In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd in een zaak over invoer van drugs. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, met aftrek van voorarrest.
Het hof heeft de strafmotivering aangevuld en een passage uit het vonnis geschrapt die de openheid van de verdachte bij de strafbepaling betrof. De door de verdachte aangevoerde dwang om de drugs te smokkelen werd door het hof niet aannemelijk geacht vanwege tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van bewijs.
Het hof concludeerde dat de verdachte uit financiële noodzaak handelde. Ook het argument dat strafonderbreking zou leiden tot eerdere vrijlating bij vertrek uit Nederland werd door het hof verworpen. Het vonnis werd derhalve bevestigd zonder strafvermindering.