Het gerechtshof Amsterdam heeft op 11 februari 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2022. De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor winkeldiefstal met geweld. Het hoger beroep richtte zich met name op de beslissingen omtrent de vorderingen tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, behalve waar het gaat om de vorderingen tot tenuitvoerlegging van drie voorwaardelijke straffen (TUL A, B en C). Deze vorderingen werden vernietigd en afgewezen omdat de verdachte inmiddels een ISD-maatregel van twee jaar opgelegd heeft gekregen in een andere zaak, waardoor het opleggen van aanvullende strafrechtelijke sancties niet opportuun wordt geacht.
De vorderingen tot tenuitvoerlegging betroffen een voorwaardelijke gevangenisstraf van veertien dagen, een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. Het hof oordeelde dat het opleggen van deze straffen na de ISD-maatregel de beoogde effecten van die maatregel zou kunnen doorkruisen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters W.F. Groos, P.J. van Eekeren en C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 februari 2025.