ECLI:NL:GHAMS:2025:902
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Onderzoek naar rechtskeuze en huwelijksvermogensregime volgens Eritrees recht
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Amsterdam besloten een deskundigenonderzoek te laten uitvoeren door het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) in Den Haag. Het onderzoek richt zich op de rechtskeuze voor Eritrees recht die partijen eerder maakten voor een niet-rechtsgeldig huwelijk, de kwalificatie van Eritrea binnen het Haags huwelijksvermogensverdrag 1978, en de inhoud van het Eritrese huwelijksvermogensregime.
De vrouw betwist de echtheid van de Eritrese huwelijksakte en daarmee de rechtskeuze voor Eritrees recht, terwijl de man een video-opname als bewijs heeft aangeboden waaruit blijkt dat de vrouw de akte heeft ondertekend. Het hof oordeelt dat deze stelling van de vrouw te laat en in strijd met de tweeconclusieregel is ingebracht en laat deze buiten beschouwing.
Het hof benoemt het IJI tot deskundige en formuleert acht concrete onderzoeksvragen over de rechtskeuze, de kwalificatie van Eritrea, en de inhoud en werking van het Eritrese huwelijksvermogensrecht. De kosten van het onderzoek komen voor rekening van ’s Rijks kas. De zaak wordt pro forma aangehouden tot 3 augustus 2025, waarna het hof het schriftelijke rapport van het IJI zal afwachten voor verdere beslissing.
Uitkomst: Het hof gelast deskundigenonderzoek naar Eritrees huwelijksvermogensrecht en houdt de zaak pro forma aan tot 3 augustus 2025.