ECLI:NL:GHAMS:2025:768

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
23-002539-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis in hoger beroep inzake invoer van drugs zonder strafvermindering

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd in een zaak over invoer van drugs. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de strafmotivering aangevuld en een passage uit het vonnis geschrapt die de openheid van de verdachte bij de strafbepaling betrof. De door de verdachte aangevoerde dwang om de drugs te smokkelen werd door het hof niet aannemelijk geacht vanwege tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van bewijs.

Het hof concludeerde dat de verdachte uit financiële noodzaak handelde. Ook het argument dat strafonderbreking zou leiden tot eerdere vrijlating bij vertrek uit Nederland werd door het hof verworpen. Het vonnis werd derhalve bevestigd zonder strafvermindering.

Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf van 20 maanden zonder strafvermindering wegens niet aannemelijke dwang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002539-24
datum uitspraak: 11 maart 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 15 oktober 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-241994-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2004,
thans gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
- mede met het oog op de hierna volgende, aanvullende strafmotivering de volgende zin
schrapt:
“Daarbij heeft de rechtbank ook in aanmerking genomen dat de verdachte door direct te bekennen en openheid van zaken te geven, ook ter terechtzitting, heeft getoond dat hij het laakbare van zijn eigen handelen inziet”uit de tweede alinea onder ‘de op te leggen straf’ op pagina 3 van het vonnis.

Aanvullende strafmotivering

Anders dan door de raadsman bepleit, houdt het hof bij de strafbepaling geen rekening met de door de verdachte gestelde dwang die op hem zou zijn uitgeoefend. Het hof overweegt daartoe dat de verdachte direct na zijn aanhouding heeft verklaard dat hij de drugs zou gaan verkopen, ten behoeve van zijn gezin. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan hetgeen daarover door verbalisanten is opgeschreven in hun proces-verbaal van 27 juli 2024. Nadien heeft de verdachte bij zijn verhoor verklaard dat ‘ze’ de drugs onder dwang op zijn been hadden getapet, in verband met een schuld van 250 Antilliaanse guldens die hij niet kon terugbetalen. Er zou niet over een beloning zijn gesproken. Op de terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat het om een schuld van 75 Antilliaanse guldens zou gaan. Voorts heeft de verdachte tegenstrijdig verklaard over de vrouw die met hem meereisde. Het hof acht gelet op voornoemde tegenstrijdigheden, maar ook overigens, niet aannemelijk geworden dat de verdachte daadwerkelijk is gedwongen om de drugs te smokkelen. Het hof gaat er vanuit dat de verdachte om uit zijn klemmende financiële problemen te komen de beslissing heeft genomen drugs te smokkelen.
Voorts ziet het hof geen grond voor strafvermindering in het argument dat, indien de verdachte na zijn detentie Nederland zou verlaten hij door strafonderbreking eerder vrij zou komen, terwijl hij nu in Nederland wil blijven en het onredelijk is hem enkel daardoor niet eerder in vrijheid te stellen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. C.J. van der Wilt en mr. P.J. van Eekeren, in tegenwoordigheid van
mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
11 maart 2025.
Mr. C.J. van der Wilt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]