Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
domicile) had in Engeland. Hoewel [naam 1] niet is geboren in Engeland, zoals [appellant 2] stelt, en Engeland dus niet zijn
domicile of originwas, geldt dat iemands
domicile of originwordt vervangen door iemands
domicile of choiceals iemand in een ander land dan zijn
domicile of originverblijft met de intentie in dat andere land permanent of voor onbepaalde tijd te blijven. Gelet op de stellingen van [appellant 2] dat [naam 1] in 2005 vanuit België is verhuisd naar het Verenigd Koninkrijk en vanaf 2005 kantoor heeft gehouden op het hoofdkantoor van Chequepoint te [plaats 2] , en dat ook zijn laatste feitelijke verblijfplaats was, welke stellingen [geïntimeerde] niet heeft weersproken, gaat het hof ervan uit dat [naam 1] ten tijde van zijn overlijden woonplaats (
domicile) had in Engeland, zodat op de erfopvolging in zijn nalatenschap Engels recht van toepassing is.
executor(bij testament aangewezen) of
administrator(als zodanig door de rechter benoemd bij gebreke van een
executor). Er is dus geen gemeenschap met erfgenamen als deelgenoten. Aangezien er geen testament is, kan er dus geen
executorzijn aangesteld; hooguit kan er sprake zijn van een
administrator(hierna: beheerder). Volgens [appellant 2] is er momenteel niemand belast met de afwikkeling van de nalatenschap. Van de zijde van [geïntimeerde] is dit ter zitting in hoger beroep betwist, waarbij is verwezen naar het feit dat in een Ierse procedure een Nigeriaanse advocaat als beheerder van de nalatenschap is aangesteld. Dat betrof echter een
administrator ad litemwiens bevoegdheden beperkt waren tot die procedure en niet gesteld of gebleken is dat die voor het overige is belast met het beheer van de nalatenschap. [appellant 2] heeft ter zitting bij het hof toegelicht dat de erfgenamen doende zijn geweest met de aanstelling van een beheerder voor de afwikkeling van de nalatenschap, dat de erfgenamen het niet eens zijn over wie als beheerder moet worden benoemd, en dat de benoemingsprocedure sindsdien stil ligt. Deze stellingen heeft [geïntimeerde] niet voldoende gemotiveerd betwist, zodat het hof ervan uitgaat dat er geen beheerder is voor de nalatenschap die haar in rechte kan vertegenwoordigen.
Bourlakova & Ors v Bourlakov & Ors[2024] EWHC 765 (Ch)). Een uitspraak is vervolgens bindend voor de nalatenschap.
€ 1.290,-(tarief II, 1 punt)
€ 11.997,-(tarief VIII, 3 punten)
€ 9.913,50(tarief VIII, 3 punten x ½)