Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten gemaakt voor reiskosten, verblijfskosten, rechtsbijstand en geleden schade door verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak die eindigde zonder strafoplegging.
Het hof oordeelde dat de gevorderde reiskosten deels worden toegekend, waarbij een businessclass-ticket wordt gematigd tot economyclass. De kosten voor rechtsbijstand door twee advocaten in eerste aanleg worden volledig toegewezen vanwege de complexiteit en bijzondere omstandigheden van de zaak, waaronder cultuurverschillen en het verkrijgen van buitenlandse stukken.
In hoger beroep wordt de vergoeding voor de tweede raadsman gematigd omdat niet is onderbouwd waarom diens inzet noodzakelijk was tussen eerste aanleg en de inhoudelijke behandeling. De advocaat-generaal stelde dat laakbaar gedrag van verzoeker tot afwijzing moest leiden, maar het hof volgde dit niet vanwege de onschuldpresumptie en vrijspraak van verzoeker.
Het hof kent een forfaitaire vergoeding toe voor de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. De totale vergoeding wordt vastgesteld op €53.641,54, waarbij overige verzoeken worden afgewezen.