ECLI:NL:GHAMS:2025:982
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- A.E. Kleene-Krom
- N.C. Laatsch
- Rechtspraak.nl
Beschikking vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
Het gerechtshof Amsterdam behandelde een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. De verzoeker had kosten gemaakt voor rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure zelf.
Tijdens de beoordeling werd vastgesteld dat rechtsbijstand deels was verleend door een advocaatstagiair, waarvan de kosten voor zittingstijd en reistijd niet volledig voor vergoeding in aanmerking komen omdat deze hoofdzakelijk voor opleidingsdoeleinden zijn gemaakt. Daarom werd de gevraagde vergoeding gematigd met 2,5 uur.
Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig waren om een vergoeding toe te kennen van € 10.047,25 voor de strafzaak en € 680,00 voor de verzoekschriftprocedure, tezamen € 10.727,25. Het verzoek tot een hoger bedrag werd afgewezen.
De beschikking werd uitgesproken op 25 maart 2025 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en de betaling werd bevolen aan de Stichting Beheer Derdengelden Meijers Canatan Advocaten.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van € 10.727,25 toe voor kosten rechtsbijstand, met matiging voor advocaatstagiair kosten.