Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straffen
Voorlopige hechtenis
Vorderingen van de benadeelde partijen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
11 (elf) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor oplichting van meer dan twintig slachtoffers met een totaalbedrag van ruim 400.000 euro, gewoontewitwassen en het indienen van onjuiste TVL-aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het hof bevestigt de bewezenverklaring van deze feiten en vernietigt het vonnis slechts ten aanzien van de strafoplegging.
De verdachte heeft bekend alle tenlastegelegde feiten te hebben gepleegd. Hij maakte misbruik van het vertrouwen van investeerders door te beweren dat er winst werd gemaakt met cryptohandel, terwijl dit niet het geval was. Met de gelden werden onder meer schulden afgelost en luxe goederen aangeschaft. Daarnaast heeft hij onrechtmatig gebruik gemaakt van Corona-steunmaatregelen en de ontvangen bedragen witgewassen.
Het hof acht het handelen van de verdachte ernstig en legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 maanden op, met aftrek van voorarrest. Tevens wordt een beroepsverbod van vijf jaar opgelegd voor functies in de beleggingswereld, waaronder handel in cryptovaluta. De voorlopige hechtenis wordt opgeheven. De vorderingen van benadeelden worden niet-ontvankelijk verklaard vanwege het lopende faillissement van de verdachte.
De strafvermindering met één maand is toegekend wegens schending van de redelijke termijn in eerste aanleg. Het hof benadrukt dat de straf passend is gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het feit dat hij ook in een andere fraudezaak wordt veroordeeld.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 11 maanden gevangenisstraf en vijf jaar beroepsverbod wegens oplichting, witwassen en misbruik van Corona-steun.