De zaak betreft het verzoek van de man om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van zijn kind, [minderjarige 1], en het vaststellen van een informatieregeling jegens de moeder. De rechtbank had deze verzoeken toegewezen, maar de moeder ging hiertegen in hoger beroep vanwege zorgen over haar veiligheid en de emotionele ontwikkeling van het kind.
De moeder stelde dat zij tijdens de relatie met de man onderdrukking en huiselijk geweld heeft ervaren, met stalking en bedreigingen, en dat erkenning tot voortdurende juridische strijd en stress zou leiden. De man ontkende deze beschuldigingen en benadrukte het belang van een relatie tussen vader en kind. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden eveneens om de erkenning en informatieregeling toe te staan, omdat dit in het belang van het kind is.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs is dat de erkenning de belangen van de moeder of de evenwichtige ontwikkeling van het kind schaadt. Hoewel de moeder stress kan ervaren, weegt dit niet zwaar genoeg om de erkenning te weigeren. De informatieregeling werd eveneens bekrachtigd, waarbij de moeder verplicht wordt de man maandelijks te informeren over het kind en een recente foto te sturen. Verzoeken tot provisionele voorzieningen werden afgewezen omdat het hof in de hoofdzaak een eindbeschikking gaf.