De moeder verzocht het Gerechtshof Amsterdam om haar te herstellen in het gezag over haar twee minderjarige kinderen en om hun hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen. De rechtbank had deze verzoeken reeds afgewezen. De moeder stelt dat zij duurzaam de verantwoordelijkheid kan dragen en dat de kinderen meer rust en stabiliteit bij haar kunnen vinden. De vader en pleegmoeder zijn het niet eens met het verzoek en benadrukken de veilige en stabiele situatie bij de pleegmoeder, waar de kinderen al ruim acht jaar verblijven.
Het hof bevestigt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en past het Nederlandse recht toe. Uit het dossier blijkt dat de kinderen sinds 2018 bij de pleegmoeder wonen en dat het gezag sinds 2021 eenhoofdig bij de vader ligt. Diverse voogdij- en toezichtmaatregelen zijn genomen, en Veilig Thuis concludeerde dat de kinderen op een veilige plek zijn. De moeder heeft geen structureel contact met de kinderen en er is geen relevante wijziging in omstandigheden die herstel van haar gezag rechtvaardigt.
Het hof overweegt dat het belang van de kinderen centraal staat en dat de huidige situatie met de pleegmoeder en vader het beste bijdraagt aan hun welzijn en ontwikkeling. Het verzoek tot herstel van het gezag en tot wijziging van de hoofdverblijfplaats wordt daarom afgewezen. Ook het subsidiaire verzoek tot nader deskundigenonderzoek wordt afgewezen omdat het hof zich voldoende voorgelicht acht. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.