In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van poging tot zware mishandeling en mishandeling. De zaak betrof een incident op 23 september 2022 waarbij de verdachte en het slachtoffer betrokken waren. De verklaringen van beide partijen liepen sterk uiteen, waarbij het slachtoffer de verdachte als agressor aanwees, terwijl de verdachte stelde dat zij slechts reageerde op een aanval.
Het hof heeft het bewijs zorgvuldig gewogen, waaronder een kort filmfragment gemaakt door de verdachte en het gefotografeerde letsel van het slachtoffer. Dit bewijs kon zowel het scenario van het slachtoffer als dat van de verdachte ondersteunen. De getuigenverklaring van Schiltmeijer werd onvoldoende overtuigend geacht, mede doordat zij slechts een deel van het incident had gezien en zich niet volledig wilde uitlaten over het geweld.
Ook speelde mee dat de verdachte had geprobeerd aangifte te doen van het geweld dat haar was overkomen, maar dit werd geweigerd of afgeraden omdat zij al als verdachte werd beschouwd. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs heeft het hof de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.