ECLI:NL:GHAMS:2026:1096
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2025. Tijdens de voorbereiding gaf de raadsvrouw van verdachte per e-mail aan dat verdachte het hoger beroep niet wilde handhaven. Hierdoor trok verdachte zijn eerder opgegeven bezwaren in.
Het hof heeft vervolgens de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep in overweging genomen. Gezien het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij verdere behandeling en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 april 2026. Een van de rechters was verhinderd mede te ondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk is verklaard en het vonnis van de rechtbank Amsterdam daarmee in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.