek, en het belang van het voortzetten van zijn stabiele behandeling. Het hof vond dat het opleggen van straf de huidige situatie zou ondermijnen en achtte geen straf noodzakelijk voor de samenleving.

Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard maar er wordt geen straf opgelegd vanwege zijn klinische opname en stabiele behandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000861-24
datum uitspraak: 11 februari 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 april 2024 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-192549-23 (hierna: zaak A) en 15-033644-24 (hierna: zaak B) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman van de verdachte naar voren heeft gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak Ahij op of omstreeks 1 augustus 2023 te Landsmeer, een fiets (framenummer [nummer]), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Zaak Bhij op of omstreeks 30 januari 2024 te Landsmeer, een elektrische fiets van het merk Kogamyata, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
subsidiairhij op of omstreeks 30 januari 2024 te Landsmeer een elektrische fiets van het merk Kogamyata, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte in zaak B primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A en in zaak B subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak Ahij op 1 augustus 2023 te Landsmeer een fiets (framenummer [nummer]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Zaak Bsubsidiairhij op 30 januari 2024 te Landsmeer een elektrische fiets van het merk Kogamyata, die geheel aan [slachtoffer] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Hetgeen in zaak A en in zaak B subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A bewezenverklaarde levert op:
opzetheling.
Het in zaak B subsidiair bewezenverklaarde levert op:
diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Geen straf of maatregel

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A en in zaak B subsidiair bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd, en de raadsman heeft bepleit, dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
Het hof heeft in hoger beroep bij zijn overwegingen over een eventueel op te leggen straf gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan alsmede op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich op 1 augustus 2023 schuldig gemaakt aan opzetheling van een fiets. Op 30 januari 2024 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van een elektrische fiets. De verdachte heeft met zijn handelen ervan blijk gegeven zich niet te bekommeren om de eigendomsrechten van anderen. Dit zijn ergerlijke feiten die naast materiële schade ook overlast veroorzaken voor de gedupeerden en gevoelens van onveiligheid teweeg brengen.
Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat de verdachte inmiddels geruime tijd gesloten opgenomen is in een kliniek. Uit psychiatrisch onderzoek blijkt dat bij de verdachte sprake is van schizofrenie en stevige verslavingsproblematiek. Het huidige behandelplan lijkt aan te slaan en de verdachte wil dan ook vrijwillig in de kliniek verblijven. Als zijn opname onderbroken wordt, heeft de verdachte geen woning om naar terug te keren nu hij deze is verloren. De verdachte is bovendien bang dat hij zal terugvallen in zijn middelengebruik. Het opleggen van een straf zal het voortzetten van de huidige stabiele situatie en behandeling daardoor in de weg staan.
Het hof acht het van belang voor de verdachte en de samenleving dat de verdachte op de ingeslagen weg kan doorgaan en is van oordeel dat thans redelijkerwijs geen doel wordt gediend met het opleggen van een straf of maatregel, zodat het hof daarvan zal afzien.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in zaak B primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A en in zaak B subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in zaak A en in zaak B subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het in zaak A en in zaak B subsidiair tenlastegelegde subsidiair bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr P.J. van Eekeren en mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 februari 2025.