ECLI:NL:GHAMS:2025:910
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over draagplicht schulden na echtscheiding en afwijzing verknochtheid studieschuld
De vrouw en de man zijn in 2016 in India getrouwd en hebben samen een minderjarig kind. De man verzocht in juni 2022 de echtscheiding uit te spreken, wat de rechtbank in juli 2024 deed, waarbij werd bepaald dat partijen ieder voor de helft verantwoordelijk zijn voor de studieschuld bij DUO en twee belastingschulden.
De vrouw stelde in hoger beroep dat zij geen enkele schuld hoeft te dragen omdat zij niet van de schulden heeft geprofiteerd en niet op de hoogte was van de studieschuld. Het hof overwoog dat de hoofdregel is dat schulden uit de huwelijksgemeenschap ieder voor de helft gedragen moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden dit anders rechtvaardigen.
Het hof vond onvoldoende bewijs voor verknochtheid van de studieschuld aan de man en oordeelde dat de stellingen van de vrouw onvoldoende zijn om af te wijken van de hoofdregel. Ook de belastingschulden worden als huwelijkse schulden beschouwd die ieder voor de helft moeten worden gedragen.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beslissing van de rechtbank wordt bekrachtigd, en het hoger beroep van de vrouw wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beslissing dat beide partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de studieschuld en belastingschulden.