ECLI:NL:GHAMS:2025:977

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2025
Publicatiedatum
14 april 2025
Zaaknummer
23-001495-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 116 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 9a Wetboek van StrafrechtArt. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 395a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep rijden zonder rijbewijs: geen straf opgelegd wegens omstandigheden

Op 16 augustus 2020 reed de verdachte op een tweewielige bromfiets zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs, wat hem ten laste werd gelegd. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen jeugddetentie. Het hof vernietigt dit vonnis omdat het slechts een aantekening betrof en verklaart het bewezenverklaarde opnieuw.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zonder rijbewijs reed op de Nieuwe Spiegelstraat te Amsterdam. De verdachte werd strafbaar geacht op grond van artikel 107 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. De advocaat-generaal vorderde een geheel voorwaardelijke geldboete van €250, met vervangende jeugddetentie.

De verdediging verzocht toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, het feit dat het een oud feit betreft, eerdere gevangenisstraf in het buitenland, het inmiddels behalen van een rijbewijs en eerdere veroordelingen voor hetzelfde feit. Gezien deze omstandigheden en het feit dat het strafbare feit bijna vijf jaar geleden plaatsvond, besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen.

Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd ondanks bewezen rijden zonder rijbewijs vanwege omstandigheden en eerdere veroordelingen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001495-24
datum uitspraak: 27 maart 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 16 augustus 2022 in de strafzaak onder parketnummer 96-297750-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadslieden naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 16 augustus 2020 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, Nieuwe Spiegelstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 16 augustus 2020 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, Nieuwe Spiegelstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 250,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen jeugddetentie.
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof gevraagd toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht gelet op de navolgende punten: de redelijke termijn in eerste aanleg is overschreden, het betreft een oud feit, de verdachte was ten tijde van het strafbare feit een
first offender, heeft recent een forse gevangenisstraf uitgezeten in het buitenland, heeft inmiddels zijn rijbewijs behaald en artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is meermalen van toepassing. Subsidiair heeft de raadsvrouw het hof verzocht te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke geldboete.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald mede op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan waarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing is genomen.
De verdachte heeft op 16 augustus 2020 met een bromfiets op de openbare weg gereden zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs. Daarmee heeft hij de verkeersveiligheid van zichzelf en van andere weggebruikers in gevaar gebracht.
Het hof stelt vast dat dit strafbare feit dateert van inmiddels bijna 5 jaar geleden en heeft kennis genomen van een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 maart 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte na 16 augustus 2020, te weten op 13 april 2023 door de kantonrechter is veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 50,00 voor rijden zonder rijbewijs. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat de verdachte op 17 maart 2025 door het hof Amsterdam is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 750,00 met een proeftijd van twee jaar (parketnummer 23-0014994-24), eveneens voor rijden zonder rijbewijs. Gelet op de ouderdom van het feit, het gegeven dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht meermaals van toepassing is en het feit dat verdachte inmiddels in het bezit is van een rijbewijs acht het hof het raadzaam te bepalen dat in onderhavige zaak aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 maart 2025.