Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
OPENBAAR MINISTERIE,
1.Stichting Uitbanning Genocide,
[belanghebbende],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Het Openbaar Ministerie (OM) verzocht de Stichting Uitbanning Genocide te verbieden en te ontbinden op grond van artikel 2:20 lid 1 BW Pro, omdat de Stichting zich volgens het OM schuldig maakt aan stelselmatige bedreigingen en het aanzetten tot haat en discriminatie, wat in strijd zou zijn met de openbare orde.
De Stichting, opgericht in 2020 met als doel het tegengaan van genocide op het Nederlandse volk, sluit haar correspondentie af met een motto waarin zij stelt dat schuldigen aan genocide ter dood veroordeeld moeten worden door een competent tribunaal. Daarnaast verspreidde de Stichting stickers met de tekst 'roetveegpiet is genocide' en deed zij diverse bezwaarprocedures.
De rechtbank wees het verzoek van het OM af wegens onvoldoende belang. In hoger beroep handhaafde het hof deze beslissing. Het hof oordeelde dat de uitlatingen van de Stichting, gezien hun context als onderdeel van een internationaalrechtelijke verhandeling over het Genocideverdrag, niet zonder meer als bedreigingen kunnen worden opgevat. Ook ontbrak het aan feitelijke grondslag voor de stelling dat de Stichting structureel aanzet tot geweld of dat zij verantwoordelijk is voor vernielingen.
Gelet op het feit dat het OM de Stichting niet strafrechtelijk vervolgt en dat lopende beroepsprocedures nog niet tot onherroepelijke veroordelingen hebben geleid, achtte het hof de verbodenverklaring als een uiterst middel niet noodzakelijk. Het verzoek van het OM werd daarom afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verbodenverklaring en ontbinding van de Stichting af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.