Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1091

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
23-000247-26
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat ingesteld hoger beroep in strafzaak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 9 april 2026 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 januari 2026. De verdachte was op die datum veroordeeld en had volgens artikel 408, eerste lid, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering binnen 14 dagen na de uitspraak hoger beroep moeten instellen.

De termijn voor het instellen van het hoger beroep eindigde derhalve op 27 januari 2026. De akte van hoger beroep werd echter pas op 9 februari 2026 ingediend, wat betekent dat het hoger beroep te laat was ingesteld. Het hof heeft vastgesteld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die deze termijnoverschrijding verontschuldigen.

Daarom heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard en het vonnis van de kantonrechter in stand blijft. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters wegens verhindering niet heeft meeondertekend.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000247-26
datum uitspraak: 9 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 13 januari 2026 in de strafzaak onder parketnummer 96-238079-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 april 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg opgeroepen om op 13 januari 2026 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte is op 13 januari 2026 op de terechtzitting verschenen en is bij vonnis op tegenspraak veroordeeld.
Gelet op het bepaalde in artikel 408, eerste lid, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering had de verdachte binnen 14 dagen na 13 januari 2026 hoger beroep moeten instellen. De termijn voor het instellen voor het hoger beroep eindigde dus op 27 januari 2026. Volgens de akte instellen hoger beroep in het dossier is namens de verdachte op 9 februari 2026 hoger beroep ingesteld. Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. R.A.E. van Noort, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april 2026.
Mr. M. Iedema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]