Uitspraak
1.[aandeelhouder I] ,
mr. T.J. Teggelaar, kantoorhoudende te Nijmegen,
mrs. G.A.M.F. Speraen
T.J. Wittendorp, kantoorhoudende te Maastricht-Airport.
Het verloop van het geding
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vordert aandeelhouder II dat aandeelhouder I c.s. zijn aandelen in Holding overnemen tegen een door de rechter vast te stellen prijs, omdat het voortduren van het aandeelhouderschap voor aandeelhouder II niet langer redelijk is. Aandeelhouder I c.s. verzochten in hoger beroep om een voorlopig getuigenverhoor te houden over drie onderwerpen: de onderlinge verhouding tussen de aandeelhouders, de wisseling van accountant en de omzetting van een lening in agio.
De Ondernemingskamer oordeelde dat de onderlinge verhoudingen tussen partijen definitief zijn verstoord en dat het horen van getuigen hierover geen nieuwe inzichten zal opleveren. Ten aanzien van de wisseling van accountant en de leningomzetting is reeds door eerdere rechterlijke instanties geoordeeld, waarbij de rechtbank Limburg oordeelde dat aandeelhouder II geen bezwaar had tegen de accountantswissel en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vaststelde dat de vereiste toestemming voor de leningomzetting ontbrak.
De Ondernemingskamer concludeerde dat het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor onvoldoende specifiek was en dat er geen voldoende belang bij bestond. Bovendien werd het verzoek gezien als een poging om de procedure te rekken. Daarom werd het verzoek afgewezen en werden aandeelhouder I c.s. veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende belang en strijd met de goede procesorde.