De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 65 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan een grootschalige internationale drugshandel. In hoger beroep werden procesafspraken gemaakt tussen de verdediging en het Openbaar Ministerie, waarbij de straf werd verlaagd tot 33 maanden. Het hof bevestigde de bewezenverklaringen en kwalificaties van de rechtbank, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en legde een lagere gevangenisstraf op conform de procesafspraken.
De zaak betrof een omvangrijk onderzoek naar drugshandel via darknet markets en het gebruik van PGP-telefoons, waarbij ruim 50 kilogram harddrugs werd uitgevoerd in postpakketten. De verdachte speelde een grote rol in de inkoop en winstverdeling. Het hof nam ook het lange tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn in aanmerking bij de strafbepaling.
Het hof benadrukte het belang van tijdige procesafspraken in megazaken om de proceseconomie te bevorderen en zittingscapaciteit efficiënt te benutten. In deze zaak kwamen de afspraken echter laat tot stand, waardoor het beoogde doel van procesafspraken slechts beperkt werd bereikt. Het hof gaf aanbevelingen voor toekomstige megazaken om procesafspraken vroegtijdig te maken en alle relevante onderdelen, zoals beslag en ontnemingsvorderingen, transparant vast te leggen.
De opgelegde straf is een gevangenisstraf van 33 maanden met aftrek van voorarrest, die volledig in een penitentiaire inrichting zal worden uitgevoerd totdat de veroordeelde in aanmerking komt voor een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidsstelling.