ECLI:NL:GHAMS:2025:665
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over terugbetaling investering windenergie en bestuurdersaansprakelijkheid
RWJ investeerde in een Russisch windenergieproject van Windlife Energy. Na het niet verkrijgen van aandelen eiste RWJ terugbetaling van haar inleg op basis van toezeggingen van de bestuurder [geïntimeerde]. De rechtbank wees de vordering van RWJ tegen Windlife Energy toe, maar wees persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder af. Beide partijen gingen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat er een geldige terugbetalingsafspraak van €250.000 is gemaakt tussen RWJ en Windlife Energy, waarbij [geïntimeerde] namens Windlife Energy handelde. Verweren van Windlife Energy over dwaling, bedreiging of onjuiste feiten worden verworpen. RWJ heeft onvoldoende bewijs geleverd voor een aanvullende verplichting van [geïntimeerde] tot het sturen van geldstromen of misbruik van entiteitsverschillen.
Wel acht het hof het voorshands bewezen dat [geïntimeerde] als bestuurder heeft bewerkstelligd dat Windlife Energy niet aan haar terugbetalingsverplichting voldeed, terwijl zij daartoe in staat was. Dit handelen is onzorgvuldig en persoonlijk verwijtbaar, waardoor [geïntimeerde] aansprakelijk is voor de schade van RWJ. Het hof stelt [geïntimeerde] in de gelegenheid tegenbewijs te leveren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na memoriewisseling.
Uitkomst: Het hof bevestigt de terugbetalingsverplichting van Windlife Energy en acht bestuurder [geïntimeerde] persoonlijk aansprakelijk, behoudens tegenbewijs.