Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte was veroordeeld voor diefstal in drie winkels en vernieling van een auto. De verdachte had geen rechtmatig verblijf in Nederland en werd slapend aangetroffen in een vernielde auto. De rechtbank had een ISD-maatregel van twee jaar opgelegd met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal vorderde een ISD-maatregel van twee jaar zonder aftrek van voorarrest, terwijl de raadsman een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest of subsidiair een ISD-maatregel van één jaar met aftrek van voorarrest verzocht. Het hof oordeelde dat de ernst van de feiten en de recidivegevaar rechtvaardigen dat een ISD-maatregel wordt opgelegd, maar dat de duur ervan proportioneel beperkt moet worden tot één jaar.
Het hof nam het advies van de reclassering en de omstandigheden van de verdachte mee, waaronder zijn wens om terug te keren naar Roemenië voor de zorg van zijn dochter. De maatregel dient vooral het doel van repatriëring en het voorkomen van recidive. De tijd in voorarrest wordt niet in mindering gebracht. Het hof bepaalt dat zes maanden na aanvang van de maatregel de noodzaak van voortzetting getoetst zal worden.
De overige onderdelen van het vonnis worden bevestigd. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 maart 2025.