ECLI:NL:GHAMS:2025:696
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep bij schadevergoedingsverzoek op grond van Wvggz
Betrokkene was tijdens een gedwongen opname onder de Wet Bopz en later onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) gehouden aan het gebruik van depotmedicatie. Na meerdere zorgmachtigingen en aanzeggingen van verplichte zorg diende betrokkene een klacht in bij de klachtencommissie tegen het toedienen van medicatie en verzocht zij om schadevergoeding.
De klachtencommissie verklaarde de klacht gegrond en kende een schadevergoeding toe. Stichting Arkin stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en de beslissingen van de klachtencommissie vernietigde. Betrokkene ging in hoger beroep tegen deze beschikking, maar het hof stelde vast dat zij niet-ontvankelijk was omdat het wettelijke kader voor schadevergoedingsverzoeken onder de Wvggz cassatie en niet hoger beroep voorschrijft.
Het hof oordeelde dat de onjuiste rechtsmiddelenclausule in de bestreden beschikking niet leidt tot ontvankelijkheid in hoger beroep. Betrokkene had bovendien de mogelijkheid tot cassatie benut, die door de Hoge Raad was verworpen. Het verzoek om een nieuwe cassatietermijn werd afgewezen. Het hof verklaarde betrokkene daarom niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank.